De tiende verjaardag van het merk jodevisscher wordt begin september gevierd in het gigantische atelier van haar man. Er is een defilé en er is taart, veel taart, en dat is niet toevallig. 'In onze familie is het altijd de gewoonte geweest om samen te komen als er een kind jarig was. Broers en zussen, neven en nichten, ooms en tantes, kwamen bij elkaar voor taart en koffie. Tot je twaalf jaar was, dan stopte het. Ik heb die gewoonte overgenomen, en doe dat nu ook voor onze kinderen. Al is dat niet altijd met zelfgebakken taart.'
...

De tiende verjaardag van het merk jodevisscher wordt begin september gevierd in het gigantische atelier van haar man. Er is een defilé en er is taart, veel taart, en dat is niet toevallig. 'In onze familie is het altijd de gewoonte geweest om samen te komen als er een kind jarig was. Broers en zussen, neven en nichten, ooms en tantes, kwamen bij elkaar voor taart en koffie. Tot je twaalf jaar was, dan stopte het. Ik heb die gewoonte overgenomen, en doe dat nu ook voor onze kinderen. Al is dat niet altijd met zelfgebakken taart.' Ontwerpster Jo De Visscher komt langs vaderskant uit een familie van bakkers. 'Aan een verjaardagstaart begon een van de mannen al een dag van tevoren, want het waren soms ingewikkelde taarten, met veel crème au beurre. Ze vinden het dan ook ondermaats als mijn moeder of ik een taart gaan kopen in plaats van ze zelf te bakken. (lacht) Ik heb mijn opa in zijn bakkerij niet meer meegemaakt, maar zijn oude taart- en bakvormen blijven mij inspireren. Ik zal ze ook gebruiken als decor in mijn winkel in Gent, om mijn herfst-wintercollectie te presenteren. Die verwijst deze keer naar taarten, zowel met de vormen - cirkels en spieën - als met de kleuren - eigeel, aardbeirood, bessenblauw en pistachegroen. Voorts refereert de pied-de-poule aan de bakkersbroek met kleine ruitjes en de spikkels in de stof aan verstoven bloem.' Sinds haar eerste collectie, die rond chocolade draaide, put Jo inspiratie uit voedsel, van Engels ontbijt tot Russische kaviaar. In 2014 werd ze geïnspireerd door een boek over Nelson Mandela, en dat leverde Afrikaanse tinten op. Ook dat thema is haar niet vreemd, want met haar Kameroense man trekt ze geregeld naar West-Afrika. In Yaoundé hebben ze een huis. Ze vormen een onverwacht koppel: zij, het bleek-rossige meisje uit Scheldewindeke dat wiskunde studeerde, hij de diepzwarte extraverte kunstenaar uit Yaoundé. Bijna twintig jaar geleden wachtte ze hem op aan het Sint-Pietersstation in Gent. Kunstenaar Pascale was door wijlen Jan Hoet uitgenodigd om deel te nemen aan het kunstenparcours Traffic. Jo, restauratrice van hedendaagse kunst, zou hem bijstaan en wegwijs maken in de stad. Hij pakte haar hand vast en liet ze die dag niet meer los. Enkele weken later vroeg hij haar mee naar Bonn, om hem te assisteren bij het opzetten van een tentoonstelling, en nog wat weken en maanden later kwam hij terug naar België. Ze gingen samenwonen, eerst in Brussel, daarna in Gent, waar ze nog steeds wonen met hun kinderen. Jo ontpopte zich tot een sobere mode- ontwerpster met een voorliefde voor meetkundige vormen, mooie stoffen en goede pasvormen. Tralala is niet haar ding. 'Inspiratie uit eten' betekent bij haar iets totaal anders dan de uitbundige citroenen- en tomatenprints van Dolce e Gabbana. Pascale is dan weer de man van de grote gebaren en grote, kleurrijke installaties. Hij exposeert wereldwijd, maar werkt het liefst in zijn atelier in Gent. 'Ik ben eigenlijk meer bakker dan kok', lacht Jo De Visscher. 'Bakken is heel precies een recept volgen, dat strookt met mijn wiskundige aanleg. Pascale is beter in koken, en hij doet dat met de losse hand.' 