In tijden waarin klimaatverandering een steeds reëlere angst wordt, zijn heel wat mensen bereid om zelf actie te ondernemen. Van de auto wat vaker laten staan tot minder plastic gebruiken: er zijn heel wat kleine dingen die iedereen thuis kan doen. Een van die zaken is je manier van eten en inkopen doen veranderen. Dat weet je al. Maar hoe je dat dan precies zou moeten aanpakken, daar is nog wat onduidelijkheid over.

Aandeel van transport

Zo wordt lokaal kopen vaak naar voor geschoven als een van de oplossingen. Klinkt logisch, want minder voedselkilometers betekent minder CO2-uitstoot. Ook de Verenigde Naties helpen die boodschap verspreiden. Een studie van Our World in Data zegt nu echter dat dat misleidend advies is.

Bij de meeste producten is transport immers niet de factor die het meest bijdraagt aan de uiteindelijke uitstoot. Veel belangrijker, zo bleek uit de studie, was het soort voedsel. Dierlijke producten hebben een grotere impact dan plantaardige, en de verschillen zijn groot. Zo levert de productie van een kilogram rundsvlees zestig kilogram broeikasgassen op, terwijl dat voor een kilogram erwten slechts een kilogram is.

Our World in Data
© Our World in Data

De uiteindelijke uitstoot van het meeste voedsel - ook bij de grootste vervuilers - werd vooral beïnvloed door het landgebruik en boerderijprocessen. Beide factoren samen zijn volgens de studie goed voor tachtig procent van de voetafdruk van de meeste producten. Transport maakte een veel kleiner aandeel uit. Daarbij maakt het volgens de schrijvers van de studie niet zoveel uit waar ter wereld je woont.

De enige uitzondering geldt voor producten die per vliegtuig vervoerd worden: dan wordt de totale uitstoot per voedselkilometer maar liefst vijftig keer hoger. De meeste exotische producten komen per boot, maar dat zou te traag gaan voor groenten en fruit die snel na de oogst gegeten moeten worden. Dat zijn bijvoorbeeld asperges of bessen. Avocado's, bananen en ananassen komen dan wel weer per boot.

Seizoenen

Blindelings afgaan op lokaal geproduceerd voedsel kan volgens de onderzoekers ook nefast zijn voor je koolstofvoetafdruk. In sommige omstandigheden kan lokaal voedsel immers méér uitstoot opleveren dan wanneer je hetzelfde product zou invoeren. Tomaten bijvoorbeeld kunnen dan wel om je hoek zijn geteeld, maar wanneer dat in januari gebeurt, kan je ervan op aan dat dat gebeurde in een serre die warm gemaakt werd met behulp van (veel) fossiele grondstoffen. In de zomer zijn Belgische tomaten uiteraard wel weer de betere optie.

Duurzamer eten is helaas dus iets ingewikkelder dan enkel lokaal eten. Daarvan weten we nu immers dat het een minder grote impact heeft op de uitstoot dan gedacht. Nuttiger voor wie zijn voetafdruk op de aarde wil verminderen, is het schrappen van bepaalde producten, of ze met mate gebruiken. Daarbij komen (opnieuw) dierlijke producten in het vizier, al stellen de onderzoekers daarbij wel nog dat het minder impact heeft om kip te eten dan rund.

Toch is hier een nuance op zijn plaats, want de voordelen van lokale producten stoppen niet bij de voedselkilometers. Wie lokaal koopt, steunt een boer van bij ons en is ook iets zekerder over wat hij op zijn bord krijgt. De Europese regels (bijvoorbeeld over voedselveiligheid en diervriendelijkheid) zijn behoorlijk streng, iets wat in andere werelddelen niet altijd gezegd kan worden. Daarbij zijn producten die een minder lange reis hebben afgelegd doorgaans verser en dus lekkerder. Slim lokaal kopen, dat doen volgens de seizoenen en geen voedsel verspillen lijkt de boodschap.

