Vlees eten met een geweten: welke keuzes zijn duurzaam?

© ANAÏS LESY

De dagen van zorgeloos vlees consumeren lijken voorbij, maar toch worden we voorlopig niet massaal vegetariër. Kan dat nog: vlees eten en toch duurzame(re) keuzes maken?

Kreeg jij al eens een vreemde blik toegeworpen op restaurant bij het bestellen van een portie spareribs? Een snedige opmerking van een tafelgast toen je entrecote werd opgediend? Of blijft het bij een sluimerend schuldgevoel als je een broodje ham verkiest boven het broodje gezond met extra augurk? Het lijkt elke dag minder evident om zorgeloos vlees te eten en daar heeft de huidige toestand van mens en planeet natuurlijk alles mee te maken. Stijgende prijzen voor grondstoffen en energie door internationale conflicten, gebroken productiestromen als gevolg van de pandemie en een klimaat dat nu wel heel duidelijk de pedalen kwijt is, zorgen ervoor dat we wellicht andere keuzes zullen moeten maken. Het laten van vlees is een van de keuzes die zich lijken op te dringen. De vraag is of het tóch mogelijk is om vlees te consumeren zonder de aarde ernstige schade toe te brengen. Kunnen de termen ‘duurzaam’ en ‘vlees’ überhaupt in dezelfde adem uitgesproken worden of zit vlees weldra in hetzelfde hokje als sigaretten?

Er is altijd een samenhang geweest tussen het eten van vlees en de welvaart van een bevolking. Hoe rijker een gemeenschap, hoe meer vlees er op tafel kwam.

Historicus Yves Segers
In de achteruitkijkspiegel

Als je wilt praten over de status van vlees in onze huidige maatschappij en op zoek wilt gaan naar een plan voor de toekomst, kijk je best eerst even grondig naar het verleden. Daaruit blijkt al snel dat onze dagelijkse, bijna ongeremde consumptie van vlees een relatief recent fenomeen is. Hoe dat zo is gekomen, weet professor Yves Segers als geen ander. Als coördinator bij het Centrum voor Agrarische Geschiedenis en hoogleraar rurale geschiedenis aan de KU Leuven kent hij de materie door en door. “Doorheen de geschiedenis is er altijd een nauwe samenhang geweest tussen het eten van vlees en de algemene welvaart van een bevolking. Of eenvoudiger: hoe rijker een gemeenschap, hoe meer vlees en hoe beter het vlees dat op tafel kwam. Heel lang was het voor de meeste mensen vooral een krachtige energiebron om aan te sterken na lange dagen van hoofdzakelijk handenarbeid. Na een dag trekken en sleuren op het veld was een portie spek en vet varkensvlees ideaal om de batterijen op te laden.” De eerste kentering kwam er aan het eind van de 19de eeuw. De relatief eenvoudige en snelle aanvoer van goedkoop graan uit Oekraïne en de VS zorgde ervoor dat ons voedselsysteem ingrijpend veranderde. “Graan was tot dan een schaars en duur goed dat mensen bijna uitsluitend tot brood verwerkten. Met de aanvoer van betaalbaar graan zien we dan ook eerst het broodverbruik stijgen, maar vervolgens ook de vleesconsumptie: graanakkers konden worden omgezet in weiland en het goedkope, ingevoerde graan diende tevens als veevoeder.”

Pas rond 1950 wordt dagelijks vers vlees eten betaalbaar en vanzelfsprekend. Na WOII verandert de samenleving sterk, stijgt de welvaart in Europa, ontstaan er subsidiestromen voor de landbouw en wordt goedkoop industrieel geproduceerd veevoeder als soja en mais heel toegankelijk. “Dat zorgt ervoor dat meer boeren overschakelen naar uitsluitend veeteelt en dat vlees meteen én heel beschikbaar én heel goedkoop wordt. Tussen 1950 en 1990 verdubbelt het verbruik van vlees in België en wordt vooral meer varkensvlees en kip gegeten. Het is pas in de loop van de jaren 80 dat de nadelen van de intensieve vleesindustrie worden opgemerkt en er vragen worden gesteld over milieu en duurzaamheid.”

