Wie regelmatig in het bos gaat wandelen (en doen we dat tegenwoordig niet allemaal?), is het wellicht al tegengekomen: daslook. Vanaf maart luiden de vrolijk groene bladeren de lente in en in april en mei volgen fijne witte bloemetjes. Dat is op zich al erg mooi om te zien, maar nog leuker wordt het wanneer je weet dat daslook eetbaar is.

Je kan de bladeren met frisse looksmaak stoven of koken, net als spinazie, of rauw eten in een salade. Ook in soepen of pesto's doet de plant het goed. Of wat denk je van wat rauwe versnipperde blaadjes over een frisse boterham met plattekaas? In Duitsland worden de bladeren dan weer regelmatig verwerkt in kaas en brood. Ook de bloemen zijn eetbaar, en zijn erg mooi om een gerecht mee af te werken. Staat de plant al in bloei? Dan zijn de bladeren rauw minder lekker, maar kan je er nog perfect mee aan de slag in warme bereidingen.

Waar kijken?

Daslook houdt van plekjes in bosrijk gebied dat regelmatig in de schaduw ligt, maar ook in heel wat tuinen duikt het kruid (spontaan) op. Eens je de plant in je tuin hebt, ben je elk jaar verzekerd van een nieuwe aanvoer, want het is een bolgewas dat kan gaan woekeren. Erg hoeft dat echter niet e zijn, want met zijn witte (eveneens eetbare) bloemetjes is het een mooie bodembedekker.

Opgelet

Zin gekregen om daslook te oogsten? Vergis je dan zeker niet met de bladeren van andere planten, zoals het giftige meiklokje en (zeldzamere) herfststijlloos. Zeker nu de planten nog geen bloemen dragen, kunnen hun eveneens ellipsvormige bladeren wel eens verward worden met die van daslook. Er is echter een simpel trucje om altijd zeker te weten dat het om daslook gaat: je neus volgen. Daslook ruik je doorgaans voor je het ziet. Zeker een lichtjes gekneusd daslookblad verspreidt een karakteristieke look- of uiengeur.

Helemaal zeker ben je door naar de stengel te kijken: die van daslook is bijna driehoekig van vorm, die van het giftige meiklokje en herftstijlloos rond. Zoals altijd geldt echter: als je niet helemaal zeker bent, laat je de plant voor wat ie is en wandel je gewoon verder.

Wildplukken?

Wildplukken mag niet zomaar in België. Voor je aan de slag gaat met je mandje, moet je toestemming vragen aan de eigenaar van de grond. Daslook is echter ook gemakkelijk om te kweken in eigen tuin.

Toestemming gekregen om in een bosje aan de slag te gaan? Weet dan dat het nooit de bedoeling is dat je alles plukt wat je tegenkomt. Je bent immers lang niet de enige die zich graag aan de frisse blaadjes te goed wil doen: voor allerlei dieren (die nu uit hun winterslaap komen) is al het voedsel dat ze kunnen vinden broodnodig om aan te sterken.

Wie regelmatig in het bos gaat wandelen (en doen we dat tegenwoordig niet allemaal?), is het wellicht al tegengekomen: daslook. Vanaf maart luiden de vrolijk groene bladeren de lente in en in april en mei volgen fijne witte bloemetjes. Dat is op zich al erg mooi om te zien, maar nog leuker wordt het wanneer je weet dat daslook eetbaar is. Je kan de bladeren met frisse looksmaak stoven of koken, net als spinazie, of rauw eten in een salade. Ook in soepen of pesto's doet de plant het goed. Of wat denk je van wat rauwe versnipperde blaadjes over een frisse boterham met plattekaas? In Duitsland worden de bladeren dan weer regelmatig verwerkt in kaas en brood. Ook de bloemen zijn eetbaar, en zijn erg mooi om een gerecht mee af te werken. Staat de plant al in bloei? Dan zijn de bladeren rauw minder lekker, maar kan je er nog perfect mee aan de slag in warme bereidingen. Daslook houdt van plekjes in bosrijk gebied dat regelmatig in de schaduw ligt, maar ook in heel wat tuinen duikt het kruid (spontaan) op. Eens je de plant in je tuin hebt, ben je elk jaar verzekerd van een nieuwe aanvoer, want het is een bolgewas dat kan gaan woekeren. Erg hoeft dat echter niet e zijn, want met zijn witte (eveneens eetbare) bloemetjes is het een mooie bodembedekker. Zin gekregen om daslook te oogsten? Vergis je dan zeker niet met de bladeren van andere planten, zoals het giftige meiklokje en (zeldzamere) herfststijlloos. Zeker nu de planten nog geen bloemen dragen, kunnen hun eveneens ellipsvormige bladeren wel eens verward worden met die van daslook. Er is echter een simpel trucje om altijd zeker te weten dat het om daslook gaat: je neus volgen. Daslook ruik je doorgaans voor je het ziet. Zeker een lichtjes gekneusd daslookblad verspreidt een karakteristieke look- of uiengeur. Helemaal zeker ben je door naar de stengel te kijken: die van daslook is bijna driehoekig van vorm, die van het giftige meiklokje en herftstijlloos rond. Zoals altijd geldt echter: als je niet helemaal zeker bent, laat je de plant voor wat ie is en wandel je gewoon verder. Wildplukken mag niet zomaar in België. Voor je aan de slag gaat met je mandje, moet je toestemming vragen aan de eigenaar van de grond. Daslook is echter ook gemakkelijk om te kweken in eigen tuin. Toestemming gekregen om in een bosje aan de slag te gaan? Weet dan dat het nooit de bedoeling is dat je alles plukt wat je tegenkomt. Je bent immers lang niet de enige die zich graag aan de frisse blaadjes te goed wil doen: voor allerlei dieren (die nu uit hun winterslaap komen) is al het voedsel dat ze kunnen vinden broodnodig om aan te sterken.