De nieuwe lichting: hoe jonge designers spelen met grillige vormen en een randje punk

Objects of Desire, Pleun van Dijk. © GF / Nahmlos Bram van Dijk

Een nieuwe stroom van jonge ontwerpers kiest resoluut voor een stijl van rare konkels en gesmolten slierten. Hoewel menige veertigplusser dit zou klasseren onder de noemer ‘verregaande ironie’, zit er wel degelijk een boodschap achter. “Het visualiseert onze samenleving, die volledig dolgedraaid is.”

‘This is Neo-organism’, lezen we op Instagram als reactie op een werk van de jonge Franse maker Leo Orta (29). Het gaat om een paars bankstel met een vorm die het midden houdt tussen oude, gesmolten worteltakken en verstrengelde benen. En ja, daar ergens tussen die grillige vormen in kun je je achtersteven plaatsen. De term neo-organisme lijkt lang niet slecht gekozen. Ondanks de onnatuurlijke kleur ziet het meubel er bijzonder weefselachtig uit.

De esthetiek van Leo Orta kun je doortrekken naar die van een nieuwe generatie ontwerpers. Grillige, organische vormen zien we steeds vaker op designevents, zoals Collectible Brussel en Designweek Milaan. Ook de grote designgaleries exposeren dit soort werk. Leo Orta’s creaties zijn te koop bij Friedman Benda in New York, niet de minste. Andere makers in het genre zoals Audrey Large belanden in het Stedelijk Museum Amsterdam en bij Nilufar Gallery, de Milanese galerie van de flamboyante designgoeroe Nina Yashar. Bij ons duiken ze op bij Everyday Gallery, Atelier Ecru Gallery en Fracas Gallery.

Unnamed 3, Leo Orta.
Unnamed 3, Leo Orta. © GF / B.HUET-TUTTI
Nieuwe natuur

Dit neo-organisme – we gebruiken de term bij gebrek aan beter – is ook Aric Chen opgevallen. Hij is directeur van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam en was voordien creatief directeur bij Design Miami/Basel, zowat het grootste platform voor auteursdesign of collectible design zoals dat vandaag genoemd wordt.

“Tijdens mijn jaren bij Design Miami viel het me al op dat dit soort ontwerpen sterk aan het groeien is”, vertelt Chen. “Hoewel de insteek per designer kan verschillen, kun je een aantal gemeenschappelijke aspecten opmerken. Het eerste is een grote interesse in het concept van het antropoceen. Dat betekent dat wij ons in het (geologische) tijdperk bevinden waarin de mens de staat van de aardkluit en de atmosfeer bepaalt, eerder dan natuurlijke, geologische veranderingen. Deze designers ontwerpen objecten waarbij de grens tussen het natuurlijke en het artificiële vervaagt.” Met andere woorden, de ontwerpers creëren een nieuwe, man made natuur.

Chaise Oiseau, Leo Orta, 2022
Chaise Oiseau, Leo Orta, 2022 © beelden: GF

“De zeitgeist van deze ontwerpers ontsluit een gevoel van postinternet en postindustrialisatie”, gaat Chen verder. “Ze laten de industrie links liggen en werken tot in het extreme met de hand of met de computer, met zeer vrije vormen als resultaat.” Zoals de hierboven beschreven Leo Orta, die zich volledig loskoppelt van technologie, industrie en ratio. Hij kneedt grillige vormen puur vanuit intuïtie. “Ik probeer iets te brengen dat we niet meteen kunnen plaatsen”, aldus Orta.

Schoonheid staat voor velen gelijk aan herkenbaarheid. Voor mij geldt het omgekeerde.

Leo Orta

“Mijn werk is een gevolg van mijn verbeelding.” Fantasie, maar ook rebellie tegen de klassieke schoonheidsidealen. “Ik sta lijnrecht tegenover het perfect afgemeten, geometrische, architecturale gebouw. Schoonheid staat voor velen gelijk aan herkenbaarheid. Voor mij geldt het omgekeerde. Als ik een vorm herken, wordt het voor mij meteen zielloos.”

Nostalgie + dystopie

Orta richtte samen met andere, voornamelijk Franse ontwerpers het collectief Morph op, dat vorig jaar in Het Nieuwe Instituut een tentoonstelling kreeg na furore gemaakt te hebben in Milaan en China. Hun gemeenschappelijke vormentaal poneert een mysterieus beeld van verwilderde, digitale natuur. “Ons toekomstbeeld is dat van de dystopie”, zegt Orta daarover.

Leo Orta
Leo Orta © beelden: GF

Aric Chen: “Het lijkt wel alsof de ontwerpers de ruïnes van onze nabije toekomst visualiseren. Vergelijk het met films zoals Mad Max en Blade Runner. Het is de cyberpunk van vandaag.” Voor Nina Yashar zit er ook een zekere nostalgie in vervat, naar een wilde natuur die we in de toekomst zullen verliezen. “Daarbij zal de grote taak voor de toekomst bestaan uit het ontwerpen voor andere planeten en voor de metaverse. Deze vormentaal verkent in zekere zin deze nieuwe horizonten.”

Ondanks de esthetiek van de doemdenkende dystopie zijn de meeste designers inherent positief ingesteld. Maken impliceert opbouwen en niet afbreken, ook in figuurlijke zin. “Binnen de context van de dystopie proberen zij hun creativiteit bot te vieren”, aldus Chen. “De Israëlische Shahar Livne is daar een goed voorbeeld van. Zij zag dat wij in de toekomst wellicht versteend plastic zullen delven en is dat beginnen te gebruiken als grondstof voor haar ontwerpen.”

