Column

Amélie Rombauts

‘De kunst van het trager leven hebben kinderen meestal goed onder de knie’

Amélie Rombauts Journalist Knack Weekend

Het is weer druk, druk, druk. Voor kleuters, hun grootouders en iedereen daartussenin. Dat merk ik thuis, op straat en op het werk. Een dag extra in de week zou handig zijn, net als vierentwintig uur meer in het weekend. Want als een vriendin me belt of we eens kunnen afspreken, belanden we meteen – terwijl we ons om de beurt verontschuldigen – twee maanden verder op de kalender. We zijn hongerig, we zijn gulzig. Zelfs misschien een tikkeltje escapistisch. ‘Nu het nog kan’, het is een gedachte waar ik mezelf soms op betrap in de schaduw van al het onheil dat ik lees en hoor. En die nu wil ook niet zeggen straks. “Rustig!” blaast mijn puber met rollende ogen als ik haar aanmaan om zich te reppen. Je moet het hun nageven, de kunst van het trager leven hebben kinderen meestal goed onder de knie. Ik herinner me hoe mijn dochter vroeger minutenlang verwonderd kon blijven staren naar een paardenbloem tussen twee stoeptegels. Gewoon even stilstaan bij dat moment van kleur tussen al het grijs.

Je moet het hun nageven, de kunst van het trager leven hebben kinderen meestal goed onder de knie

Het druk kunnen hebben is geweldig en kostbaar, maar plotseling ook héél intens en oorverdovend luid. Een privilege dat er ook voor zorgt dat mensen er opvallend overprikkeld of -vermoeid bij lopen. Meer dan vroeger. Zo lijkt het niet alleen, maar is het ook. “Een gevolg van de frontale kwab in onze hersenen die lui werd omdat hij twee jaar onderprikkeld bleef”, legde psycholoog Gijs Coppens uit in De Morgen. Dan gaat het stuk grijze massa in ons hoofd die prikkels niet meer op dezelfde manier reguleren. Vandaar dat een avond in een volgeboekt restaurant na een hele dag in een landschapskantoor te hebben doorgebracht met je collega’s je meer uitput dan voordien, net als een simpel avondje tooghangen in het weekend. Prikkels doseren is het advies van de psycholoog.

Shanice Engel had geen pandemie nodig om tot dat besef te komen. Om haar drukke professionele leven aan te kunnen, liet ze voor zichzelf een prikkelarm interieur ontwerpen. Meer dan een bed, een zetel, een tafel en een paar stoelen zie je daar niet (p. 112).

Maar thuis is zeker niet voor iedereen een rustige plek. Soms wil je er ook van weg. Omdat het stof van een verbouwing op je wacht, je buren er kabaal maken of omdat je een broodnodige pauze wilt van je gezin. Dan kun je terecht op een stilteplek (p. 96). Sinds de coronacrisis heeft Ferm er meer dan 300 ingericht in ons land. Gent en Kortrijk hebben hun Onumenten, Mechelen een tijdelijke Sjel. Het zijn plekken waar iedereen terechtkan die nood heeft aan traagheid, troost of verbinding. Je kunt ook naar verdere oorden trekken om dat te vinden. Zoals Irwan Droog, die op een piepklein eiland ging wonen in Noorwegen (p. 104) of Claus Sendlinger, de hospitalitygoeroe achter het Design Hotels-label. Met zijn nieuwe concept Slow stampt hij traagheidsresorts uit de Mexicaanse, Spaanse en Portugese grond met de hulp van twee Belgische interieurarchitecten (p. 118).

Rust inplannen en grenzen stellen. Het is ook een van de wensen die Vincent Van Duysen en Gert Voorjans delen naar aanleiding van hun zestigste verjaardag (p. 42). Niet om uit te bollen, verre van, maar juist om gelukkig, evenwichtig en creatief te kunnen blijven doorgaan in de vele jaren die hun nog te wachten staan. Ann Demeulemeester deed het hun op haar manier voor. Vandaag neemt ze de vrijheid om te creëren waar ze goesting in heeft, en pas iets uit te brengen als het ook echt klaar is, zoals het geval is met haar gloednieuwe meubelcollectie. “Die traagheid is een luxe die ik vroeger nooit gekend heb”, zegt ze (p. 32).

Als ik mezelf en de wereld iets mag toewensen, is het dat die traagheid straks voor niemand meer een luxe is. Als kind kenden we het zeker, maar met de jaren zijn we het helemaal verleerd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content