(c) Anaïs Levy
Dagen met en zonder vlees

Vlees is ons dus, vaak letterlijk, met de paplepel ingegeven. Onze ouders en grootouders zagen geen graten in de magere varkenskoteletjes en de goedkope braadkippen als vast onderdeel van het weekmenu. Aardappelen, groenten en een stevige portie gebraden of gebakken vlees, zo zag een doorsneebord avondeten er decennialang uit. Vandaag groeit het besef dat zo’n dieet niet duurzaam is en bovendien ook ongezond. Vegetarisme is uiteraard niet nieuw, maar de groei ervan is dat dankzij ons voortschrijdend inzicht wel. In 2022 telde een onderzoek van EVA vzw 3 procent veganisten en 5 procent vegetariërs in België. 4 op de 10 landgenoten willen meer plantaardig gaan eten en 48% denkt dat het onvermijdelijk is dat we dat in de toekomst allemaal gaan doen. Vooral jongeren en stedelingen, met Brussel op kop, kiezen voor meer plantaardige voeding.

Projecten als Dagen Zonder Vlees hebben daar een rol in gespeeld. Dit burgerinitiatief liep van 2011 tot 2016 en nodigde mensen uit om gedurende de jaarlijkse katholieke vastentijd veertig dagen lang geen vlees te eten. Wat begon als een Facebookgroep met enkele duizenden leden groeide in korte tijd uit tot een jaarlijks event met veel aandacht in de media en bekende koppen die zich engageerden. Voor de meeste deelnemers was de invloed van vleesconsumptie op de klimaatverandering, meer dan dierenleed, de belangrijkste motivatie om zich aan te sluiten.

Een van de drijvende krachten achter het initiatief was Laurens De Meyer, auteur van Moet er nog vlees zijn? Als industrieel ingenieur in de voedingsindustrie kent hij de materie door en door. De tijd van verandering is aangebroken, voelt hij. “De connectie tussen voeding en milieu heeft me altijd beziggehouden. Ze zijn onlosmakelijk verbonden en dat zorgt voor boeiende vraagstukken. Het verhaal van onze vleesconsumptie daarin is een bijzonder complex verhaal waar geen eenduidige oplossing voor bestaat.” De Meyer vindt dat we moeten beginnen met onze blik te verruimen en logische vragen te stellen. “Is het normaal en aanvaardbaar dat een dier moet sterven om mij te voeden? Wat is de effectieve impact van een stuk vlees op mijn gezondheid? Heb ik vlees nodig als onderdeel van een gebalanceerd dieet? Hoe beïnvloedt de vleesproductie ons klimaat en de biodiversiteit wereldwijd? Dat zijn maar een paar vragen die volgens mij snel leiden naar verrassende en duidelijke inzichten. Nee, de productie van het meeste vlees is inderdaad niet duurzaam, te goedkoop en doet meer kwaad dan goed voor mens en klimaat. Ja, ik kan beter af en toe vlees laten. Ons motto bij Dagen Zonder Vlees is dan ook: één dag zonder is één dag winst.”

Is het normaal dat een dier moet sterven om mij te voeden? Hoe beïnvloedt de vleesproductie ons klimaat? Het zijn maar een paar vragen die snel leiden naar duidelijke inzichten. Ons motto is: één dag zonder vlees is één dag winst.

Auteur Laurens De Meyer
Neuzen in dezelfde richting

De consumptie van vlees mag dan al vele jaren op rij dalen, ze zal niet van vandaag op morgen verdwijnen. Vlees zal voor velen onder ons nog lang deel uitmaken van het menu en daar is an sich niets mis mee. Alleen zullen we de dingen misschien wel anders, en vooral duurzamer moeten aanpakken. Hoe dat precies moet, is voor Hendrik Dierendonck helder en duidelijk. De slager uit Sint-Idesbald staat voor veel mensen symbool voor een nieuwe kijk op vleesproductie. Hij zag hoe zijn vader als slager de eerste stappen in de goede richting zette en wandelt nu gezwind verder in dezelfde richting. “Onze slagerij in Sint-Idesbald boerde vooral in de zomermaanden goed. In de winter, toen de drukte verdween en de toeristen weer huiswaarts waren, had hij tijd om op zoek te gaan naar kwalitatieve producten om mensen naar de winkel te lokken. Het kweken van eigen dieren was een logische volgende stap. Vijftien jaar geleden herontdekten we het Belgisch rood rund, een vergeten en bijna uitgestorven ras na de intrede van het Belgisch witblauw. Nu kweken we Belgisch rood dat minstens zes jaar leeft en twee keer gekalfd heeft: zo krijg je heel lekker vlees van dieren die om de hoek worden gekweekt en een wat rijker leven gehad hebben. Dat zijn al belangrijke stappen naar duurzamer vlees.”

