
Sinaasappeltaartjes met walnoten
Voor 6-8 taartjes
Voor 6-8 taartjes
50 g fijngemalen walnoten
100 g bloem
3 eieren, gesplitst
140 g suiker
60 g koude boter
een snuifje zout
4 onbehandelde sinaasappels
250 g mascarpone
125 g slagroom
1 el vanillepuddingpoeder
2 el sinaasappelmarmelade
50 ml water
poedersuiker, voor de afwerking
Kneed een glad deeg met de walnoten, bloem, 1 eiwit, 1 à 2 el suiker, de boter en het zout. Wikkel het deeg in plasticfolie en zet 1 u. koel weg. Was de sinaasappels en rasp de schil van 2 sinaasappels met een zesteur (citroenschaver) of fijne rasp. Roer de mascarpone glad met de slagroom, de resterende eieren en eierdooier. Voeg 3 el suiker en het vanillepuddingpoeder toe en roer alles onder elkaar. Schil de sinaasappelen tot op het vruchtvlees met een scherp mes en snij de partjes vantussen de vliezen; vang hierbij het sap op. Verwarm de marmelade licht en wentel er de sinaasappelpartjes in.
Haal het deeg uit de koelkast, verdeel in 6 à 8 porties en rol elke portie uit tot een cirkel die iets groter is dan een taartvormpje. Bekleed 6 à 8 taartvormpjes met het deeg. Verdeel er de mascarponecrème over, strijk glad en beleg met de sinaasappelpartjes. Bak de taartjes 25 min. in een voorverwarmde oven van 200 °C.
Doe intussen de rest van de suiker met het water in een pannetje en breng aan de kook. Voeg de sinaasappelzeste en het opgevangen sap toe, laat koken en giet na 2 min. door een zeef. Zet de sinaasappelzeste even opzij en laat de siroop met de helft inkoken. Haal de taartjes uit de oven, garneer met de sinaasappelzeste en bestrijk met de siroop. Laat afkoelen en serveer bestrooid met poedersuiker.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier