Heel wat vissen die mensen graag eten, verschuilen zich op de bodem van de oceaan. Om hen te vangen, moet een visser hen dus doen opzwemmen. Dat wordt al erg lang gedaan door kettingen over de zeebodem te slepen, maar er wordt ook al enkele jaren geëxperimenteerd met een toestel dat stroomstootjes richting de bodem stuurt. Of beter: dat wérd gedaan, want de Europese Unie kondigde afgelopen voorjaar een verbod uit op de techniek. De reden: waar een pulskor passeert, zou een kerkhof achterblijven. Vooral kleine soorten zoals ongewervelden of garnalen, onmisbaar voor het ecosysteem, zouden onder de techniek te lijden hebben.

'Geen bewijs'

Dat is wat de Belgische en Franse vissers beweren, maar de Nederlanders en enkele onderzoekers hebben dat altijd al tegengesproken. Labotests toonden immers al langer aan dat pulsvisserij geen massale sterfte veroorzaakt, en die conclusie blijkt nu ook uit onderzoeken op zee door de Wageningen Marine Research. Met onderwatercamera's en in vangsten kon het team vaststellen dat negentig tot honderd procent van de zeedieren in leven was nadat er een pulskotter was gepasseerd. Enkele dieren raakten 'beschadigd' door het passeren van een vissersboot, maar de onderzoekers zagen dat effect zowel bij de methode met elektriciteit als de reguliere. De onderzoekers zijn dan ook stellig: 'We hebben geen enkel bewijs gevonden voor massale directe sterfte vlak na het passeren van een pulskotter'.

Al meteen nadat Europa de techniek verbood, besloot Nederland dat aan te vechten bij het Europees Hof van Justitie. Het land investeerde massaal in de techniek, omdat hij heel wat voordelen met zich meebracht: een pulskor woelt de zeebodem niet om en is stukken zuiniger met brandstof.