Eten is heerlijk. Het zien en helpen groeien is pure mindfulness, het bereiden is kunst en er samen van genieten is de ultieme activiteit om mensen met elkaar te verbinden. Toch komen er vandaag een aantal uitdagingen op ons af als het gaat over eten. Enkele ideeën die daar een antwoord op moeten bieden.

1. Ons dieet gezonder, gezelliger en groener maken

Er heerst vandaag heel wat onduidelijkheid over hoe gezonde voeding eruit ziet. Dat merk je niet alleen aan de cijfers van voedingsgerelateerde aandoeningen, maar ook aan de verschillende, haast religieuze benaderingen van voedsel, waarbij de ene voedingsgroep verketterd wordt en de andere opgehemeld. De boodschap van diëtisten - van alles wat en alles met mate - bevat voor heel wat mensen te weinig concrete handvaten en dus werd er iets als de Nutri-Score in het leven geroepen. Die zou duidelijk moeten maken wat gezond is en wat niet, maar is niet zaligmakend, omdat een maaltijd doorgaans bestaat uit meerdere ingrediënten.

Een goede leidraad om gezond te eten, is om je bord bij de warme maaltijd minstens voor de helft te vullen met groenten. Ook fruit en noten moeten meer op ons menu. Dat past bovendien nog eens binnen het bredere plaatje, want steeds meer wetenschappers in verschillende onderzoeksvelden zijn het erover eens: we moeten meer groenten, fruit en peulvruchten eten, en schrappen in onze vleesconsumptie. Daarmee zijn we in België al bezig, maar we zijn er nog niet.

Een andere maatstaf die je kan gebruiken om gezond te eten is: blijf zoveel mogelijk weg van ultrabewerkt voedsel. Die bevatten ingrediënten die je lichaam niet nodig heeft en maken het eten van calorierijke voeding wel héél gemakkelijk. Zin in koekjes? Bak ze dan zelf! Zo weet je niet alleen wat erin gaat, maar creëer je ook een drempel waardoor ongezond eten net iets moeilijker wordt. Bovendien zal je er ook meer van genieten omdat ze met liefde gemaakt zijn én pakken lekkerder dan de fabrieksvariant.

Een derde manier om gezonder te eten zit vervat in gezelschap. Het maakt gelukkig, zet meer aan tot zelf koken en door de conversatie eet je vaak trager.

2. Voedselverspilling actief tegengaan

Het is moeilijk om te berekenen hoeveel voedsel er daadwerkelijk verspild wordt. Afhankelijk van de onderzoeksmethode spreken we over een derde van al het geproduceerd voedsel, een waarde van vierhonderd miljard dollar per jaar of 173 kilogram per Belg per jaar. Hoeveel het preciés is, is dus moeilijk te zeggen, maar zeker is dat de hoeveelheid nodeloos verspild voedsel aanzienlijk is.

Voedselverspilling gebeurt in elke schakel van de keten. Producenten, winkels en consumenten moeten dan ook samenwerken om de verspilling terug te dringen. De laatste jaren staan al heel wat organisaties op die bijvoorbeeld afgekeurde groenten en fruit verwerken in dips of alsnog een koper vinden voor maaltijden die dreigen te vervallen. Dergelijke initiatieven worden bij ons in de verf gezet door de Food Waste Awards van organisatie FoodWIN, een door Vlaanderen gesubsidieerde organisatie die inzet op verspillingsarme innovatie.

Ook op kleinere schaal kan het verschil gemaakt worden. Zo serveert het Nederlandse restaurant Meat telkens maar één koe tegelijk, waardoor gasten 'verplicht' worden ook minder bekende delen van het beest te eten. Tenslotte kan ook jij in je eigen keuken je steentje bijdragen, want huishoudens hebben zeker ook hun aandeel.

3. Jong geleerd is oud gedaan

Goed eten is iets wat je moet leren en dat begint al bij het prille begin. Onderzoek toont steeds meer het belang van 'de eerste duizend dagen' aan, de periode tussen de verwekking van een kind en het moment dat het twee jaar oud wordt. Via gezonde voeding van de moeder krijgt een baby in de baarmoeder bouwstenen mee voor de rest van zijn leven en smaakontwikkeling en een gezond eetpatroon kunnen al beginnen bij de melkvoeding en de allereerste vaste maaltijden.

De Wereldgezondheidsorganisatie stipt aan dat een gezonde voeding voor jonge kinderen op termijn zowel ondervoeding als obesitas zal doen verminderen, en laat dat net twee grote uitdagingen zijn in de hele wereld. Ook op iets latere leeftijd kunnen kinderen een erg belangrijke rol spelen. Met gezonde schoolmaaltijden kan je immers niet alleen kinderen aanleren hoe goede voeding eruitziet, maar bereik je indirect ook de ouders.

4. Lokaal en via korte keten kopen

De absurditeit die het globaal voedselsysteem soms aanneemt, wordt regelmatig aangetoond met het voorbeeld van boontjes uit Kenia, terwijl die bij ons ook perfect groeien. Heel wat voedsel legt een lange weg af voor het op ons bord terechtkomt. Dat transport zorgt niet alleen voor meer uitstoot, het zorgt er soms ook voor dat aan de andere kant van de wereld moderne slaven worden ingezet voor ons voedsel, terwijl boeren bij ons geen afzetmarkt vinden voor hun producten, waardoor die dan weer verscheept worden naar de andere kant van de wereld.

