Opeens is Johan Anthierens terug van weggeweest en dan wel all over the place. Ik denk aan hem in een schimmige verte, zoals ik hem tegenkwam op de redactie van De Morgen: ik als jonge snuiter, hij als grijze eminentie die stijlvol rondwaarde in een kameelharen mantel. Het verwonderde mij hoe minzaam de gevreesde polemist mij groette. In zijn ogen las ik geen arrogantie, maar een soort onthutsing die ik niet kon plaatsen. Nu ik zelf zijn leeftijd van toen nader, meen ik te weten wat hij voelde: verbijstering over de weerloosheid van spieren en gewrichten. Ontzetting over het meedogenloze monster dat de tijd is.
...

Opeens is Johan Anthierens terug van weggeweest en dan wel all over the place. Ik denk aan hem in een schimmige verte, zoals ik hem tegenkwam op de redactie van De Morgen: ik als jonge snuiter, hij als grijze eminentie die stijlvol rondwaarde in een kameelharen mantel. Het verwonderde mij hoe minzaam de gevreesde polemist mij groette. In zijn ogen las ik geen arrogantie, maar een soort onthutsing die ik niet kon plaatsen. Nu ik zelf zijn leeftijd van toen nader, meen ik te weten wat hij voelde: verbijstering over de weerloosheid van spieren en gewrichten. Ontzetting over het meedogenloze monster dat de tijd is. Ik deelde toen al zijn passie voor Elsschot en voor Brel. Voorts waren wij, zonder dat wij dat wisten, onzichtbaar verbonden via meubelfabriek Dodo in Sint-Ulriks-Kapelle. Je kon het lage, witte gebouw zien liggen van op de E40, tot geluidswerende schermen het op een dag aan het zicht onttrokken. Lang geleden, toen mijn vader met mijn moeder ging vrijen in Kortrijk, zag hij bij zijn terugkeer naar Brussel laat in de nacht de naam Dodo in rode letters gloeien langs de snelweg. Straks mag ik ook dodo doen, dacht mijn vermoeide papa dan. Ik hoor het hem nog zeggen. De onnozelste dingen blijven vaak het langst hangen. Veel later pas kwam ik te weten dat Johan Anthierens een zitbank van bij Dodo had. Zijn weduwe Elisabeth mailde mij dat huiselijke weetje nadat ik iets schreef over de meubelfabrikant: 'De man van onze poetsvrouw werkte daar. Wij kochten er een roestbruine zitbank. Ongelofelijke kwaliteit.' Anthierens was al vijftien jaar dood toen Dodo failliet werd verklaard, op 21 april 2015. Elisabeth stuurde mij Het ridderspoor, zijn boek over Willem Elsschot dat hij mij bij leven had beloofd. Tot mijn verrassing bleek het zijn 'werkexemplaar' - zo staat in potlood op de eerste bladzijde. Hij duidde er woorden in aan die bij een volgende druk gecorrigeerd moesten worden. Vedrongen moet zijn: verdrongen, de 'l' ontbreekt in winkel en op pagina 103 wordt een koe van een dt-fout getackeld. Het verbaast mij hoe regieaanwijzingen in oranje fluostift beter de tijd trotseren dan mensenharten. Op de cover van het boek staat een betrapt kijkende Elsschot in een huisje op het strand. Uit de kaft is met de precisie van een cuttermes een hokje gesneden van een vierkante centimeter: de 's' van Anthierens is weg. Dat intrigeert mij. Waarom moest die letter verwijderd worden? Wat kan Anthierens daarmee hebben aangevangen? Het zal wel voorgoed een mysterie blijven. Anders dan de hersenen van mensen, houden computers het verleden bij met ijzingwekkende precisie. Namen, huisnummers, tijdstippen: een simpele zoekopdracht vist ze bliksemsnel op uit de grote vergeetput. Zo weet ik nu weer dat ik op 7 augustus 2014, om 11u30, met een meisje van een immokantoor een pand bezocht in De Pinte, gelegen aan de Johan Anthierenslaan. Het huis was doorzond en lag buiten overstromingsgebied. Toch kocht ik het niet. Ik verhuisde naar een plek met een minder leuke naam, maar een gunstiger epc-attest. Daar zit ik nu op mijn roestbruine bank.