Ingrediënten

  • 250 g volle vloeibare room
  • 300 g donkere chocolade
  • 50 g granaatappelmelasse
  • 1/2 granaatappel
  • bloemsuiker

Voor het deeg

  • Eidooier
  • 1 el koud water
  • 120 g bloemsuiker
  • 50 g ongezoet cacaopoeder
  • 250 g bloem
  • 200 g boter
  1. Maak eerst het deeg. Klop de eidooier los met het water. Meng de bloemsuiker met het cacaopoeder. Meng de boter (in vlokjes) met de bloem en voeg eerst het suikermengsel en daarna de eidooier toe. Kneed tot een gladde, homogene deegbal. Verpak die in plasticfolie en leg 2 uur in de koelkast.
  2. Verwarm de oven voor op 180°C. Beboter een lange, rechthoekige taartvorm. Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een dikte van 8 mm. Druk het in de taartvorm en prik het hier en daar in met een vork.
  3. Leg een vel bakpapier op het deeg en strooi daarover bakbonen of bakparels. Bak 20 minuten in de oven, verwijder dan de bakbonen en het bakpapier en bak nog 15 à 20 minuten, tot het deeg gelijkmatig gebakken is. Laat volledig afkoelen.
  4. Verwarm de room met de granaatappelmelasse. Breek de chocolade in heel kleine stukjes en leg ze in een hittebestendige kom. Giet er de warme room over. Laat 2 minuten staan en klop dan op tot een gladde ganache. Giet over de taartbodem, laat afkoelen en zet dan 2 uur in de koelkast.
  5. Tik net voor het serveren de granaatappelpitten uit de halve granaatappel. Strooi ze over de taart en zeef er de bloemsuiker over