Dat kan anders, aldus verdedigers van de korte keten. Door meer rechtstreeks bij de boer om de hoek te kopen, kan je als consument het huidige systeem flink door elkaar schudden. Boeren houden zo meer over aan hun product, waardoor ze meer financiële ademruimte krijgen en ze bijvoorbeeld ook meer kunnen werken aan het vijfde idee.

5. Op zoek gaan naar andere manieren van voedselproductie

Steeds meer mensen worden het erover eens dat onze manier van aan landbouw doen significante nadelen met zich meebrengt. De grond raakt stilaan uitgeput. Watervoorziening is anno 2020 geen onomstootbare zekerheid meer. Bestrijdingsmiddelen maken het insecten erg moeilijk en zonder bestuivers komen er ook geen vruchten. Door telkens te kiezen voor een industriële teelt van één soort (of het nu bananen of koeien zijn), stel je je kwetsbaar op voor ziekten. De uitdagingen zijn legio, net als de alternatieve landbouwvormen die vandaag geopperd worden.

Zullen we hét antwoord moeten gaan zoeken in boeren in de stad? Zullen bossen ons voedsel van morgen opleveren? Of is agro-ecologie de manier waarop we wachten? Er wordt druk geëxperimenteerd met allerlei vormen, maar zeker lijkt dat de landbouw opnieuw een betere aansluiting zal moeten vinden bij de natuur. Of, zoals het ook her en der klinkt, op zijn minst plaats zal moeten maken voor meer natuur, door net nog intensiever te worden in minder boerderijen.

6. Diversiteit omarmen

Want daar is quasi iedereen het over eens: de teloorgang van de natuur wordt ook nefast voor de mens. Vandaag zijn er 68 procent minder plant- en diersoorten op de aarde dan vijftig jaar geleden. Milieuorganisaties kijken voor de oorzaken onder meer naar de voedingsindustrie. Die leidt op de manier waarop ze vandaag georganiseerd is nog al te vaak tot ontbossing, wat soorten in moeilijkheden brengt.

Bovendien is ook ons dieet angstvallig uniform geworden. Mensen halen wereldwijd negentig procent van alle voedingsenergie uit slechts vijftien planten- en acht diersoorten. Dat is nefast, want het is net biodiversiteit die ons en de planeet gezond houdt. En dan vergeten we nog even dat het ook gewoon veel leuker is om te kunnen experimenteren met onbekendere soorten.

