Binnenkijken in Huis Everaert, de parel van Jacques Dupuis die ooit achter een hoge haag stond wegens ‘te lelijk’

© Nicolas Schimp
Jacinthe Gigou Kunsthistorica

Achter een imposante witte bakstenen muur gaat een licht interieur schuil dat levensvreugde uitstraalt. Het huis Everaert, gebouwd door Jacques Dupuis, is sinds de bouw in 1954 niet veranderd. De eigenaars leven er al 28 jaar in een ménage à trois met de architect.

De statigheid van de gevel slaat je met verstomming: een gigantische bakstenen muur met een zacht hellend dak, smetteloos wit. Dit huis, of eerder: deze sculptuur, bereik je via een loopbrug met een grafische, metalen leuning. Het decor wordt nog versterkt door de toegangsdeur waarboven een weerspiegelende, sculpturale luifel is geplaatst. Te klein om echt te beschermen tegen de regen, voorziet de luifel het huis veeleer van een identiteit, van karakter. In de namiddag trekt hij lange schaduwen op de gevel, in een zorgvuldig bestudeerd lichtspel. De constructie viel niet in de smaak bij de gemeente Ukkel in de jaren vijftig. “Het huis is echt lelijk en het doet de hele buurt er slecht uitzien”, lezen we in de brieven van de toenmalige burgemeester Jean Herinckx. Omwille van zijn lelijke smoel moest het huis tien meter van de straat worden gebouwd. Een gordijn van hoge bomen moest ervoor zorgen dat het uitzicht van voorbijgangers niet zou worden ‘bedorven’. Vandaag is de kijk op de architectuur volledig veranderd: voorbijgangers blijven geïntrigeerd staan en werpen bewonderende blikken. “Als we voor het huis staan, worden we vaak aangesproken door passanten”, vertelt het echtpaar, dat graag anoniem blijft. “Het is alsof het huis iets probeert te zeggen, maar dat het zijn mysteries niet meteen wil prijsgeven.”

de architect heeft de voordeur bekroond met een schuine, bijna barokke luifel. © Nicolas Schimp

Verzamelaarshuis

De oorspronkelijke eigenaar, Madeleine Everaert, was een verzamelaar met een passie voor moderne kunst. Vooral van avant-gardeschilders als Warhol en Rothko. Het was geen toeval dat zij voor de modernistische architect Jacques Dupuis (1914-1984) koos; zij deelden veel interesses waaronder kunst, literatuur en architectuur. Voor het ontwerp van haar huis werd mevrouw Everaert geadviseerd door Philippe Dotremont, ook een verzamelaar, en haar toenmalige partner. Ze bestelde een huis in Ukkel bestaande uit twee boven elkaar gelegen appartementen: een op de begane grond, waar ze zelf kon wonen, omringd door haar kunstwerken. Het andere, op de eerste verdieping, was bestemd voor verhuur, maar werd daar uiteindelijk nauwelijks voor gebruikt. Tegenwoordig bewonen de huidige eigenaars het complex als één huis. “Na onze professionele carrières waren we op zoek naar een nieuwe plek om te wonen. Maar onze moderne kunstvoorwerpen pasten niet bij de huizen die we bezochten. Tot op een dag een makelaar ons vertelde over een heel bijzondere plek. We kenden het werk van Dupuis niet toen we hier voor het eerst kwamen in 1994. Bij het eerste bezoek – op een vrijdag – zeiden we geen woord, maar terug thuis riepen we het allebei uit: ‘We moeten dit huis hebben!’” Maandag kochten ze het. Sinds 2009 prijkt het op de monumentenlijst. “We houden ervan onze vrienden hier te ontvangen, maar als ze komen, vragen we ons toch telkens af of ze voor ons komen of voor het huis”, lacht hij.

de woonkamer wordt verdeeld door een paar treden en een pilaar die strategisch is geplaatst. Buiten weerspiegelt een witte wand het zonlicht. © Nicolas Schimp

Open naar de wereld

Binnen worden we aangetrokken door het licht dat zich door de kamers verspreidt. De eigenaars hebben niets veranderd, alleen het witte tapijt werd vervangen door een houten vloer zoals Dupuis die in zijn andere bouwwerken gebruikte. Het vloerplan bestaat uit een opeenvolging van kamers, waarin rechte hoeken bijna afwezig zijn, het geheel is erg gericht naar buiten. Jacques Dupuis, die een groot humanist was, zag de open hoek als een metafoor voor openheid naar de wereld. “Het is een uiterst originele constructie”, besluit de eigenaar. Het interieur wordt gedomineerd door het contrast van zwart en wit, dat Dupuis dierbaar was, en heeft verfijnde afwerkingen, zowel in materialen als in vormen. Een veelhoekige pilaar in de woonkamer, koraalrode details op de trap, matwitte muren die contrasteren met de zwartgelakte plafondbetimmering.

het contrast tussen zwart en wit domineert het huis, evenals de schuine lijnen, twee handtekeningen van de architect. © Nicolas Schimp

Het hele huis is handgemaakt, niets is industrieel. De balustrades en leuningen zijn het werk van een ijzerwerker, de meubelen dat van een meubelmaker. Dupuis ontwierp de geïntegreerde meubelstukken, waaronder een zwart houten kast in de woonkamer en lichthouten kasten in de slaapkamers, tot in het detail. Het zijn vaste meubelen die zowel mooi als functioneel zijn. “Op negentigjarige leeftijd en na bijna dertig jaar hier te wonen, ontdek ik nog steeds nieuwe dingen in dit huis”, lacht de eigenaar. “Dupuis gebruikte geen luxueuze materialen, maar je voelt hier een buitengewone intellectuele luxe. Het huis dwingt ons om het te ontdekken vanuit materialiteit, als een vorm van spiritualiteit”, besluit hij. Het is duidelijk dat Dupuis met zijn esthetische keuzes de kunst verstond om te verrassen met materiaal. Hij creëerde er stof tot nadenken mee, maar ook verbeelding en dromen.

op de eerste verdieping wordt de woonkamer verlengd met een terras over de hele breedte om van de zon te genieten. © Nicolas Schimp

Jacques Dupuis

Jacques Dupuis (1914-1984) was een humanistisch en een getalenteerd en toegewijd architect.

Hij ontwierp openbare voorzieningen, scholen, kerken, sociale centra en een reeks eengezinswoningen in Brussel en Wallonië.

Hij ontwierp met name de Sint-Alenakerk in Sint-Gillis (1941-1951) en villa Le Parador in Sint-Pieters-Woluwe, voor zijn broer (1946).

Volgens historicus André Dartevelle “verwijzen zijn obsessie met witheid, de spanning tussen wit en zwart in zijn gebouwen, samen met zijn andere ingrepen allemaal naar zijn persoonlijke overtuiging, zijn revolte”.

Dupuis ontwierp vast meubilair, zoals de zwarte houten kast in de eetkamer. © Nicolas Schimp
de muren aan de trap zijn gemaakt van kale, ruwe en getextureerde bakstenen. Ze contrasteren met het koraalrode detail op de treden. © Nicolas Schimp

Partner Content