Voor 4:

40 g boter

100 g bruine suiker

100 ml porto

1 theelepelmaïszetmeel

1/2 geplet stokje kaneel of 1 tl kaneelpoeder

400 g gehalveerde en ontpitte pruimen

kruimeldeeg (1 kanten-klaarrol of 300 g)

2 el parelsuiker

ongezoete slagroom

Verwarm de oven voor op 200 °C. Zet een ronde taartvormvan 28 cm doorsnede op een laag vuur en smelt daarin de boter. Voeg de suiker toe en laat karamelliseren. Voeg de porto, het maïszetmeel en de geplette kaneel toe en laat inkoken tot een siroop. Was de pruimen, halveer en ontpit.

Schik ze in de bakvorm met de bolle kant naar beneden. Vul bij tot er geen open plekken meer zijn en bedek met het kruimeldeeg. Druk voorzichtig aan. Prik met een vork gaatjesin het deeg. Laat 30 min. bakken.

Haal de taart uit de oven en laat even afkoelen. Keer ze om op een platte schaal, bestrooi met de parelsuiker en serveer lauwwarm met geklopte ongezoete slagroom.