Het zoveelste Amerikaanse gadget, dat was wat Fried Vancraen dacht toen hij in 1988 voor het eerst over een 3D-printer las. Maar het concept bleef in zijn hoofd hangen en toen hij een jaar later een van die eerste machines aan het werk zag in het Bremense BIBA-onderzoeksinstituut, kwam er een klik. 'Op weg naar huis besefte ik hoe belangrijk dit idee was.' Hij werkte toen als ingenieur voor het WTCM, het onderzoeksinstituut voor de Belgische industrie, en adviseerde bedrijven over nieuwe technologie.
...

Het zoveelste Amerikaanse gadget, dat was wat Fried Vancraen dacht toen hij in 1988 voor het eerst over een 3D-printer las. Maar het concept bleef in zijn hoofd hangen en toen hij een jaar later een van die eerste machines aan het werk zag in het Bremense BIBA-onderzoeksinstituut, kwam er een klik. 'Op weg naar huis besefte ik hoe belangrijk dit idee was.' Hij werkte toen als ingenieur voor het WTCM, het onderzoeksinstituut voor de Belgische industrie, en adviseerde bedrijven over nieuwe technologie. 'Dit was een paradigmaverschuiving. Tot op dat moment bootsten machines meestal het productiewerk van mensen na. Materiaal snijden, bouten vastdraaien, draaibanken en freesmachines die aangestuurd werden door computers. Als we het in 1990 over een flexible manufacturing cell hadden, dan kon zo'n toestel zes varianten van eenzelfde onderdeel fabriceren. Maar een 3D-printer kon op basis van computerdesign of scangegevens complexe producten creëren die noch mensen noch machines op dat moment konden maken. Bovendien kon het duizenden variaties vervaardigen en wel onmiddellijk. Ik wist: dit is een belangrijke stap. Een andere wereld. Ook al was er op dat moment maar één type machine dat maar in één materiaal - een soort plastic - kon printen, deze technologie was revolutionair.' 'Ik was enthousiast en ben van nature een beetje een doordrammer, dus stapte ik naar mijn toenmalige baas. Het WTCM had geen geld om zo'n printer aan te kopen, maar ik mocht proberen om fondsen te verzamelen. Ik had niet alleen een ingenieursdiploma, ook een MBA, dus deed ik een kleine marktstudie. Ik faxte een enquête naar bedrijven als AGFA, Alcatel, Samsonite en Philips en organiseerde een infodag. De industrie bleek vooral geïnteresseerd in de prototypes die zo'n machine kon produceren. Een bedrijf dat de service én 3D-geprinte producten zou kunnen leveren leek een goed idee, dus ging ik aan de slag. Het idee om zelfstandig te gaan ondernemen speelde al een tijdje door mijn hoofd, ik wou zeker niet een hele loopbaan als onderzoeker of consultant aan de slag blijven. Ik schreef drie businessplannen. Eentje voor een 3D-printingbedrijf, eentje rond consultancy en eentje rond waterjet cutting, wat toen net begon op te komen. Materialise, het eerste businessplan, bleek de meeste mogelijkheden te hebben.' Om zijn bedrijf op te starten, moest Vancraen op zoek naar investeerders. De KU Leuven had recent een nieuwe Research en Development-afdeling opgericht. 'Wij waren een leuke case voor hen, en ze waren bereid om ons te steunen. Ik vond ook twee industriële partners, maar toen puntje bij paaltje kwam, waren hun hoofdkantoren in Parijs en München niet geïnteresseerd in de opstart van een Belgisch bedrijfje. Gelukkig boden ze ons wel allebei een klantencontract voor twee jaar. We hadden dus orders, maar nog geen firma. Dat gaf ons de zekerheid die we nodig hadden om echt van start te gaan. De rest van het startkapitaal hebben we zelf bij elkaar gezocht. Mijn ouders en schoonouders hebben geholpen, en wij hebben al onze centen in Materialise gestopt. Toen ik op 28 juni bij de notaris zat voor de opstart van het bedrijf, heeft mijn vrouw Hilde, zwanger van onze eerste zoon, haar rekening leeggemaakt en alles overgeschreven. Ze had niet eens meer genoeg cash voor een brood. In het begin was zij het die ons van een inkomen voorzag en ook onze ouders zorgden van op de achtergrond voor wat zekerheid. Iedereen geloofde erin en steunde ons. Met een startkapitaal van 150.000 frank ( ongeveer 3750 euro) kochten we een 3D-machine van 250.000 frank (6250 euro), dankzij een banklening met die machine in hypotheek. Je begrijpt, we moesten er een succes van maken, er was geen alternatief. (lacht) Ik moest de baan op om te verkopen, dus zocht ik meteen iemand om onze machine te bedienen. Die man, Philippe Schiettecatte, werkt 27 