In tijden waarin klimaatverandering een steeds reëlere angst wordt, zijn heel wat mensen bereid om zelf actie te ondernemen. Van de auto wat vaker laten staan tot minder plastic gebruiken: er zijn heel wat kleine dingen die iedereen thuis kan doen. Een van die zaken is je manier van eten en inkopen doen veranderen. Dat weet je al. Maar hoe je dat dan precies zou moeten aanpakken, daar is nog wat onduidelijkheid over.Zo wordt lokaal kopen vaak naar voor geschoven als een van de oplossingen. Klinkt logisch, want minder voedselkilometers betekent minder CO2-uitstoot. Ook de Verenigde Naties helpen die boodschap verspreiden. Een studie van Our World in Data zegt nu echter dat dat misleidend advies is. Bij de meeste producten is transport immers niet de factor die het meest bijdraagt aan de uiteindelijke uitstoot. Veel belangrijker, zo bleek uit de studie, was het soort voedsel. Dierlijke producten hebben een grotere impact dan plantaardige, en de verschillen zijn groot. Zo levert de productie van een kilogram rundsvlees zestig kilogram broeikasgassen op, terwijl dat voor een kilogram erwten slechts een kilogram is. De uiteindelijke uitstoot van het meeste voedsel - ook bij de grootste vervuilers - werd vooral beïnvloed door het landgebruik en boerderijprocessen. Beide factoren samen zijn volgens de studie goed voor tachtig procent van de voetafdruk van de meeste producten. Transport maakte een veel kleiner aandeel uit. Daarbij maakt het volgens de schrijvers van de studie niet zoveel uit waar ter wereld je woont. De enige uitzondering geldt voor producten die per vliegtuig vervoerd worden: dan wordt de totale uitstoot per voedselkilometer maar liefst vijftig keer hoger. De meeste exotische producten komen per boot, maar dat zou te traag gaan voor groenten en fruit die snel na de oogst gegeten moeten worden. Dat zijn bijvoorbeeld asperges of bessen. Avocado's, bananen en ananassen komen dan wel weer per boot. Blindelings afgaan op lokaal geproduceerd voedsel kan volgens de onderzoekers ook nefast zijn voor je koolstofvoetafdruk. In sommige omstandigheden kan lokaal voedsel immers méér uitstoot opleveren dan wanneer je hetzelfde product zou invoeren. Tomaten bijvoorbeeld kunnen dan wel om je hoek zijn geteeld, maar wanneer dat in januari gebeurt, kan je ervan op aan dat dat gebeurde in een serre die warm gemaakt werd met behulp van (veel) fossiele grondstoffen. In de zomer zijn Belgische tomaten uiteraard wel weer de betere optie. Duurzamer eten is helaas dus iets ingewikkelder dan enkel lokaal eten. Daarvan weten we nu immers dat het een minder grote impact heeft op de uitstoot dan gedacht. Nuttiger voor wie zijn voetafdruk op de aarde wil verminderen, is het schrappen van bepaalde producten, of ze met mate gebruiken. Daarbij komen (opnieuw) dierlijke producten in het vizier, al stellen de onderzoekers daarbij wel nog dat het minder impact heeft om kip te eten dan rund. Toch is hier een nuance op zijn plaats, want de voordelen van lokale producten stoppen niet bij de voedselkilometers. Wie lokaal koopt, steunt een boer van bij ons en is ook iets zekerder over wat hij op zijn bord krijgt. De Europese regels (bijvoorbeeld over voedselveiligheid en diervriendelijkheid) zijn behoorlijk streng, iets wat in andere werelddelen niet altijd gezegd kan worden. Daarbij zijn producten die een minder lange reis hebben afgelegd doorgaans verser en dus lekkerder. Slim lokaal kopen, dat doen volgens de seizoenen en geen voedsel verspillen lijkt de boodschap.