Maureen Kroothoep (50) uit Oostende, nu stewardess bij Brussels Airlines, was 19 toen ze bij Sabena startte en voerde op 7 november 2001 mee de laatste vlucht uit.
...

'Ik ben opgegroeid in de schaduw van de Oostendse luchthaven, ik wilde op mijn zesde al stewardess worden', lacht Maureen. 'Toen ik begon, had ik slechts één keer gevlogen, maar Sabena opende de wereld voor mij. Na vijf jaar begon ik op langeafstandsvluchten te werken en verbleef ik telkens een paar dagen in steden als New York, Tokio en Kigali - ik was met mijn gat in de boter gevallen.' Maureen bewaart mooie herinneringen aan de band met de collega's in die jaren. 'Ik werkte elke vlucht met een andere crew, maar voor mij was Sabena een grote familie. Het teamwork tijdens de vluchten en de stop-overs werkten dat ook in de hand. Samen ontbijten, de stad verkennen en uitgaan: dan leer je elkaar wel kennen.' Het faillissement van Sabena vernam Maureen via Euronews op een hotelkamer in Cotonou. De chaos op de luchthaven van Benin die dag staat op haar netvlies gebrand. 'Er wilden meer mensen op de vlucht stappen dan er plaats was, we moesten in allerijl afscheid nemen van collega's en vrienden ter plaatse, en na het inschepen werd het toestel aan de ketting gelegd uit angst dat Sabena de kerosine niet zou betalen. Vier, vijf uur wachten in een vliegtuig zonder verlichting en airco: dat was geen pretje. Toch hebben we de passagiers met de glimlach en met dezelfde service als anders bediend. Problemen thuis of op het werk: als steward ben je getraind om de knop om te draaien en op je werk te focussen.' Terug in Zaventem kon de crew het luchthavengebouw niet in omdat de toegangsbadges al buiten werking gesteld waren. 'Maar wat ik me vooral herinner, zijn het eresaluut van de brandweer op het tarmac en het applaus van de collega's die zich rond het toestel verzameld hadden. De passagiers waren even emotioneel als wij. Al die steun op zo'n triest moment, dat doet me twintig jaar later nog altijd iets.' De gebeurtenissen bij Sabena leerden haar dat een mens altijd een tweede adem vindt, zegt Maureen. 'Ten tijde van het faillissement was ik slechts dertig, toen wist ik dat nog niet. De eerste dagen bleven de tranen maar komen. Ik was niet alleen mijn werkfamilie kwijt, maar ook mijn vrienden in Afrika en de weeshuizen en mensen die we daar ondersteunden. Zelfs mijn man kon het maar moeilijk begrijpen: daarvoor moest je echt in de luchtvaart zitten.' Vandaag verzamelt Maureen nog steeds alle Sabena-spullen die ze kan vinden. 'Het faillissement heeft veel menselijk leed veroorzaakt en volledige families kapotgemaakt. Sindsdien besef ik hoe belangrijk het is om je goed te omringen en om er ook voor anderen te zijn wanneer ze het moeilijk hebben. Tegelijk heb ik bij Sabena de tijd van mijn leven beleefd en ben ik nog altijd trots dat ik er heb mogen werken. De uitdrukking 'ex-Sabenien' zegt me weinig: Sabenien ben je voor het leven.' 'Ik heb er altijd van gedroomd om voor Sabena te werken', bekent Johan. 'Ik had een heel klassieke opvoeding genoten en snakte naar andere opvattingen. Voor mij waren de internationale luchtvaart en de multiculturele omgeving van de luchthaven een venster op de wereld. Toen ik in mijn eerste jaar toegepaste economie in 1985 hoorde dat Sabena check-inpersoneel zocht, heb ik geen moment geaarzeld.' De jaren daarop klom Johan op tot red cap, de ramp controller die alle activiteiten in en rond het vliegtuig aan de gate coördineert, van het laden en lossen tot de schoonmaak en het bijtanken. 'Een stresserende job waarbij je voortdurend problemen moet oplossen en toch koelbloedig moet blijven. Je had tegelijkertijd veel beslissingsmacht en veel bewegingsruimte - had ik even niets te doen, dan reed ik het hele tarmac af.' (lacht)Zoals velen zag Johan het definitieve einde van Sabena niet aankomen en zinderde de schok ook bij hem nog jarenlang na. 'We hadden al zoveel crisissen overleefd, dat zouden we nu ook doen, dacht ik. Hoe groot de problemen waren, heb ik nooit beseft. Sabena was in mijn ogen mijn eerste en mijn laatste liefde, ik werkte op een plek en in een sector met een groot samenhorigheidsgevoel - achteraf bekeken leefde ik in een bubbel.' Dat hij ondertussen ook actief is als vakbondsmilitant is geen toeval, benadrukt Johan. 'Als red cap was ik nooit zo bezig met de sociale realiteit. Wij waren degenen die de boel ook tijdens vakbondsacties draaiende hielden. Dat is na het drama bij Sabena veranderd. Mensen die alles geven aan een job en dan in de klappen delen, dat verdraag ik niet meer.' Johan ging nadien opnieuw aan de slag als red cap, tot hij in 2009 voor de NMBS koos. 