Het is zomer, de tijd dat iedereen hevig gaat diëten. Al die overtollige kilo's van in de winter moeten eraf, want je lijf zal en moet #bikiniready zijn. Je gaat naar de diëtist, of je begint je dieet op eigen houtje. Om jezelf te motiveren, scroll je wat door Instagram. Je zoekt een oplossing, liefst een dieet dat resultaat garandeert en zo snel mogelijk werkt.
...

Het is zomer, de tijd dat iedereen hevig gaat diëten. Al die overtollige kilo's van in de winter moeten eraf, want je lijf zal en moet #bikiniready zijn. Je gaat naar de diëtist, of je begint je dieet op eigen houtje. Om jezelf te motiveren, scroll je wat door Instagram. Je zoekt een oplossing, liefst een dieet dat resultaat garandeert en zo snel mogelijk werkt. Vervolgens kuis je je eetpatroon op: koekjes en zoete snacks schrap je sowieso. Misschien moet je ook twee maaltijden per dag eten, in plaats van drie. 'Drink 's ochtends een fruitsmoothie', zegt je favoriete influencer. Maar de populairste bodybuilder zegt dat je toch echt met fruit moet opletten. Een week later ben je het beu, je maag knort en je ziet wazig. Je gaat aarzelend en met klammende handen op de weegschaal staan, je durft amper te kijken. Net geen vijf gram afgevallen, proficiat.Dit scenario keert jaarlijk terug in mijn leven, al sinds mijn twaalfde. Ik greep als tiener roekeloos naar de appetijtelijke koekjes op de speelplaats, zonder echt stil te staan of de suiker in mijn Kinder Bueno überhaupt gevaarlijk kon zijn voor me. Wanneer mijn moeder mij na de lesuren met haar overheerlijke, hartige maaltijden wilde verwennen, liet ik ze links staan. Wie afgelopen maanden het nieuws volgde, weet ongetwijfeld hoe suiker nu officieel wordt bestempeld als 'het nieuwe roken'. De band tussen suiker en kanker werd onlangs door Belgische wetenschappers nog blootgelegd. Als zwaar suikerverslaafde besloot ik dat tien jaar snoepen genoeg was en dat het tijd was om volledig te stoppen. 'Ach, het zal best meevallen', maakte ik mezelf wijs. Maar dat was een understatement, bleek later. Ik doe een eerste voorzichtige poging om suikervrije producten te kopen bij de supermarkt. Voedselwaakhond Foodwatch waarschuwde afgelopen jaar dat zeventig procent van wat in onze rekken ligt sterk bewerkt is en dus ook veel suikers bevatten. Diëtiste Elise Vanholme, gespecialiseerd in het afkicken van suiker, geeft mij alvast de nodige portie kennis om de juiste inkopen te doen, want verpakkingen kunnen, zo blijkt, uiterst misleidend zijn. 'Vooral light- en melkproducten bevatten meer suikers dan je zou denken', waarschuwt ze. 'Je zou denken dat Alpro-producten bijvoorbeeld gezonder zijn, maar ook daarin zitten suikers in overvloed.'Die dag leerde ik dat verpakkingen lezen een kunst op zich is: ingrediënten met lange namen op de inhoudslijst zijn volgens de diëtiste al geen goede teken. 'Hoe korter de ingrediëntenlijst, hoe beter en natuurlijker je product ook is.' Wil je een drankje kopen en staat op je label suiker op de eerste rij? Weet dan dat je middel voor een groot deel uit suiker bestaat. Weet ook dat suiker zich in vele namen vermomt. Karine Hoenderdos, auteur van het boek 'Diabetes type 2? Maak jezelf beter', ontmaskert de vele termen die synoniem staan voor suiker: appelstroop, lactose, glucose-fructosestroop, invertsuiker, moutextract, geconcentreerd perensap zijn enkele van de 151 schuilnamen. Diëtiste Vanholme zegt dat je ook best alle nepsuikers kan proberen te vermijden: 'Ook dat is geen goede alternatief, met nepsuikers als sucralose sla je vetten op in je lichaam.'Heb je moeite om die Latijnse benamingen te ontrafelen? 'Bekijk zeker het kadertje van honderd gram, dat is overzichtelijker. Als je daar dertig gram suiker in hebt, wil dat zeggen dat een derde van je product eigenlijk gewoon suiker is. Dat is gewoon meer dan wat je dagelijks nodig hebt', vertelt de diëtiste. 