Meta Bowl #13, Audrey Large, 2021
Meta Bowl #13, Audrey Large, 2021 © GF
It’s the algorhythm, stupid

Opmerkelijk: die weefselachtige vormen zijn vaak geïnspireerd op digitale 3D-renders en worden nog vaker met 3D-software ontworpen. Een treffend voorbeeld is de Franse Audrey Large (28), die vorig jaar tijdens Dutch Design Week de Young Designer of the Year-award in de wacht sleepte. In een tijdperk dat sterk gedigitaliseerd is, stelt ze materialen en objecten in vraag.

“Computersoftware wordt haast altijd gebruikt om simulaties van de werkelijkheid te creëren”, zegt ze. “Maar waarom zou ik dat doen? Ik probeer een eigen alfabet te creëren.” Artificieel maar tegelijkertijd ook organisch. “Ambiguïteit interesseert me. Zijn deze objecten gemaakt door de mens of door de machine? Is het mooi of lelijk? Is het luxueus of goedkoop? Is het echt of digitaal?”

Audrey Large
Audrey Large © BEELDEN: GF / Alaa Abu Asad

Large print haar 3D-renders in 3D en vreemd genoeg zien de echte objecten er even digitaal uit. “Ik gebruik een bioplastic dat de mogelijkheid biedt om objecten in iriserende kleuren te printen, wat een onwerkelijk beeld schept.”

Ambiguïteit interesseert me. Zijn deze objecten gemaakt door de mens of door de machine? Is het mooi of lelijk? Echt of digitaal?

Audrey Large

Sommige ontwerpers donderen nog verder in de digitale konijnenpijp en laten het creatieve werk volledig aan de computer over. Zo dacht de Nederlandse Pleun van Dijk (30): wat als ik een samenwerking aanga met een algoritme? Van Dijk voerde duizend foto’s van seksspeeltjes in de computer en liet er het rekenkundig stelsel mee aan de slag gaan.

“Het algoritme leert gaandeweg wat de gemeenschappelijke kenmerken zijn van alle foto’s en produceert zo voortdurend nieuwe vormen”, vertelt ze. “Vergelijk het met een kind. Je toont het een auto en het leert de basiskenmerken ervan: vier wielen, een horizontale vorm… Vervolgens zal het kind nieuwe auto’s tekenen, die er wellicht zeer raar zullen uitzien.”

TP-TS-1122.mocap, Audrey Large, 2018
TP-TS-1122.mocap, Audrey Large, 2018 © BEELDEN: GF / Alaa Abu Asad
Plastic en andere zooi

De kans is groot dat u en ik de beschreven ontwerpen ronduit lelijk vinden. Maar weet dat het neo-organisme een reflectie is op ons omgaan met natuur en technologie. “Je ziet hoe we zijn opgegroeid met een grote hoeveelheid plastic en andere zooi”, stelt Van Dijk kordaat. “In principe tref je in de natuur heel wat grillige vormen”, vindt Leo Orta dan weer. “Die zou je dan allemaal als lelijk bestempelen? Een gemaaid gazon in de tuin, dat vind ik pas lelijk.”

Objects of Desire, Dataset 3, Sculpture 004. Pleun van Dijk.
Objects of Desire, Dataset 3, Sculpture 004. Pleun van Dijk. © beeld: GF / Nahmlos Bram van Dijk

“Tot nu toe was design bijzonder glad en afgelikt”, vat Chen het samen. “Nu is het ondertussen duidelijk dat heel dat modernistisch, cartesiaans en bauhausiaans denken de wereld om zeep heeft geholpen. We denken de wereld te kunnen controleren en te stroomlijnen. Dit hier is de tegenbeweging. Deze generatie vindt dat we andere vormen van kennis nodig hebben.”

We denken de wereld te kunnen controleren en te stroomlijnen. Dit hier is de tegenbeweging.

Aric Chen

Het neo-organisme laat niet alleen geometrie maar ook functionaliteit links liggen. “Wat ik doe behoort tot het veld van speculatief design; het verhaal is de functie”, zegt Van Dijk. “Verschillende van deze ontwerpen zijn gemaakt voor de metaverse of andere toekomstige digitale ruimten waar functionaliteit een zeer relatief begrip wordt”, legt Yashar uit. “Aan de andere kant willen veel jonge makers gewoon hun creativiteit botvieren. Zij verkiezen dit medium boven de schilder- of beeldhouwkunst.”

Pleun van Dijk
Pleun van Dijk © beeld: GF / Nahmlos Bram van Dijk

Waarom het medium design? Eenvoudig: omdat zij het gestudeerd hebben. “Wat mij betreft mogen de definities van kunst en design op de schop”, zegt Chen nog. “Design is uitgegroeid tot een veel breder platform voor experiment. De klassieke definitie ervan is een relikwie uit de twintigste eeuw. Voorheen was design een discipline die producten voortbracht. Kunst was de discipline van de ideeën. Dat is compleet omgeslagen.”

Design is als drager van de zeitgeist steeds belangrijker geworden. Deze ontwerpers zijn daar het bewijs van.

Leo Orta exposeert met Why do clouds cry? in La Patinoire Royale – Galerie Valérie Bach, Veydstraat 15 in Brussel tot 12/11. Meer info prvbgallery.com

Partner Content