Ik krijg een bericht van een millennial die haar haren in brand heeft gestoken tijdens een Zoomsessie-lunchyoga. 'Ik wou een kaars uitblazen', schrijft ze. 'Maar met een mondmasker wil dat niet goed lukken. De priester die ook aan de yogasessie deelnam, keek vreemd op toen ik Jeezes fucking christ riep.'
...

Ik krijg een bericht van een millennial die haar haren in brand heeft gestoken tijdens een Zoomsessie-lunchyoga. 'Ik wou een kaars uitblazen', schrijft ze. 'Maar met een mondmasker wil dat niet goed lukken. De priester die ook aan de yogasessie deelnam, keek vreemd op toen ik Jeezes fucking christ riep.' De anekdote typeert het jaar dat achter ons ligt, en dat soms tragisch en dan weer komisch was. Ik noem het: het jaar van de aandamping. Dat ik mij als brillende mens zo gehandicapt voelde, was geleden van toen ik ermee werd gepest op de lagere school. Naast het jaar van de aandamping, kun je 2020 ook het jaar van de eenzaamheid noemen. Vier op de tien Belgen hebben last van het verschijnsel, staat onder de Gentse stadshal op de stenen geschreven. In de krant stond dat honger en eenzaamheid veel op elkaar lijken. Onderzoekers scanden de hersenen van veertig vrijwilligers die een dag niet aten of niemand zagen. De eerste groep kreeg vervolgens beelden te zien van mensen die eten, de tweede van mensen die socializen. De hersengebieden die geactiveerd worden bij honger, blijken ook op te lichten bij mensen die zich alleen voelen. Gelukkig is eenzaamheid een verschijnsel waar ik als schrijvende mens al vroeg tegen gevaccineerd werd. Ik ben het gewoon om in mijn eentje op een stoel te zitten en te kijken naar de wereld, die op en neer danst als de Marie-Louise op een trouwfeest. Lukt het niet met het schrijven, dan pel ik een mandarijn om mijn honger te stillen. Ik leg de pitten opzij en tel er drieënveertig. Uit nieuwsgierigheid pel ik een tweede mandarijn, die geheel pitloos blijkt te zijn. Zo is het ook met jaren en met levens: de verdeling van de pitten is niet eerlijk. Nooit weet je vooraf hoeveel je er zal tegenkomen. Ondanks zijn hoge gehalte aan pitten, vond ik het afgelopen jaar boeiender dan de meeste andere. Ik denk dat ik beter gedij in tijden van echte problemen. Ze geven je de kans niet om je geest te laten afdwalen naar vermeende moeilijkheden. Het was een jaar vol uitdagingen en talrijke verrassingen. Ik speelde met mijn dochters een kaartspel waarin kittens ontploffen. Ik zat op een forum dat antwoord zocht op de vraag: how do you make chicken skin crispy?Ik keek naar First Dates en hoorde een man zeggen: 'Liefdesverdriet, dat voelt alsof er iemand in je zon staat.' Ik overwoog de aankoop van een Nilfisk GM80, in de hoop dat met de stofzuiger ook de sfeer van mijn jeugd meekwam. Om het jaar te besluiten, koop ik papieren kerstkaarten. Handgeschreven wensen vind ik nog altijd de echtste. Op een van de kaartjes staat een knalgele kanarie, vergezeld van de woorden: 'Fluit fluit het jaar is uit.' Korte teksten zijn vaak de indrukwekkendste. Op een ander kaartje hangt een mollige vrouw in een fauteuil die van de zon is verschoten. Naast haar staat een deerniswekkende kerstboom. De vrouw heft een glas met witte wijn die er flets uitziet. Haar kapsel is geblondeerd, het tapijt blauw en kamerbreed. Je ziet een stukje witte onderbroek dat volmaakt onbegeerlijk is. Bij de foto staat: 'Laat de Kerstman maar komen.' Hohoho, denk ik. Ik gooi drieënveertig pitten in de tuin en droom van mandarijnbomen die weelderig zijn.