'Alles oké?' Ik zit op een bankje aan de Leuvense Vaart en een voorbijfietsende buurvrouw is even gestopt. 'Je zit zomaar wat te staren?' Dat is zo, beste buurvrouw, ik zit te staren. Maar niet zomaar, en ook niet op een melancholische of diepzinnige manier. Ik staar naar de twee eenden die voorbijpeddelen. Dat is de schuld van Tristan Gooley, een Brit die zichzelf een natural navigator noemt en bestsellers schrijft over wat je allemaal in de natuur kunt zien. Zijn How to Read Water brengt me naar de oever van de Vaart, om te kijken hoe elke eend zijn eigen V-vormige rimpeling veroorzaakt, en hoe een schitterend nieuw kriskraspatroon wordt gevormd als ze elkaar tegenkomen, wat dan weer verandert als de rimpelingen op de oever botsen. Zonder hem zou ik daar nooit op gelet hebben. Net zoal...

'Alles oké?' Ik zit op een bankje aan de Leuvense Vaart en een voorbijfietsende buurvrouw is even gestopt. 'Je zit zomaar wat te staren?' Dat is zo, beste buurvrouw, ik zit te staren. Maar niet zomaar, en ook niet op een melancholische of diepzinnige manier. Ik staar naar de twee eenden die voorbijpeddelen. Dat is de schuld van Tristan Gooley, een Brit die zichzelf een natural navigator noemt en bestsellers schrijft over wat je allemaal in de natuur kunt zien. Zijn How to Read Water brengt me naar de oever van de Vaart, om te kijken hoe elke eend zijn eigen V-vormige rimpeling veroorzaakt, en hoe een schitterend nieuw kriskraspatroon wordt gevormd als ze elkaar tegenkomen, wat dan weer verandert als de rimpelingen op de oever botsen. Zonder hem zou ik daar nooit op gelet hebben. Net zoals ik niet zou weten dat een natuurlijke rivier nooit langer dan tien keer zijn breedte helemaal recht is. Stroming, reliëf, zachte oevers en obstakels zorgen altijd voor koerswijzigingen, bochten en meanders. Kaarsrechte waterwegen, daar komen altijd hard schuppende mensen bij kijken. De man is er zelfs in geslaagd om me anders naar plassen te doen kijken. Elke plas is niet meer dan water dat nergens naartoe kan en heeft dus altijd een reden van bestaan. Ingenieurs bijvoorbeeld, die convexe wegen aanleggen wat aan de zijkant plassen geeft waar auto's doorrijden om fietsers en voetgangers nat te spatten. Tractoren, mensen en dieren die op onverharde wegen oversteken of bochten nemen, en een pad afslijten, zorgen voor (kruispunt)plassen, net als overhangende bomen en dakgoten, vanwaar lang nadat de bui gestopt is nog water naar beneden drupt. Gooleys boek ligt grijpklaar op mijn boekenkast zodat ik er regelmatig in kan bladeren. Voor ik onlangs een week naar zee vertrok, herlas ik de hoofdstukken over de kust en het strand. Omdat het fijn is om te weten dat de zee tot dertig centimeter lager kan zijn als de luchtdruk hoog is of dat ik op een mooie dag van op de dertiende verdieping zo'n veertig kilometer ver over de zee kan kijken. Omdat ik dan weer weet waarom de vloedlijn, die brede strip vol gebroken schelpjes, zeewier en ander aanspoelsel tussen hard en zacht zand zo raar ruikt (dat zijn onder andere die dode schelpjes) of dat die kleine zanddrolletjes op het strand ook echt de uitwerpselen van een vlakbij wonende zeepier zijn. Ik kocht Gooleys boek op aanraden van een officier op de Star Flyer, een driemastercruiseschip waar ik als passagier de Atlantische Oceaan mee overstak. Toen we na twaalf dagen niets dan oceaan een grote vogel zagen, riep hij: 'Een red footed booby! We zijn 150 kilometer van land.' Omdat die vogels tot zo'n 150 kilometer op zee foerageren, weet iedereen die zo'n vogel spot dat hij of zij maximaal zo ver van land is. Als je weet hoe golven, wolken en dieren zich gedragen, kun je zelfs zonder kompas, kaarten en radar je weg vinden op de wereldzeeën, legde hij uit. Net dit soort kennis verzamelt Gooley in zijn boek. Ik ben geen zeiler, visser of kajakker, dus waarom maken deze weetjes me zo blij? Een vraag die Gooley zichzelf ook stelt. 'Wat de Pacific Islanders kapesani lemutau noemen, een diepgaande kennis van de taal van het water, ligt buiten ons bereik, daarvoor moet je je leven op het water doorbrengen. Mijn enige beloning is de opwinding van het heel even waarnemen van de wereld door hun ogen.' Misschien is mijn beloning heel even naar de wereld kijken zoals Gooley. Even een armchair natural navigator zijn, dus. Van een plas op een plein tot de Atlantische Oceaan, zijn weetjes maken elk beetje water mooi, interessant en het ontdekken waard. Als je zoals ik doodgewoon graag dingen weet, is dat een klein gelukske.