'Op onze auto's bleef jarenlang het logo van Sabena staan, dat was pijnlijk. Maar mijn grootste ergernis was dat het Spaanse privébedrijf dat de ramp controllers had overgenomen alles in procedures goot die de job uitholden en nog meer stress creëerden. Blind verliefd zijn zoals op Sabena kan ik niet meer, maar bij de NMBS heb ik wel mijn gevoel van vrijheid en de groepsgeest teruggevonden.' Met oud-werknemers van Sabena heeft hij vooral contact via Facebook. 'Ik volg de verschillende Sabena-groepen, krijg graag berichten en ben blij dat het faillissement uitgebreid herdacht wordt, maar aan de reünies neem ik al jaren niet meer deel. Voor je gemoedsrust moet je op een bepaald moment vrede nemen met het verleden en de bladzijde omslaan, dat heb ik ondertussen gedaan.' 'Ik ben eerder toevallig in de luchtvaart beland', vertelt Muriel. 'Toen ik mijn diploma als leerkracht behaalde, waren de vacatures in het onderwijs niet dik gezaaid. Mijn vader had gehoord dat Sabena nieuwe vliegtuigen had gekocht, Airbus A310's, en nieuwe bemanningsleden zocht. Hij had een vriend die cabinechef was en had zelf graag aan boord van vliegtuigen gewerkt, dus pushte hij me om mijn kans te wagen.' Na verschillende proeven en een opleiding van drie maanden, begon Muriel in maart 1984 te vliegen. 'In eerste instantie dacht ik maar een jaar of twee te blijven, kwestie van kennis te maken met andere landen. Uiteindelijk ben ik gebleven omdat ik het leuk vond.' Haar geluk was dat de nieuwe stewards ingezet werden op de langeafstandsvluchten, legt de voormalige cabinechef uit, vooral naar Afrikaanse bestemmingen als Dakar, Abidjan, Lomé en Cotonou. 'Dat kwam me goed uit, Europa interesseerde me helemaal niet. (lacht) Ter plaatse konden we er via de lokale Sabena-club opuit trekken met de fiets of een 4x4 en altijd wel iets nieuws ontdekken. Omdat we die bijzondere ervaringen samen meepikten, was ik erg gehecht aan mijn collega's. Ook het contact met de passagiers betekende veel voor me, zeker in die dagen. Nu is dat ondenkbaar, maar wij konden echt de tijd nemen om ons over hen te ontfermen en al eens een langer gesprek te voeren.' Muriel was in Chicago toen ze van het faillissement hoorde. 'We werden er ontvangen door de Belgische consul, maar dat was vooral een droevige bedoening. Op de terugvlucht naar Brussel de volgende dag konden de bemanningsleden, maar ook de passagiers hun tranen nauwelijks bedwingen. Velen vertelden ons hoe verbonden ze zich voelden met Sabena, en dat ze zich van bij het boarden al een beetje in België waanden.' Met het faillissement verdwenen van de ene dag op de andere honderden collega's uit haar dagelijkse leven. 'Niemand had er rekening mee gehouden dat Sabena echt kon verdwijnen, dus hadden we ook onze contactgegevens niet uitgewisseld. Gelukkig heb ik velen nadien wel teruggevonden op de sociale netwerken. Zo kwamen onlangs nog twee ex-collega's op bezoek. Dan beseffen we wel dat we iets unieks hebben meegemaakt. Voor mij begon dat al met het woord 'Sabenien': andere luchtvaartmaatschappijen hebben geen term voor al hun werknemers, wij hadden die familienaam.' Twintig jaar al: hij kan het amper geloven, zegt Renaud, die vierentwintig was toen hij in 1998 copiloot werd bij Sabena. 'Mijn rouwproces heeft toch wel enkele jaren geduurd. Je maakt de eerste verjaardag mee, en vervolgens beleef je de tweede en de derde. De pijn slijt mettertijd en het leven gaat verder, maar in november komen de herinneringen nog altijd naar boven.' Veel van zijn voormalige collega's zijn tot vandaag getekend door de gebeurtenissen, weet Renaud. 'Ik werkte maar drieëneenhalf jaar bij Sabena, maar die hebben wel een diepe indruk op me gemaakt. Sabena was immers niet alleen een naam, maar een manier van werken. Voor mij was het bovendien mijn eerste baan, en dan nog bij de nationale luchtvaartmaatschappij. Ik heb zoals wellicht elke Sabena-piloot een jeugddroom in vervulling zien gaan - daar kom je achteraf niet zomaar van los.' Toen bij het faillissement meer dan duizend piloten zonder werk vielen, gooide Renaud het over een andere boeg in de wereld van de luchtverkeersleiding. 'Naast het vliegen heeft ook dat me altijd geboeid. Toch heeft het wel even geduurd voor ik mijn keuze volledig geaccepteerd had. Ook na Sabena had ik nog altijd veel contact met piloten die me voortdurend over hun geweldige ervaringen vertelden, terwijl ik een opleiding volgde en ondertussen het einde van mijn eigen pilotencarrière betreurde. De eerste jaren waren zeker niet de gemakkelijkste.' Vandaag is hij blij dat hij destijds de moed had om een nieuwe weg in te slaan. 'Ik ontdekte na verloop van tijd dat ik bepaalde aspecten van mijn werk leuk vond en heb nadien ook de nodige kansen gekregen. Spijt heb ik dus niet, zeker niet als ik zie hoe het beroep van piloot sindsdien geëvolueerd is. Ik heb het geluk gehad om enkele jaren mijn droom te kunnen beleven en nadien de juiste beslissingen te nemen - ik heb er vrede mee hoe alles gelopen is.'