Ingrediënten

Voor 10:

  • 5 venkelknollen
  • 5 appels
  • boter
  • 3 el bruine suiker
  • 10 el in port geweekte rozijnen
  • peper en zout
  • 20 stronkjes witloof
  • 1,5 kg hazenfilet
  • gratin dauphinois

Voor de saus:

  • 6 dl water
  • 3 el bruine roux
  • 3 el rode-wijnazijn
  • 10 el rode wijn
  • 2,5 el bruine suiker
  • 250 g wildglace
  • 5 fijngehakte sjalotjes
  • boter
  • 2 takjes tijm
  • het sap van 2 citroenen
  • 3 el graantjesmosterd
  • peper en zout

Maak eerst de venkel. Snijd de knollen in plakken en pocheer ze enkele minuten in lichtgezouten kokend water. Laat goed uitlekken. Schil de appels en snijd ze in dikke plakken. Bak ze kort in wat boter en bruine suiker. Doe de venkel met de appels en de rozijnen in een pan en laat goed doorstoven. Kruid met peper en zout en houd warm. Pocheer de stronkjes witloof enkele minuten in lichtgezouten kokend water, snijd ze in twee en bak in wat boter krokant.

Maak de saus: doe het water met de roux, wijnazijn, rode wijn en bruine suiker in een pan en breng aan de kook. Laat zachtjes inkoken en doe er de wildglace bij. Fruit de fijngehakte sjalotjes in wat boter, doe er de tijm en het citroensap bij en laat inkoken tot een lichte stroop. Doe bij de eerste saus en klop goed onder elkaar. Doe er op het einde de mosterd bij. Kruid met peper en zout.

Braad de hazenfilet rosé. Snijd het vlees schuin in plakken en schik het op de borden. Geef er de garnituren bij en lepel er de saus rond. Versier met een takje rozemarijn.

Maak eerst de venkel. Snijd de knollen in plakken en pocheer ze enkele minuten in lichtgezouten kokend water. Laat goed uitlekken. Schil de appels en snijd ze in dikke plakken. Bak ze kort in wat boter en bruine suiker. Doe de venkel met de appels en de rozijnen in een pan en laat goed doorstoven. Kruid met peper en zout en houd warm. Pocheer de stronkjes witloof enkele minuten in lichtgezouten kokend water, snijd ze in twee en bak in wat boter krokant.Maak de saus: doe het water met de roux, wijnazijn, rode wijn en bruine suiker in een pan en breng aan de kook. Laat zachtjes inkoken en doe er de wildglace bij. Fruit de fijngehakte sjalotjes in wat boter, doe er de tijm en het citroensap bij en laat inkoken tot een lichte stroop. Doe bij de eerste saus en klop goed onder elkaar. Doe er op het einde de mosterd bij. Kruid met peper en zout.Braad de hazenfilet rosé. Snijd het vlees schuin in plakken en schik het op de borden. Geef er de garnituren bij en lepel er de saus rond. Versier met een takje rozemarijn.