Omdat het soms onduidelijk is wat de voorwaarden voor duurzaam vlees zijn, heeft Dierendonck een charter opgesteld. Een lijst van voorwaarden en principes – tien geboden voor een duurzame slagerij, zo je wilt – die voor hem logisch zijn als het vlees betreft. “Dat charter is niet meer dan een opsomming van keuzes en principes die voor ons vanzelfsprekend zijn. Zaken zoals vrije uitloop, korte keten, traceerbaarheid, transparantie en nose-to-tail-gebruik zouden ook voor de consument ingeburgerd en normaal moeten zijn.” Hoe komt het dan dat wij, de consumenten, die logische regels en opvattingen niet meer kennen of belangrijk vinden? “Na WOII en de armoede en honger die daarmee gepaard gingen, hebben we als land beslist om honger voorgoed uit te roeien. Daarvoor zijn we op zoek gegaan naar efficiëntere kweekmethodes, goedkopere veevoeders en hogere opbrengsten. Dat leverde ons grote hoeveelheden goedkoop voedsel op en zo slaagden we in de opzet. Alleen zijn we gaandeweg heel wat normen en waarden kwijtgespeeld en weet de consument niet meer wat juist of fout te vinden wat voeding betreft. Nu de impact van ons consumptiegedrag op mens en natuur onmogelijk te ontkennen valt, gaan we eindelijk weer op zoek naar authenticiteit en de waarheid achter onze voeding.”

© ANAÏS LESY
Radertjes

“Het vleesvraagstuk kadert in een veel groter geheel”, merkt ook Laurens De Meyer op. “De consument van vandaag is onderdeel van een wereldwijd raderwerk van productieprocessen en geldstromen waar de informatie en waarheid ver te zoeken zijn. Dat geldt voor alles wat we consumeren en dus ook voor onze voeding. Als mensen beter zouden weten welke weg een stuk vlees aflegt, hoe een dier daarvoor heeft moeten leven en wat de directe impact daarvan op het milieu is, zullen ze sneller duurzame keuzes maken.” Maar een deel van de oplossing zal volgens De Meyer ook moeten komen van een eiwittransitie, een focus op andere bronnen van eiwitten om de hele voedingsindustrie te ontlasten en vleesconsumptie gezonder te maken. “Op dit moment is vlees een te belangrijke bron van eiwitten. Het is pas als we onze eiwitten op andere manieren kunnen produceren en consumeren, dat de massaconsumptie van vlees zal dalen en vlees een duurzamer product kan worden.”

Waar moet dat heen?

Hoe en welk vlees we de komende jaren zullen eten, zal grotendeels van onszelf afhangen. De bedenking dat de huidige situatie niet ideaal is, zal niet volstaan. Voor Hendrik Dierendonck kan een verandering in mindset al een belangrijke impact hebben. Een realistischere kijk op ons vleesverbruik dus. “Het besef dat ons vlees net als een groot deel van ons voedsel momenteel veel te goedkoop is, mag stilaan beginnen door te dringen. Als je dat idee ook meedraagt als je inkopen doet, kun je als consument veranderingen in gang zetten. Doe niet mee aan een 2+1-promotie in de vleestoog, maar laat ook de prinsessenboontjes uit Kenia voor wat ze zijn.”

Laurens De Meyer sluit zich daar helemaal bij aan: “Een nieuw perspectief op onze dagelijkse maaltijden is onvermijdelijk en kan veel veranderen. In de eerste plaats moeten we ons weer meer hechten aan onze voeding. De Amerikaanse schrijver en journalist Michael Pollan pleit daar al jaren voor. Zijn boodschap is dat weer meer zelf koken zal leiden tot een gezondere en duurzame consumptie en zijn boeken geven een aantal eenvoudige leidraden. Eet, maar niet te veel en hoofdzakelijk planten, bijvoorbeeld. Ik zou daar nog bij zetten: in goed gezelschap, want uit onderzoek blijkt dat mensen die samen eten vaker vers en gezond koken.”