Eten is heerlijk. Het zien en helpen groeien is pure mindfulness, het bereiden is kunst en er samen van genieten is de ultieme activiteit om mensen met elkaar te verbinden. Toch komen er vandaag een aantal uitdagingen op ons af als het gaat over eten. Enkele ideeën die daar een antwoord op moeten bieden. Er heerst vandaag heel wat onduidelijkheid over hoe gezonde voeding eruit ziet. Dat merk je niet alleen aan de cijfers van voedingsgerelateerde aandoeningen, maar ook aan de verschillende, haast religieuze benaderingen van voedsel, waarbij de ene voedingsgroep verketterd wordt en de andere opgehemeld. De boodschap van diëtisten - van alles wat en alles met mate - bevat voor heel wat mensen te weinig concrete handvaten en dus werd er iets als de Nutri-Score in het leven geroepen. Die zou duidelijk moeten maken wat gezond is en wat niet, maar is niet zaligmakend, omdat een maaltijd doorgaans bestaat uit meerdere ingrediënten. Een goede leidraad om gezond te eten, is om je bord bij de warme maaltijd minstens voor de helft te vullen met groenten. Ook fruit en noten moeten meer op ons menu. Dat past bovendien nog eens binnen het bredere plaatje, want steeds meer wetenschappers in verschillende onderzoeksvelden zijn het erover eens: we moeten meer groenten, fruit en peulvruchten eten, en schrappen in onze vleesconsumptie. Daarmee zijn we in België al bezig, maar we zijn er nog niet. Een andere maatstaf die je kan gebruiken om gezond te eten is: blijf zoveel mogelijk weg van ultrabewerkt voedsel. Die bevatten ingrediënten die je lichaam niet nodig heeft en maken het eten van calorierijke voeding wel héél gemakkelijk. Zin in koekjes? Bak ze dan zelf! Zo weet je niet alleen wat erin gaat, maar creëer je ook een drempel waardoor ongezond eten net iets moeilijker wordt. Bovendien zal je er ook meer van genieten omdat ze met liefde gemaakt zijn én pakken lekkerder dan de fabrieksvariant.Een derde manier om gezonder te eten zit vervat in gezelschap. Het maakt gelukkig, zet meer aan tot zelf koken en door de conversatie eet je vaak trager. Het is moeilijk om te berekenen hoeveel voedsel er daadwerkelijk verspild wordt. Afhankelijk van de onderzoeksmethode spreken we over een derde van al het geproduceerd voedsel, een waarde van vierhonderd miljard dollar per jaar of 173 kilogram per Belg per jaar. Hoeveel het preciés is, is dus moeilijk te zeggen, maar zeker is dat de hoeveelheid nodeloos verspild voedsel aanzienlijk is. Voedselverspilling gebeurt in elke schakel van de keten. Producenten, winkels en consumenten moeten dan ook samenwerken om de verspilling terug te dringen. De laatste jaren staan al heel wat organisaties op die bijvoorbeeld afgekeurde groenten en fruit verwerken in dips of alsnog een koper vinden voor maaltijden die dreigen te vervallen. Dergelijke initiatieven worden bij ons in de verf gezet door de Food Waste Awards van organisatie FoodWIN, een door Vlaanderen gesubsidieerde organisatie die inzet op verspillingsarme innovatie. Ook op kleinere schaal kan het verschil gemaakt worden. Zo serveert het Nederlandse restaurant Meat telkens maar één koe tegelijk, waardoor gasten 'verplicht' worden ook minder bekende delen van het beest te eten. Tenslotte kan ook jij in je eigen keuken je steentje bijdragen, want huishoudens hebben zeker ook hun aandeel. Goed eten is iets wat je moet leren en dat begint al bij het prille begin. Onderzoek toont steeds meer het belang van 'de eerste duizend dagen' aan, de periode tussen de verwekking van een kind en het moment dat het twee jaar oud wordt. Via gezonde voeding van de moeder krijgt een baby in de baarmoeder bouwstenen mee voor de rest van zijn leven en smaakontwikkeling en een gezond eetpatroon kunnen al beginnen bij de melkvoeding en de allereerste vaste maaltijden. De Wereldgezondheidsorganisatie stipt aan dat een gezonde voeding voor jonge kinderen op termijn zowel ondervoeding als obesitas zal doen verminderen, en laat dat net twee grote uitdagingen zijn in de hele wereld. Ook op iets latere leeftijd kunnen kinderen een erg belangrijke rol spelen. Met gezonde schoolmaaltijden kan je immers niet alleen kinderen aanleren hoe goede voeding eruitziet, maar bereik je indirect ook de ouders.De absurditeit die het globaal voedselsysteem soms aanneemt, wordt regelmatig aangetoond met het voorbeeld van boontjes uit Kenia, terwijl die bij ons ook perfect groeien. Heel wat voedsel legt een lange weg af voor het op ons bord terechtkomt. Dat transport zorgt niet alleen voor meer uitstoot, het zorgt er soms ook voor dat aan de andere kant van de wereld moderne slaven worden ingezet voor ons voedsel, terwijl boeren bij ons geen afzetmarkt vinden voor hun producten, waardoor die dan weer verscheept worden naar de andere kant van de wereld.Dat kan anders, aldus verdedigers van de korte keten. Door meer rechtstreeks bij de boer om de hoek te kopen, kan je als consument het huidige systeem flink door elkaar schudden. Boeren houden zo meer over aan hun product, waardoor ze meer financiële ademruimte krijgen en ze bijvoorbeeld ook meer kunnen werken aan het vijfde idee.Steeds meer mensen worden het erover eens dat onze manier van aan landbouw doen significante nadelen met zich meebrengt. De grond raakt stilaan uitgeput. Watervoorziening is anno 2020 geen onomstootbare zekerheid meer. Bestrijdingsmiddelen maken het insecten erg moeilijk en zonder bestuivers komen er ook geen vruchten. Door telkens te kiezen voor een industriële teelt van één soort (of het nu bananen of koeien zijn), stel je je kwetsbaar op voor ziekten. De uitdagingen zijn legio, net als de alternatieve landbouwvormen die vandaag geopperd worden. Zullen we hét antwoord moeten gaan zoeken in boeren in de stad? Zullen bossen ons voedsel van morgen opleveren? Of is agro-ecologie de manier waarop we wachten? Er wordt druk geëxperimenteerd met allerlei vormen, maar zeker lijkt dat de landbouw opnieuw een betere aansluiting zal moeten vinden bij de natuur. Of, zoals het ook her en der klinkt, op zijn minst plaats zal moeten maken voor meer natuur, door net nog intensiever te worden in minder boerderijen. Want daar is quasi iedereen het over eens: de teloorgang van de natuur wordt ook nefast voor de mens. Vandaag zijn er 68 procent minder plant- en diersoorten op de aarde dan vijftig jaar geleden. Milieuorganisaties kijken voor de oorzaken onder meer naar de voedingsindustrie. Die leidt op de manier waarop ze vandaag georganiseerd is nog al te vaak tot ontbossing, wat soorten in moeilijkheden brengt. Bovendien is ook ons dieet angstvallig uniform geworden. Mensen halen wereldwijd negentig procent van alle voedingsenergie uit slechts vijftien planten- en acht diersoorten. Dat is nefast, want het is net biodiversiteit die ons en de planeet gezond houdt. En dan vergeten we nog even dat het ook gewoon veel leuker is om te kunnen experimenteren met onbekendere soorten.