Wanneer ik een espresso bestel, neem ik er altijd bruine rietsuiker bij. Ik scheur het zakje zorgvuldig open, schudt een heel klein beetje in mijn koffie, roer enkele keren in mijn kopje en proef voorzichtig. Vervolgens kieper ik er de helft van het suikerzakje bij. Ik zou perfect meteen de helft van de suiker in mijn koffie kunnen doen, maar die handeling is een ritueel geworden dat net als het koekje bij mijn koffie is gaan horen.

Volgens onderzoekers van de universiteit van Minnesota ben ik lang niet de enige met zulke vreemde gewoontes. De wetenschappers stelden vast dat rituelen, hoe klein en betekenisloos ook, de smaak van wat we eten of drinken kunnen verbeteren. Ze deden de test onder meer met chocolade en constateerden dat zelfs een eenvoudig ritueel, waarbij eerst de ene helft van de verpakking werd geopend en verorberd en pas nadien de andere helft, de intensiteit van de smaak versterkte.

Rituelen zorgen ervoor dat je bewuster proeft en dus ook bewuster geniet

Wanneer tussen ritueel en consumptie een beetje tijd wordt gelaten, neemt het genot nog toe. Dat die pistolets op zondagochtend zo heerlijk smaken, ligt niet alleen aan de bakker, maar is deels ook te verklaren door het ritueel dat bij je ontbijt hoort: het geduldig aanschuiven in de winkel, het zorgvuldig koken van de eitjes, het lezen van je favoriete krant. Rituelen zorgen ervoor dat je bewuster proeft en dus ook bewuster geniet, poneren de onderzoekers.

Dat is ook wat je ervaart als je buitenshuis eet. Een restaurantbezoek, of je nu kiest voor een menu of à la carte, verloopt min of meer volgens een vaststaand ritueel. Hierdoor focus je je volledig op de spijzen en dranken en ben je sneller geneigd iets lekker te vinden. Het is een tactiek die ook bij mijn dochter heeft gewerkt. Ik nam haar al op heel jonge leeftijd mee uit eten. En hoewel het me thuis vaak niet lukte om haar nieuwe dingen te laten proeven, deed ze dat op restaurant zonder al te veel gemor. Haar keuzes werden hierdoor met de jaren avontuurlijker.

Ook toen we later samen gingen koken, hielp dat om haar nieuwe gerechten te laten proeven. Ondertussen hebben we een junior foodie in huis met een subtieler smaakpalet dan het onze. Ambities om zelf kok te worden heeft ze vooralsnog niet. Ze geniet meer van het degusteren. Daar ben ik niet rouwig om, de job van chef-kok vereist zoveel inzet en overgave dat het meer weg heeft van een roeping.

De chef in spe wordt meestal al tijdens zijn of haar stage gedrild en geïnspireerd door een mentor wiens invloeden doorsijpelen in de eigen keuken, soms zelfs een beroepsleven lang. In onze reportage Meester & chef vertelt Geert Van Hecke van het vroegere driesterrenrestaurant De Karmeliet hoe hij de arbeidsintensieve keuken van de Fransman Alain Chapel tot op de dag van vandaag minutieus toepast op Belgische klassiekers. Andere koks blijven obsessief zoeken naar nieuwe invloeden en trekken in hun schaarse vrije tijd de wereld rond om zich te voeden met nieuwe ideeën. Toen ik een tijd geleden was uitgenodigd in het restaurant van Benoit en Bernard Dewitte in Zingem, vertelde chef Benoit over zijn vakantie op de Malediven. Terwijl zijn gezin genoot van de adembenemende natuur, stond hij in de keuken om inspiratie op te doen. "Het was fantastisch", vertelde hij met pretlichtjes in de ogen. De chef die na afloop van de maaltijd een praatje komt slaan aan je tafel, nog zo'n mooi ritueel.