Supermarktketens zetten zich in voor duurzame landbouw, of dat is alvast het beeld dat je krijgt in de winkels en in brochures. Een rapport van Greenpeace Nederland trekt de oprechtheid van dat engagement echter in twijfel. Vrijwel alle supermarktketens daar, op Albert Heijn na, beloofden in 2017 om zich aan de richtlijnen van PlanetProof te houden, een onafhankelijk keurmerk dat duidt op een planeet- en diervriendelijke productie. Greenpeace onderzocht wat er is terechtgekomen van de ambities van de supermarkten. Het resultaat van dat onderzoek bundelt de organisatie in een rapport met de veelzeggende titel 'Supermarkten: zwakste schakel in duurzame teelt?'.

Tussenstap naar biologische teelt

Heel wat onderzoekers lijken het erover eens dat onze huidige manier van aan landbouw doen aan verandering toe is. Verschillende boeren tonen dan ook interesse om hun manier van werken te herzien, maar geven aan dat omschakelen naar duurzamere methoden tijd en geld kost. Een boer die zijn bedrijf bijvoorbeeld biologisch wil maken, heeft vaak enkele jaren meer kosten, zonder dat hij er in tussentijd al voor verloond wordt. Een product dat voor 95 procent biologisch geteeld is maar nog een beetje gebruik maakt van conventionele methoden, krijgt immers geen biolabel opgeplakt en wordt dus aan de gangbare prijzen verkocht. Een tussenstap drong zicht op en verscheen bij onze noorderburen al in de vorm van PlanetProof. Boeren die zich daarbij aansluiten, verbruiken minder water, stoten minder schadelijke stoffen uit, gebruiken minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest en stimuleren de natuur op hun bedrijf.

Supermarkten kunnen consumenten ertoe verleiden duurzame producten te kopen én boeren ondersteunen in hun omschakeling naar PlanetProof of biologisch

Supermarkten reageerden erg enthousiast op het nieuwe label. Alle Nederlandse ketens behalve Albert Heijn beloofden om tegen 2020 enkel nog groenten en fruit met het PlanetProof-keurmerk aan te bieden. Ze legden volgens Greenpeace ook effectief steeds meer PlanetProof-producten in hun schappen, maar zouden zich daarbij volgens de ondervraagde boeren niet houden aan de eis om daar ook een meerprijs voor te betalen. En dat terwijl bijna alle telers zelf opdraaien voor de kosten van audits, certificering, monsternames en administratie. 'De kosten voor omschakeling dreigen zo vooral op het bordje van de telers te komen, waardoor de motivatie voor PlanetProof onder boeren en telers zichtbaar daalt', aldus het rapport.

Op de gespecialiseerde website Foodlog staat te lezen dat de oorzaak van de lager dan gewenste aankoopprijzen wellicht te zoeken is in de populariteit van het label. De redactie daar gokt dat er wellicht 'een te ruim aanbod van telerszijde is en daarom lage inkoopprijzen' gelden.

Een tweede conclusie in het rapport is echter dat verwerkers en handelaren wel merkbare inspanningen leveren. Boeren geven aan dat zij meer overhebben voor PlanetProof-producten. HAK bijvoorbeeld, dat ernaar streeft om in 2021 al haar Nederlandse groenten en peulvruchten PlanetProof te telen en verwerken, betaalt nu al tussen de tien en dertig procent extra voor sommige producten.

Zwakste schakel?

'Supermarkten dreigen daarmee de zwakste schakel te worden in de productieketen van duurzame, gifvrije groenten en fruit', staat verder te lezen. 'Duurzame telers dreigen af te haken en boeren die graag willen omschakelen worden afgeschrikt. Daarmee zouden alle inspanningen om van PlanetProof de nieuwe norm te maken, als belangrijke tussenstap naar biologisch, teniet gedaan worden.'

En dat zou zonde zijn, aldus de milieu-organisatie, want maar liefst 77 procent van de groenten en 89 procent van het fruit dat Nederlanders eten wordt gekocht in een supermarkt. 'De winkelketens kunnen consumenten ertoe verleiden duurzame producten te kopen én boeren ondersteunen in hun omschakeling naar PlanetProof of biologisch.'