'Je kunt het ook altijd omzetten naar suikerklontjes: één suikerklontje weegt ongeveer vijf gram. Een mager potje yoghurt bevat al snel vijftien à zestien gram suikers, omgerekend zijn dat dus drie suikerklontjes.' Door de regelmatige, tijdrovende bezoeken naar de supermarkt en mijn ellenlange zoektocht naar de juiste voeding zakt de moed mij toch een beetje in de schoenen. Zoals de diëtiste mij het aanraadt, koop ik verse, natuurlijke, en - voor zover het kan - ook onbewerkte producten. Een breed aanbod aan groenten, fruit, noten en suikervrije granen, maar ook vlees, vis en eieren maken deel uit mijn nieuwe dieet. Met één hand in de kookpot en mijn ander hand scrollend door het recept op mijn scherm, ga ik klunzig maar trots aan de slag om mijn kookskills te ontplooien. Mijn moeder, de kookprinses van het huis, corrigeert me regelmatig al grijnzend vanuit de hoek van de kamer. 'De uitjes zijn te dik gesneden, zet je vuur wat lager.' Wat zou ik zonder haar moeten? Na de tweede dag word ik duizelig en nog voor dezelfde avond valt, begint mijn hoofd te bonken van de pijn. De daaropvolgende dagen valt mijn concentratie tijdens gesprekken helemaal weg, ik raak moeilijk uit mijn woorden. Op willekeurige momenten trillen mijn handen en ga ik absurd veel zweten. 'Je lijkt haast een junkie met afkickverschijnselen. Ik heb je nog nooit zo nors gezien', grapt een vriendin. Ze heeft gelijk, de misselijkheid en de hoofdpijn doen me bij momenten bijna zwijmen. Ik val voortdurend en overal in slaap, spendeer dagelijks uren in de keuken en als kers op de taart heb ik nog steeds trek in zoetigheden. Vrolijk word je daar niet van. Dat beaamt ook de diëtiste: 'Het is normaal dat je afkickverschijnselen krijgt. Je moet daarmee leren omgaan. Het is vooral een kwestie van bewustwording: je lichaam reageert anders op voeding.' Vier weken na het begin voelt mijn nieuwe levensstijl eindelijk een beetje haalbaar aan, wellicht omdat ik er doorgaans twee uur per dag voor opoffer. Als surplus ken ik alle synoniemen van suiker en nepsuikers vanbuiten. Ik kan de versheid van fruit bepalen door erop te kloppen, net als mijn moeder, daar ben ik erg trots op. Het voorbijwandelen van een chocoladewinkel of een wafelstandje voelt niet meer als een nachtmerrie aan. De moeite begint zijn vruchten af te werpen, ik ben twee kilo afgevallen, heb geen last meer van energiedippen of acné en voel me doorgaans heel relaxed.Wanneer de zesde week aanbreekt en mijn budget groter is dan gewoonlijk, begint mijn low cost life mij zelfs stilaan te bevallen. Geen tussendoortjes meer bij de Panos, geen repen Tony's chocolade om de verveling te doden. Mijn onstilbare trek voor de zoete zonde is eindelijk wat gedimd, maar wanneer de overweldigende geur van chocolade mij op een onverwachte moment overvalt, sta ik toch op het randje te bezwijken. Volgens diëtiste Elise Vanholme is dat volkomen normaal: 'Suiker is uiterst verslavend. De kans dat je er weer zin in krijgt nadat je bent afgekickt, is vrij groot. Je moet daarom ook bewuste keuzes maken, ook wanneer je afgekickt bent.'Die bewustwording is een fulltimejob, besef ik iets later. Wanneer je een dag de keuken wil inruilen voor een romantisch etentje met je vriend of vriendin, wanneer je collega's je trakteren op lekkernijen en zelfs wanneer je op terras wil zitten. Er is niets zo ongezellig als een glas water drinken terwijl de anderen een strawberry Daiqiri of Bellini sippen. Ik raak gefrustreerd en het voelt als een straf. Mijn geduld raakt stilaan op. Het mag volgens Elise Vanholme de bedoeling niet zijn dat het als een straf aanvoelt: 'Helemaal niks van suiker eten is niet realistisch. Het suikerloze dieet is vooral bedoeld als wake-upcall. Je kunt suiker niet helemaal uitsluiten, maar wel voor alternatieven kiezen en je bewust worden van de hoeveelheid suiker die je normaal binnenspeelt.' Ik probeer haar wijze woorden in me op te nemen en reflecteer over de voorbij zes weken.Welgeteld zeven dagen later krijg ik een pakje Bueno in mijn handen geduwd. Ik twijfel, staar een tijdje naar het pakje in mijn handen en probeer me te herinneren hoe die heerlijke chocolade proeft. 'Ach, het valt best mee. Zo lekker is chocolade nu ook weer niet', maak ik mezelf wijs. Ook dat was een understatement, nog nooit proefde een chocoladereep zo buitengewoon heerlijk.