Als consument kun je veranderingen in gang zetten. Doe niet mee aan een 2+1-promotie in de vleestoog, en laat ook de prinsessen-boontjes uit Kenia voor wat ze zijn.

Slager Hendrik Dierendonck

Maar Pollan krijgt al een tijdje de wind van voren. Zijn critici verwijten hem dat hij niet realistisch is en dat meer zelf koken de fundamentele problemen van onze voedselindustrie niet zal oplossen. Bovendien zijn zijn leidraden een prima optie voor de middenklasse, maar niet voor wie geld- en tijdgebrek heeft.

“Een open blik op nieuwe technologieën moet zeker ook onderdeel van de oplossing zijn”, vertelt De Meyer. “Kweekvlees is zo’n bekende piste, maar de uitrol van die technologie voor een breed publiek is niet voor morgen of zelfs overmorgen. De kweek van insecten als voedsel voor mens en dier is dat misschien wel. Als grondstof voor vleesvervangers of veevoer kunnen eiwitten uit microbiële fermentatie er snel zijn. Wat er vandaag wel al is, zijn vlees- en zuivelvervangers op basis van plantaardige eiwitten, denk aan Greenway, de Beyond Burger, de producten van De Vegetarische Slager enzovoort. Deze producten krijgen jaar na jaar een groter marktaandeel en zijn vandaag de enige productcategorie die echt een verschil maakt. Innovatie hierin zal op korte termijn nog lekkerdere, gezondere en duurzamere producten opleveren. En als alle innovaties mainstream worden, zal er meer ruimte voor productie en consumptie van duurzaam vlees ontstaan.”

Vleestaks

Maar een even belangrijke factor voor de toekomst is de houding van onze overheid. Zolang die, zowel lokaal als op Europees niveau, minder duurzame processen en stromen blijft ondersteunen, kan er weinig veranderen. Professor Segers legt uit: “De overheid steunt op dit moment een systeem dat op bijna alle vlakken lijkt te falen. Grootschalige en intensieve vleesproductie schaadt dier en natuur, hetzelfde geldt voor te goedkoop overzees veevoer. Vervolgens levert dat een product op dat weegt op de gezondheid van de mens terwijl de boeren achterblijven met weinig meer dan een aalmoes. De overheid zou net boeren met een geringe ecologische voetafdruk en duurzame producten uit de korte keten moeten ondersteunen om de zaken te ontlasten.”

(c) Anaïs Levy

Laurens De Meyer gaat nog een stap verder. Hij weet dat duidelijke keuzes in het beleid een snel en duidelijk effect kunnen hebben. “Een recente studie in Nederland onderzocht de invloed van een vleestaks. Als je vleesproducten een taks van ongeveer dertig procent zou opleggen, zou dat een directe daling in de consumptie van vlees teweegbrengen. Vervolgens gebruik je de opbrengsten van die belasting om boeren te ondersteunen en naar een duurzamere werking te leiden en om de btw op fruit en groenten te verlagen. Dat betekent dat boeren met een kleinere veestapel een beter inkomen krijgen en tegelijk duurzamer gaan produceren. Zulke ideeën lijken misschien utopisch, maar zijn dat allerminst. Verder moeten we de houding van andere spelers in het debat, waaronder de Boerenbond, in vraag durven te stellen. Hun aandeel in de stikstofproblematiek en een gebrek aan toekomstvisie en daadkracht is op z’n minst bedenkelijk te noemen.”

Slager Hendrik Dierendonck wil graag afsluiten met een ode aan de jeugd. Hij merkt een nieuwe interesse en nieuwsgierigheid. “Als je ziet hoe jonge mensen in onze zaken inkopen doen, dan is er een duidelijke trendbreuk. Ze komen niet zomaar een ribeye of een varkensgebraad kopen, maar gaan samen met ons team op zoek naar het juiste stuk voor die specifieke bereiding of gelegenheid. Als je daarnaast ziet hoe de jeugd tegenwoordig bijvoorbeeld ook op festivals eet, door meer voor vegetarische opties te kiezen en kwaliteitsvolle keuzes te maken, dan heb ik vertrouwen in de toekomst.”

Partner Content