'Beste mensen, de volgende weken is er geen verkoop van gamba's. Ze moeten nog wat groeien. We houden je op de hoogte.'
...

'Beste mensen, de volgende weken is er geen verkoop van gamba's. Ze moeten nog wat groeien. We houden je op de hoogte.' We treffen Eric De Muylder op een slecht moment. Zoals de gambakweker uit Ternat enkele weken terug al aankondigde op zijn Facebookpagina zit hij nog steeds zonder larven. En dus ook zonder verkoopbare gamba's. Allemaal de schuld van de Amerikanen! Enfin, deels toch. 'Een van die leveranciers waarmee ik werk is deels vernietigd door een orkaan en de andere Amerikaanse producent werkt met oneerlijke contracten', vertelt De Muylder. 'Daar wil ik dus niet mee samenwerken. En ja, nu zit ik bijgevolg zonder larven.'Als enige gambakweker in België kan de Brusselaar ook niet gaan aankloppen bij collega's voor hulp. Dat is lastig, gezien de Europese wetgeving bijzonder streng is over de import van gambalarven, zo blijkt. 'We mogen enkel uit Amerika importeren - en binnen Europa natuurlijk', legt de kweker uit. 'Binnen Europa waren er tot voor kort echter geen larvenkwekerijen. Dus moesten we wel uit Amerika invoeren, ook al waren die resultaten niet geweldig. Het goede nieuws is dat ik in december wel een proeflevering heb gekregen uit Italië, en die geeft goede resultaten. Maar die gaan waarschijnlijk pas terug in april kunnen leveren.'Waarom gamba's kweken in een land als België, horen we u al denken? Door een job voor een dierenvoederfabrikant in de Seychellen kwam hij in contact met garnalenkwekers wereldwijd. Jarenlang bouwde De Muylder expertise op en in 2006 werd hij uiteindelijk consultant voor zowel garnalenvoer als -kweek. In 2014 waagde De Muylder vervolgens de sprong: hij begon hij zijn eigen kwekerij. 'Na een succesvolle test of ik garnalen kon kweken zonder hun water te moeten verversen, besloot ik ervoor te gaan. Gamba's kunnen namelijk makkelijk hun biotoop zelf onderhouden, in tegenstelling tot gekweekte vissen.''Zie je dat water?' We staan in een grote serre achter De Muylders huis. Hij wijst naar het licht troebele kweekbad waarin een dertigtal gamba's rondzwemmen. Door de warmte van het water, zo'n 27 graden, dampt onze cameralens prompt aan. 'Het water is net zoals in de zee een beetje geelachtig en zit vol organische stoffen. Dat noemen we biovlokken, oftewel bacteriën die het water proper maken. Alle tanks die je hier ziet, worden eigenlijk niet ververst. In de biovlokken zit plankton, die op hun beurt die bacteriën opeten. En die garnalen eten dan weer die plankton op. Zo maken we een kopie van de natuur op een gecontroleerde manier en krijg je een vorm van recyclage.' De kweker zoekt naar een vergelijking. 'Zoals een koe die kakt op haar veld en zo het gras terug bemest, eigenlijk. Bij vissen is dat anders: daar blijven die vlokken aan hun kieuwen plakken en zo gaan ze dood.'Die kweekmanier viel in de smaak bij het publiek, vertelt De Muylder trots. En dat mag u behoorlijk letterlijk nemen: 'Ik liet ze aan verschillende restaurantuitbaters proeven. "Dit is beter dan wat we ooit al in de winkel kochten", klonk het. Eerst wilde ik daarom concurreren met de ingevoerde garnalen, maar dat bleek te moeilijk door de hoge kosten. Toen besefte ik: als je een uniek product hebt, hoef ik niet op te boksen tegen de Aziatische markt. Eender wie proeft het verschil, daarvoor hoef je geen kenner te zijn. Garnalen uit de winkel zijn vaak wat caoutchouc of plat. Bij mij niet. Ze blijven krokant en het vocht blijft er mooi in als je ze bakt, in tegenstelling tot de bevroren variant.''Bij een diepgevroren biefstuk loopt de smaakt uiteindelijk ook gewoon uit het vlees, hé? Dat is hetzelfde.' Terwijl de garnalenboer lacht, passeert een van zijn werknemers met een schaaltje schaaldieren. 