Ingrediënten

Voor 9 stuks

  • 300 g tarwebloem
  • 160 g koud water
  • 20 à 30 g verse gist
  • 15 g ongezouten boter op kamertemperatuur
  • 15 g kristalsuiker
  • 6 g zout
  • 135 g ongezouten harde melkerijboter uit de koelkast
  • 1 losgeklopt ei

Voor de gehaktvulling:

  • 525 g gemengd gehakt
  • 1 ei
  • 100 g paneermeel
  • Kruiden naar keuze: paprika, zwarte peper, zout, komijn, koriander, gember, peterselie, gebakken stukjes ui,...

Bereiding

  1. Werk in een koude ruimte.
  2. Roer de gist glad in het koude water en meng daar de bloem, de suiker, de zachte boter en het zout bij tot een egale massa.
  3. Kneed het deeg zo'n 2 tot 3 minuten verder op een werktafel, vorm er een bol van en laat 2 minuten rusten.
  4. Rol met een deegrol het deeg uit tot een rechthoek van 15 bij 40 cm, met een dikte van 6 mm.
  5. Leg de harde melkerijboter tussen twee vellen bakpapier en druk ze met de deegrol plat tot een plak van ongeveer een halve cm dik.
  6. Verdeel de boter over het midden van het deeg en laat aan beide kanten telkens een vierde van het deeg onbeboterd.
  7. Plooi de onbeboterde delen elk op een helft van het beboterde stuk. Zorg ervoor dat de boter volledig bedekt is met deeg.
  8. Geef nu drie toeren van drie. Dit doe je als volgt: Rol het deeg op een bebloemde werktafel uit tot een rechthoek van 15 bij 45 cm met een dikte van 6 mm. Plooi het daarna in drie: vouw een derde van het deeg van links naar rechts en vouw daarna de andere zijde er bovenop. Je bekomt zo een lap met drie laagjes: de eerste toer. Draai het deeg 90 graden en herhaal dezelfde bewerking: de tweede toer. Draai het deeg opnieuw 90 graden en herhaal nog eens: de derde toer.
  9. Laat het gerezen bladerdeeg in een half uur of iets langer hard worden in de koelkast alvorens het verder te verwerken.
  10. Maak ondertussen de gehaktvulling: doe het gehakt in een kom. Voeg er het ei en het paneermeel aan toe en kruid bij naar smaak. Als het gehakt nog aan je handen kleeft, meng er dan nog wat paneermeel onder.
  11. Rol het hard geworden deeg uit tot een rechthoek van 30 bij 45 cm.
  12. Verdeel de lap in negen rechthoeken van 10 bij 15 cm en bestrijk alle randen met wat water.
  13. Weeg nu negen porties van 75 g gehaktvulling af en rol ze tot worstjes van 15 cm.
  14. Leg het vlees in het midden van het deeg, rol de lappen op en plaats ze met hun slot naar beneden op de bakplaat.
  15. Druk de worstenbroodjes goed aan, laat ze onder een handdoek nog een uurtje rijzen en strijk ze daarna in met het losgeklopte ei.
  16. Bak de broodjes op 200°C gedurende 30 minuten en eet ze warm.

TIP

Als de boter te zacht wordt tijdens het toeren, plaats het deeg dan even in de koelkast.Worstenbroodjes zijn ook lekker met gekruide braadworst. Verwijder dan het vel voor gebruik.

Uit: Belgisch bakboek, Stefan Elias (Uitgeverij Kannibaal, 35 euro).

Voor 9 stuksVoor de gehaktvulling:Als de boter te zacht wordt tijdens het toeren, plaats het deeg dan even in de koelkast.Worstenbroodjes zijn ook lekker met gekruide braadworst. Verwijder dan het vel voor gebruik.