In een residentiële wijk in de gemeente Oudergem ligt Le Transvaal, een buurtbistro in een voormalige slagerij. De witbetegelde ruimte is rumoerig en goedgevuld met een jong cliënteel. De wisselende kaart staat op een krijtbord geschreven. Bij de hoofdgerechten vind ik vijf vleesgerechten en een visgerecht terug. Geen vegetarische optie aanbieden is in deze tijd wel een erg retro statement. Maar voor vleeseters en flexitariërs oogt de kaart zonder twijfel smakelijk. Klassieke bistrobereidingen zoals zwezeriken en entrecote, kaaskroketten en charcuterieplankjes maken hongerig.
...

In een residentiële wijk in de gemeente Oudergem ligt Le Transvaal, een buurtbistro in een voormalige slagerij. De witbetegelde ruimte is rumoerig en goedgevuld met een jong cliënteel. De wisselende kaart staat op een krijtbord geschreven. Bij de hoofdgerechten vind ik vijf vleesgerechten en een visgerecht terug. Geen vegetarische optie aanbieden is in deze tijd wel een erg retro statement. Maar voor vleeseters en flexitariërs oogt de kaart zonder twijfel smakelijk. Klassieke bistrobereidingen zoals zwezeriken en entrecote, kaaskroketten en charcuterieplankjes maken hongerig. Starten doen we met een plankje gedroogde worst, in de plakjes zitten stukjes kaas en walnoot. Een stevig en smaakvol begin. Daarna kies ik voor een romig en troostend voorgerecht: een traag gegaard eitje met eekhoorntjesbrood op een puree van knolselder met een soldaatje erbij. Het gerecht is zacht en zalvend en zoals op de kaart vermeld is het eitje tot 'perfectie' gegaard. Een frisse toets had het nog naar een hoger plan kunnen tillen, maar ook zo was het uitstekend om de eerste herfsttristesse te bestrijden. Aan de overkant zijn er kroketjes van oude Cantalkaas en morilles. Mooie huisgemaakte kroketten met een brosse korst die qua smaak wat flauw uitvallen. Een fris slaatje met rauwe champignons geeft het geheel toch wat pit. Het wordt steeds drukker en zoals het een bistro betaamt, wordt het steeds moeilijker om de aandacht van de ober te pakken te krijgen. Dranken bij je eten krijgen op het juiste moment is hier een echte uitdaging. Als hoofdgerecht verschijnt een perfect gebakken stuk kabeljauw op tafel. De moten vallen sappig uit elkaar, de vis ligt op een aardappelpuree en een crème van erwtjes. Ik twijfel of ik de smaken heel puur vind of eigenlijk een tikje vlak. Ik neig naar het laatste. Hoewel ik dat probeer te vermijden, moet ik toch naar het zoutvaatje en de pepermolen grijpen. Zelf bijkruiden op restaurant vind ik een heel spijtige zaak, want je krijgt nooit dezelfde diepe en subtiele smaken als een gerecht dat goed gekruid is tijdens de bereiding. Aan de overkant komt ravioli van eekhoorntjesbrood. Ook hier schreeuwt het gerecht om wat zwarte peper, wat citroenzeste of - laten we eens zot doen - zelfs een snuif chili. Afsluiten doen we met een klassieke dame blanche, die net als de rest van de maaltijd smaakt, maar niet net dat beetje extra heeft. De chef werkt met eerlijke en verse producten, dat staat vast. Maar overtuigen met zijn smaken doet hij niet. Een restaurant dat in elke wijk een godsgeschenk zou zijn wanneer de inhoud van je ijskast teleurstelt, maar dat niet uitnodigt om omwegen voor te maken.