'De keuken van Kameroen is niet erg verfijnd', vertelt ze, terwijl Pascale zijn werkplunje verruilt voor een hemd en broek uit haar nieuwe najaarscollectie. 'Zetmeel domineert het dagelijks menu: aardappelen, maniok, spaghetti, bonen. Groenten gebruiken ze naar onze maatstaven weinig, al zijn die er wel voorradig. Als we in Kameroen zijn, maak ik altijd een lijstje van groenten die Pascale moet meebrengen van de markt, want het is er allemaal, courgettes, aubergines, uien en paprika. Alleen met tomaten wordt vaak gekookt.' De markt, dat is voor Pascale, 'want als ik meega worden de groenten als bij toverslag duurder, ' lacht ze, 'voor La Blanche.' Terwijl ze de ingrediënten klaarzet voor de pilé, vertelt ze over de vele potten en potjes waar de Afrikaanse vrouwen mee in de weer zijn als ze koken. En over de kracht van hun armen, bij het stampen van de maniok, maar ook bij het doen van de was. 'Voor mij is het raar dat de families wel allemaal een gsm, internet en televisie hebben, maar geen wasmachine. Ik sta versteld hoe ze kleren met de hand zo schoon kunnen krijgen. De aarde is daar echt donkerrood en bruin, en toch zie je de mannen in een spierwitte broek lopen.' Pascale komt af en toe tussen om te zeggen dat zijn moeder van haar kant ook dingen van bij ons raar zou vinden. Bijvoorbeeld als ze hem in de keuken zou zien staan. Zo bereidt hij graag makreel, een vis die ginds zeer gewaardeerd wordt, maar hier lang miskend is. Voor sommige ingrediënten moet hij naar de Afrikaanse winkel, maar veel is ook in de gewone supermarkt te vinden, zij het duurder. 'Toen ik de eerste keer meeging naar Kameroen heb ik een steen meegebracht waarop je gedroogde specerijen moet fijnstampen', toont Jo. Het zijn er eigenlijk twee, een ruwe, platte steen en een kleinere, ronde als stamper. Ook een thermos- pan met een handvat, made in India. 'Daarin nemen de vrouwen warme gerechten mee die ze op de markt gaan verkopen.' Dan is het tijd voor actie; aardappelen worden gekookt, sjalot gesneden en bonen gespoeld. 'C'est la dame qui pile', zegt Pascale, en Jo gaat aan de slag - voorzichtig, want ze draagt een bessenblauwe blouse uit de nieuwe wintercollectie. Hoe langer je stampt - pileert - hoe romiger de puree wordt. 'Bij ons hoefde er niet geroepen te worden als het eten klaar was', lacht Pascale. 'Als we maman hoorden stampen, wisten we dat het bijna gereed was. Ik begrijp niet dat Jo altijd zo druk doende is in de keuken en dat ze wil dat we allemaal samen aan tafel komen. Bij ons gaan de mannen dan nog een wandelingetje maken, trekken een biertje open en komen op het gemakje af als de pilé klaar is.' Ze hebben de dag voordien nog gediscussieerd over de olie die ze zouden gebruiken. In Afrika wordt voor alles palmolie gebruikt, maar die is zwaar en heeft een smaak die wij westerlingen nogal sterk vinden. Bovendien zijn er ethische bezwaren vanwege het kappen van bossen voor oliepalmen. Vervangen door olijfolie dan maar? Dat was buiten Pascale gerekend: 'Palmolie geeft net de kleur, de geur en de smaak aan het gerecht, laten we het maken zoals het hoort.' En inderdaad heeft dit hoogst eenvoudige, voedzame gerecht een aantrekkelijke kleur en smaakt het lekker. 'Olijfolie is ginder ook duur, niemand gebruikt het er', geeft Jo toe. Op de vraag of de pilé in Kameroen 's middags of 's avonds wordt gegeten, luidt het antwoord: allebei. 'En de overschot is voor het ontbijt.' Met de helft van wat Pascale een kinderportie noemt, zijn wij voldaan. Iziz, de jongste zoon, zit het vanop afstand te bekijken. Voor hem hoeft het niet, geef hem maar Belgische frietjes.