jaar later nog altijd voor Materialise, en vandaag zijn ook zijn vrouw, zoon en de vriendin van zijn zoon bij ons in dienst.' Vancraens droom in 1990 was 3D-prints leveren aan de industrie van de Benelux. Misschien zou hij ooit wel een vijftigtal mensen in dienst hebben, dacht hij. Vandaag is Materialise een van de grote spelers in de 3D-wereld, actief in 16 landen, met zo'n 1500 werknemers. Ze halen de krant omdat ze een jurk printen voor Lady Gaga, maar doen ondertussen pionierswerk in samenwerking met auto- en vliegtuigbouwers, ingenieurs en architecten. Ze zijn actief in de medische sector, met onder andere gepersonaliseerde implantaten en chirurgische templates. Hoorapparaten, die vroeger bepaald oncomfortabel waren, worden vandaag perfect op maat 3D-geprint. 'We hadden vanaf het prille begin het idee om niet alleen van technische tekeningen, maar ook van medische beelden te gaan printen. Mijn vrouw en ik hebben daar altijd al belangstelling voor gehad, ik heb biomechanica gestudeerd en schreef mijn thesis over een alternatief voor knieprotheses.' Maar niet alles verliep zoals Vancraen die zomer van 1990 had gedacht. 'Al bij de eerste stukken bleek dat de software die de link legde tussen de gegevens en de machine niet goed werkte. Een probleem, want een machine wordt pas revolutionair als je er revolutionaire dingen mee kunt maken. Dus maakten wij van die software een van onze specialisaties, een product dat we bovendien konden doorverkopen. Vergeet ook niet dat de technologie in 1990 niet die van vandaag is. De ponskaart was nog niet zo lang vervangen, de pc begon pas op te komen, iedereen bewaarde zijn gegevens op floppydisks en er was geen internet. Bij een van onze eerste opdrachten kwamen de data binnen op zo'n grote IBM-tape, en moesten we bij de KUL aankloppen om die te kunnen verwerken. In 1997 boden we een next-day-service aan. Binnen de 24 uur een virtueel product reëel bij de klant leveren, dat was toen spectaculair. Maar het nam niet zo'n hoge vlucht als we hadden gehoopt. Voor die service was internet namelijk cruciaal als communicatiemiddel, maar veel bedrijven waren wantrouwig. Bij BMW in Duitsland mocht niemand tijdens de werkuren op internet. Pas rond 2000, toen iedereen de mogelijkheden van het web ging inzien, werd het een succes.' Ondernemerschap vraagt heel wat talenten. Een gat in de markt spotten, dat gat gepast opvullen, en dan nog het liefst op een rendabele manier. Maar het is de menselijke kant waar Fried Vancraen het meeste voldoening uit haalt. 'Ik heb een Chiro-achtergrond en ben leider en groepsleider geweest. Werken met een groep mensen om samen dingen te bereiken, daar gaat het over. Leidinggeven zat er bij mij altijd al in. Toen ik studeerde, kwam de pastoor van een ander dorp advies vragen. Consultancy, eigenlijk. (lacht) Hun scoutsgroep verloor veel leden en had daarom niet genoeg leiding. Dus heb ik de oudste scoutsgroep een tijdje begeleid, om iedereen aan boord te houden en er zo meer leiders uit te krijgen. Wat ook gelukt is. Dat leiderschap zit in mij en doorheen de jaren leer je ook nog bij.' Materialise begon als een soort familiebedrijf, en is dat vandaag nog steeds. 'Onze familie is nog altijd betrokken en mijn vrouw Hilde werkt hier ondertussen ook al meer dan twintig jaar. Wordt er weleens een avond niet over Materialise gepraat in mijn gezin? Ja en nee. (lacht) Ach, weet je, we hebben drie studerende kinderen, twee toekomstige ingenieurs en eentje die geneeskunde volgt. Ze hebben hun ouders niet al te veel gemist, denk ik. Ik heb vanaf het begin een vrij radicale keuze gemaakt. Ik hou een relatief strikte scheiding tussen werk en thuis en zit hier niet elke dag tot 's avonds laat. Ik ga ook niet naar feestjes en networking events. Daar is, nu we een internationaal bedrijf zijn, trouwens geen beginnen aan. We willen ook werknemers met een goede balans op dat vlak. Bij Materialise werken moet een belangrijk deel van je bestaan zijn, maar niet je hele leven. We zijn ondertussen een grote organisatie en dus heeft er al eens iemand een burn-out. Wel, dan hebben we in mijn ogen gefaald.' Als Vancraen idealistisch klinkt, dan doet de mission statement van Materialise daar nog een schep bovenop. Op het einde van de zomer van 1990 werd de 3D-printer op een receptie aan de wereld getoond en voor zijn toespraak moest Vancraen definiëren wat zijn bedrijf precies wou zijn. 