Vraag: wat hebben een Bengaalse tijger, Afrikaanse olifant en een aardappel met elkaar gemeen? Antwoord: ze zijn allemaal met uitsterven bedreigd. Zo waarschuwt Ann Tutwiler, directeur-generaal van het onderzoeksinstituut Bioversity International in The Guardian.
...

Vraag: wat hebben een Bengaalse tijger, Afrikaanse olifant en een aardappel met elkaar gemeen? Antwoord: ze zijn allemaal met uitsterven bedreigd. Zo waarschuwt Ann Tutwiler, directeur-generaal van het onderzoeksinstituut Bioversity International in The Guardian. De bevindingen van Tutwiler zijn niet vrolijk makend: tegen 2055 zal 22 procent van de wilde aardappelsoorten door de klimaatopwarming verdwenen zijn. Cacaoplanten zullen niet meer kunnen overleven in Ghana en Ivoorkust, landen die nochtans goed zijn voor zeventig procent van de globale productie. Tanzania heeft sinds 1960 vijftig procent minder van haar belangrijkste exportproduct - koffie - kunnen produceren en dat cijfer zal naar alle waarschijnlijkheid nog stijgen. Dat klinkt al behoorlijk dramatisch, maar volgens Tutwiler is het slechts een topje van de ijsberg: maar liefst 940 plantensoorten zijn met uitsterven bedreigd.Van de zevenduizend eetbare plantensoorten die er zijn, worden er maar dertig gebruikt om de wereldpopulatie te voeden, zo staat te lezen in het rapport van Bioversity International. Het overgrote deel - maar liefst drie kwart - van ons voedsel bestaat zelfs uit elf gewassen en vijf diersoorten, aldus het Vlaams infocentrum voor land- en tuinbouw. Dat maakt dat onze voedingsvoorziening behoorlijk in het gedrang zou komen als daar zelfs maar een soort van zou uitsterven. Dat is vandaag overigens al waarneembaar op vlak van de banaan, de wereldwijd meest gegeten vrucht. Hoewel er honderden rassen bestaan, hebben boeren over de hele aardbol alles ingezet op een soort: de Cavendish. Nu dat ras zwaar te lijden heeft onder een agressief oprukkende schimmelziekte en plantage na plantage moet stoppen, is het voortbestaan van de banaan in het algemeen al lang geen zekerheid meer. De boodschap van Tutwiler is duidelijk: 'Agrobiodiversiteit - de eetbare planten- en diersoorten waarmee ieder van ons zich voedt - houdt de sleutel tot voedselzekerheid in handen. Maar we slagen er maar niet in die te beschermen en grijpen het potentieel om ons voedselsysteem beter te maken niet aan.'Op Vilt nuanceert professor plantenbiotechniek Wannes Keulemans (KU Leuven) de onheilsboodschap: 'Dat soorten binnen afzienbare tijd zullen verdwijnen, is een feit. Maar of het allemaal zo dramatisch zal zijn, weet ik niet. De temperatuurstijging zal er ook voor zorgen dat bepaalde gewassen beter gedijen.'In haar tweehonderd pagina's tellend rapport stelt Bioversity International toch enkele mogelijke oplossingen voor om de voedselzekerheid ook voor de komende generaties te vrijwaren, gaande van een verandering in dieet, over een duurzamer productiesysteem, tot een beter beheer en verdeling van lokale zaden aan lokale boeren. Een ding hebben alle maatregelen gemeen: er zou meer aandacht naartoe moeten gaan en dat mag niet meer lang op zich laten wachten, willen we honger voorkomen.