Supermarktketens zetten zich in voor duurzame landbouw, of dat is alvast het beeld dat je krijgt in de winkels en in brochures. Een rapport van Greenpeace Nederland trekt de oprechtheid van dat engagement echter in twijfel. Vrijwel alle supermarktketens daar, op Albert Heijn na, beloofden in 2017 om zich aan de richtlijnen van PlanetProof te houden, een onafhankelijk keurmerk dat duidt op een planeet- en diervriendelijke productie. Greenpeace onderzocht wat er is terechtgekomen van de ambities van de supermarkten. Het resultaat van dat onderzoek bundelt de organisatie in een rapport met de veelzeggende titel 'Supermarkten: zwakste schakel in duurzame teelt?'. Heel wat onderzoekers lijken het erover eens dat onze huidige manier van aan landbouw doen aan verandering toe is. Verschillende boeren tonen dan ook interesse om hun manier van werken te herzien, maar geven aan dat omschakelen naar duurzamere methoden tijd en geld kost. Een boer die zijn bedrijf bijvoorbeeld biologisch wil maken, heeft vaak enkele jaren meer kosten, zonder dat hij er in tussentijd al voor verloond wordt. Een product dat voor 95 procent biologisch geteeld is maar nog een beetje gebruik maakt van conventionele methoden, krijgt immers geen biolabel opgeplakt en wordt dus aan de gangbare prijzen verkocht. Een tussenstap drong zicht op en verscheen bij onze noorderburen al in de vorm van PlanetProof. Boeren die zich daarbij aansluiten, verbruiken minder water, stoten minder schadelijke stoffen uit, gebruiken minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest en stimuleren de natuur op hun bedrijf. Supermarkten reageerden erg enthousiast op het nieuwe label. Alle Nederlandse ketens behalve Albert Heijn beloofden om tegen 2020 enkel nog groenten en fruit met het PlanetProof-keurmerk aan te bieden. Ze legden volgens Greenpeace ook effectief steeds meer PlanetProof-producten in hun schappen, maar zouden zich daarbij volgens de ondervraagde boeren niet houden aan de eis om daar ook een meerprijs voor te betalen. En dat terwijl bijna alle telers zelf opdraaien voor de kosten van audits, certificering, monsternames en administratie. 'De kosten voor omschakeling dreigen zo vooral op het bordje van de telers te komen, waardoor de motivatie voor PlanetProof onder boeren en telers zichtbaar daalt', aldus het rapport. Op de gespecialiseerde website Foodlog staat te lezen dat de oorzaak van de lager dan gewenste aankoopprijzen wellicht te zoeken is in de populariteit van het label. De redactie daar gokt dat er wellicht 'een te ruim aanbod van telerszijde is en daarom lage inkoopprijzen' gelden. Een tweede conclusie in het rapport is echter dat verwerkers en handelaren wel merkbare inspanningen leveren. Boeren geven aan dat zij meer overhebben voor PlanetProof-producten. HAK bijvoorbeeld, dat ernaar streeft om in 2021 al haar Nederlandse groenten en peulvruchten PlanetProof te telen en verwerken, betaalt nu al tussen de tien en dertig procent extra voor sommige producten. 'Supermarkten dreigen daarmee de zwakste schakel te worden in de productieketen van duurzame, gifvrije groenten en fruit', staat verder te lezen. 'Duurzame telers dreigen af te haken en boeren die graag willen omschakelen worden afgeschrikt. Daarmee zouden alle inspanningen om van PlanetProof de nieuwe norm te maken, als belangrijke tussenstap naar biologisch, teniet gedaan worden.'En dat zou zonde zijn, aldus de milieu-organisatie, want maar liefst 77 procent van de groenten en 89 procent van het fruit dat Nederlanders eten wordt gekocht in een supermarkt. 'De winkelketens kunnen consumenten ertoe verleiden duurzame producten te kopen én boeren ondersteunen in hun omschakeling naar PlanetProof of biologisch.'