'Het is onze missie om op het vlak van productontwikkeling te innoveren, met als resultaat een betere en gezondere wereld. Die twee woorden - beter en gezonder -zijn belangrijk. Dat was mijn idee in 1990 en ik ben er trots op dat dat vandaag nog zo is. Als je een talent hebt, dan kun je dat inzetten in de Chiro, om een bedrijf op te richten, maar ook om te helpen. Want technologie is pas waardevol als het een verschil kan maken in het leven van mensen.' En soms komt dat verschil wel heel dichtbij. Ook de zomer van 2008 had veel impact op de familie Vancraen. 'Een paar dagen voor we op vakantie vertrokken, speelden de drie kinderen in een zwembadje in de tuin. Ze hadden kou en kwamen rillend binnen. Onze dochter zei: 'Er is iets raars met Jeroen. Een knobbel op zijn been.' Dat bleek een tumor te zijn. Een dokter die we goed kenden, zorgde ervoor dat hij meteen de scanner in kon. Het bleek botkanker. Hij was een paar dagen eerder net dertien geworden. Onze reis werd afgezegd en de behandeling meteen gestart. Vanuit onze achtergrond hebben we als ouders echt meegekeken. Ook omdat het niet zo evident was, er waren veel mogelijke behandelopties, maar niet één die er duidelijk uit sprong. Met de ingenieurs op Materialise hebben we gebrainstormd over hoe we konden helpen. We waren net modellen aan het ontwikkelen voor heupimplantaten. Bij mijn zoon ging het over zijn dijbeen, en dus hebben we ons implantaatmodel aangepast zodat we zijn casus konden simuleren. Hij werd de allereerste patiënt waarbij die technologie gebruikt werd. Dat we door wat we doen toevallig de mogelijkheid hadden om Jeroen concreet te helpen, voelde goed. Het betekent dat je niet aan de zijlijn staat. We zijn sowieso nogal een hands-on gezin. Mijn vrouw was op dat moment veel bezig met statistiek en dacht ook vanuit die hoek mee. Mijn zoon moest veertien chemobehandelingen krijgen, om de kanker bij manier van spreken dood te slaan. Normaal kreeg hij om de drie weken chemo, maar zijn beenmerg moest wel eerst bekomen zijn van de vorige. Wij konden samen met de huisarts aan zijn bloed zien hoe dat dag per dag evolueerde. Toch liet het ziekenhuis ons precies om de drie weken komen, om dan zelf tests te doen. Dat is zwaar, want dat kind zit daar, bang af te wachten omdat hij weet wat er komt, en vaak werd hij na een halve dag toch weer naar huis gestuurd omdat hij nog niet genoeg gerecupereerd was. We hebben daar een gevecht tegen geleverd. We wilden zelf naar die statistieken kunnen kijken en zelf aangeven wanneer hij klaar was voor de volgende chemo. In het begin accepteerde het ziekenhuis dat niet, maar na een tijdje beseften ze dat we echt wel wisten wat we deden. Het was fijn dat we er op die manier konden zijn voor onze zoon. Hij studeert vandaag voor ingenieur, en vierde deze zomer zijn twintigste verjaardag.' Of zoon Jeroen na zijn studie bij Materialise terechtkomt, daar heeft Vancraen nog geen zicht op. Maar hij weet wel wat hij voor de toekomst wil. 'We hebben een B-HAG. Een Big Hairy Audacious Goal. Tot 2020 op jaarbasis 20% blijven groeien. We hebben grote plannen binnen de brillensector, die zestig miljard dollar per jaar waard is en waar we graag het verschil willen maken zoals we dat bij de hoorapparaten gedaan hebben. We leggen ook kiemen voor de toekomst. We zijn vandaag bezig met bioresorbable materialen die weer oplossen in het lichaam. Er is al een eerste applicatie ontwikkeld, een tracheal splint die kinderen met tracheobronchomalacia, waarbij de luchtpijp niet goed functioneert, helpt te overleven.' 'Waar ik na 27 jaar het meest trots op ben, is meteen ook mijn ambitie voor de toekomst. Een built to last-bedrijf zijn. Soms wordt een zaak opgericht om zo snel mogelijk zo veel mogelijk waarde te creëren en dan snel verkocht te worden. Zo zijn wij niet. Ik hoop dat Materialise tientallen en misschien zelfs honderden jaren kan meegaan. Ik ben trots op het parcours dat we tot nu toe gereden hebben. We hebben producten en tendensen gecreëerd die duurzaam zijn en energie sparen. Ons businessmodel, die betere en gezondere wereld, werkt en overstijgt onze individuele prestaties. Maar het is een uitdaging om dat vol te houden. Ik word ook ouder en moet nadenken over hoe dit kan blijven bestaan, zonder dat het van mij afhankelijk is. Maar ik heb er een goed oog in.'