Volgens onderzoekers van de Universiteit van Tasmanië en Csiro, een Australisch overheidsinstituut, is de wereldwijde visvloot gegroeid van 1,7 miljoen schepen in 1950 naar 3,7 miljoen in 2015.

Onderzoeksleider Yannick Rousseau zegt dat uit de cijfers de toegenomen druk op visbestanden blijkt. De groei van visserschepen komt vooral voor rekening van kleine vissers in Azië en Afrika, die in de afgelopen decennia overstapten op gemotoriseerde visserschepen. 'Maar ondanks de modernisering moeten ze harder werken om veel minder vis dan vroeger te vangen.'

Vergeleken met vissersschepen in de jaren 1950, vangt de visvloot nu met dezelfde inspanning slechts twintig procent van de vis van toen, zegt hij.

Australië

De onderzoekers keken naar de vangst per inspanningseenheid per etmaal (in het Engels de 'catch per unit of effort', of CPUE). 'De CPUE geeft weer hoeveel vis gevangen wordt gedurende een bepaalde inspanning, bijvoorbeeld gedurende een dag vissen. Op grond daarvan concluderen we dat het slecht gaat met de visbestanden in de oceanen.'

In Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika en de zuidelijke Middellandse Zee breidde de visserijsector veel sneller uit dan de visvoorraden konden bijbenen, zegt hij. Effectiever management in de sector in Australië in de afgelopen tien jaar, met een veel kleinere visvloot tot gevolg, leidde daar dan weer recentelijk tot een stabilisering van de CPUE.

Vloot blijft groeien

'Desondanks kunnen we, op grond van de huidige ontwikkelingen, verwachten dat er tegen het midden van deze eeuw wereldwijd nog eens een miljoen schepen bijkomen, en dat de gemiddelde motorcapaciteit van de vloot ook zal blijven groeien', zegt Rouseau.

Dat zal volgens hem het duurzaam beheer van visbestanden tot een uitdaging maken. 'Vooral de bevolking in regio's zoals Zuidoost-Azië, waar veel mensen van vis afhankelijk zijn.'

Het onderzoek is gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.