'Hij gaat de mama'kes echte mosselen geven, want die moeten krachtvoer krijgen', merkt de kweker op. Na het debacle met de Amerikaanse leveranciers begon de garnalenboer immers ook zelf met het kweken van larven om in de toekomst minder op een muur te botsen. 'In principe is het niet moeilijk om zelf larfjes te kweken, maar ik heb er gewoon geen ervaring in. Daarom ben ik nu nog een beetje aan het uitzoeken hoe ik alles moet doen. Je kan de theorie kennen, maar in de praktijk is het toch nog iets anders. De gamba's moeten acht à negen maanden oud zijn om zich te kunnen voortplanten. De garnalen die ik nu heb zijn nog iets te jong om mee verder te kweken.'Maar hij zal wel moeten, vertelt De Muylder, want de geïmporteerde larfjes trekken de lange reis moeilijk. 'Je moet weten: die zijn ongeveer negen millimeter als ze naar hier komen. Ze worden in een doos met zuurstof op het vliegtuig gezet, in gekoeld water zodat ze niet te actief zijn. Maar dat geeft hen toch veel te veel stress. Die beesten zijn beschadigd. De kwaliteit van de gamba's die overleven is oké, maar er overleven er gewoon te weinig. Daarom ben ik zelf ook bezig met hen te kweken omdat ik ook wel zie dat ik anders mijn boetiek beter dicht kan doen. Ik heb geen zin om op die manier verder aan te modderen.''Als ik het geweten had, zou ik vanaf het begin een eigen larvenkwekerij hebben', zucht hij. 'Als je alles op voorhand weet, is het gemakkelijk natuurlijk. Maar ik geloof er nog altijd in hoor!'Waarom zijn er dan zo weinig gambakwekers? 'Het is geen evidente job. Naast een grote investering is het technisch niet eenvoudig met de overlevingskansen van de dieren. Er zijn daardoor regelmatig kwekerijen die ermee stoppen. Het is letterlijk het probleem van het kip en het ei: zolang er niet veel kwekerijen zijn, zullen ook niet veel larven gekweekt worden, maar zonder larven komen er ook geen nieuwe kwekerijen.'Zijn 'oogst' verdeelt Eric De Muylder louter van thuis uit op een wekelijks verkoopmoment op zaterdagmiddag. Mensen bestellen op voorhand hun gamba's, en komen ze afhalen in Ternat. 'Ik werk het liefst met de korte keten. Heel af en toe sta ik ook op een boerenmarkt. Nu moet ik helaas dikwijls mensen teleurstellen. Ze volgen wel via Facebook en weten dat ik er geen heb. Als ik er dan terug verkoop, willen ze wellicht ook meteen bestellen voor ze weg zijn. Het is natuurlijk spijtig dat ik hen nu moet teleurstellen, want je wilt dat de mensen terugkomen.' Eind maart of begin april hoopt de kweker terug te kunnen verkopen.'Ik bied mijn gamba's aan aan veertig euro per kilo', vertelt De Muylder wanneer we zijn bureau binnenlopen. 'Dat lijkt in eerste instantie duur, maar je betaalt voor kwaliteit. In de winkel vind je ook rommel voor tien euro, maar ik denk dat mensen het verschil dan ook wel proeven. Het is een prijs die mijn klanten ervoor over hebben, dus waarom zou ik mijn prijzen verlagen?' Zijn klanten kunnen bij hem een herbruikbaar emmertje kopen waarin ze hun gamba's mee naar huis nemen, toont hij, maar de kweker raadt hen aan eigen potjes mee te nemen. 'Dat is beter voor het milieu.'Naast de gambaverkoop blijft hij ook consultant. Ik doe voedertesten voor externen, en geef advies aan andere kwekerijen. Op dit moment zou ik namelijk niet van de garnalen zelf kunnen leven. Integendeel, ik verlies hierop, maar kan het gelukkig compenseren door andere activiteiten. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat ik hier vroeg of laat geld mee verdien, want ik kan er niet nodeloos geld in blijven stoppen.' 'Maar die garnalen uit Italië lijken toch een verschil te maken. Ook zij zijn twaalf uur onderweg geweest en er zitten toch veel goede garnalen bij. Ik heb aan de Italianen daarom laten weten dat ik graag honderdduizend larven per maand wil kopen', lacht de ondernemer. 'Hopelijk helpt hen dat om zo snel mogelijk te produceren: "Hoera, we hebben een klant!"'