Producten als Zuid-Amerikaanse quinoa en Indonesische Kopi Luwak-koffie vind je tegenwoordig makkelijk in westerse winkels. Maar veel producten uit de berggebieden van ontwikkelingslanden zul je hier niet vinden. Voor landbouwers uit deze zones is de internationale markt zo goed als onbereikbaar.

Alliantie voor de Bergen

In Latijns-Amerika is daarom het kwaliteitslabel Product van de Alliantie voor de Bergen gelanceerd. Het garandeert kopers dat koffie, kaas en andere voedingsproducten afkomstig zijn uit de bergen van Latijns-Amerika en kleinschalig geproduceerd zijn, met respect voor het milieu en de lokale tradities. De producten moeten ook grotendeels in de bergen zelf zijn verwerkt.

De landbouwproductie in de bergen is kleinschalig en kan niet concurreren met de intensieve productie van het laagland. Bovendien krijgen de boeren vaak maar een kleine fractie van de totale prijs voor hun producten als gevolg van de hoge transportkosten en het grote aantal tussenpersonen.

Daardoor zijn veel voedingsmiddelen van hoge kwaliteit vrijwel onbekend buiten de regio's waarin ze worden geproduceerd.

Initiatief van FAO

Het label, een initiatief van de landbouworganisatie FAO, de Alliantie voor de Bergen, Slow Food en de Italiaanse Ontwikkelingssamenwerking, moet nieuwe markten openen voor deze producten.

De armoede in de berggebieden van ontwikkelingslanden is groot. De voedselzekerheid van een derde van de lokale bevolking is er in gevaar.

Lokaal geteelde producten naar de internationale markt brengen komt zowel consumenten als producenten ten goede, zegt de FAO. Het bevordert gezonde voeding en stimuleert de economische ontwikkeling van deze berggebieden.

Moeilijk en ruig terrein

Een tiental producenten uit zes landen toonde al interesse in het kwaliteitslabel. Het gaat onder meer om koffie uit Panama, kaas en muesli uit de Boliviaanse Andes en bosbessen- en goudbessenjam uit Peru.

Het label maakt deel uit van een ruimer programma dat de leefomstandigheden van bergbewoners moet verbeteren.

Gedurende eeuwen hebben de bergbewoners de teeltmethodes voor moeilijk en ruig terrein geperfectioneerd. Niet alleen voeden ze daarmee hun gemeenschap, ze beschermen ook bossen, bodem en water. Daarom zijn deze gebieden belangrijk in de strijd tegen honger en de strijd voor het behoud van natuurlijke hulpbronnen in Latijns-Amerika.

Koffie, kaas en muesli

In de bergen van Latijns-Amerika overheerst de familielandbouw, die enkel voor de eigen consumptie of de lokale markt werkt. De agro-industrie domineert deze markten niet, waardoor de traditionele, duurzame teeltmethodes blijven bestaan.

De ceibalkoffie in Panama bijvoorbeeld wordt geteeld in de schaduw van bossen. Deze kleinschalige koffieteelt voorkomt dat de bodem erodeert en voedingsstoffen verliest. Ook de bomen en hun wortels worden gespaard.

De kazen van de Boliviaanse hoogvlakten worden gemaakt door bedrijfjes waar 70 procent van de werknemers vrouwen zijn. Ze hanteren een zakenmodel dat de zorg voor het milieu en de lokale boerengemeenschappen vooropstelt.

Uit Bolivia komt een muesli die van de zaden van de zwarte amarant is gemaakt, een lokale variëteit die veel proteïnen bevat. Deze zaden, zegt de FAO, hebben niet alleen hoge voedingswaarde, ze zijn ook het resultaat van een duizend jaar oude interactie tussen lokale producenten, traditionele cultuur en milieu. (IPS)

Producten als Zuid-Amerikaanse quinoa en Indonesische Kopi Luwak-koffie vind je tegenwoordig makkelijk in westerse winkels. Maar veel producten uit de berggebieden van ontwikkelingslanden zul je hier niet vinden. Voor landbouwers uit deze zones is de internationale markt zo goed als onbereikbaar.In Latijns-Amerika is daarom het kwaliteitslabel Product van de Alliantie voor de Bergen gelanceerd. Het garandeert kopers dat koffie, kaas en andere voedingsproducten afkomstig zijn uit de bergen van Latijns-Amerika en kleinschalig geproduceerd zijn, met respect voor het milieu en de lokale tradities. De producten moeten ook grotendeels in de bergen zelf zijn verwerkt.De landbouwproductie in de bergen is kleinschalig en kan niet concurreren met de intensieve productie van het laagland. Bovendien krijgen de boeren vaak maar een kleine fractie van de totale prijs voor hun producten als gevolg van de hoge transportkosten en het grote aantal tussenpersonen.Daardoor zijn veel voedingsmiddelen van hoge kwaliteit vrijwel onbekend buiten de regio's waarin ze worden geproduceerd.Het label, een initiatief van de landbouworganisatie FAO, de Alliantie voor de Bergen, Slow Food en de Italiaanse Ontwikkelingssamenwerking, moet nieuwe markten openen voor deze producten.De armoede in de berggebieden van ontwikkelingslanden is groot. De voedselzekerheid van een derde van de lokale bevolking is er in gevaar.Lokaal geteelde producten naar de internationale markt brengen komt zowel consumenten als producenten ten goede, zegt de FAO. Het bevordert gezonde voeding en stimuleert de economische ontwikkeling van deze berggebieden.Een tiental producenten uit zes landen toonde al interesse in het kwaliteitslabel. Het gaat onder meer om koffie uit Panama, kaas en muesli uit de Boliviaanse Andes en bosbessen- en goudbessenjam uit Peru.Het label maakt deel uit van een ruimer programma dat de leefomstandigheden van bergbewoners moet verbeteren.Gedurende eeuwen hebben de bergbewoners de teeltmethodes voor moeilijk en ruig terrein geperfectioneerd. Niet alleen voeden ze daarmee hun gemeenschap, ze beschermen ook bossen, bodem en water. Daarom zijn deze gebieden belangrijk in de strijd tegen honger en de strijd voor het behoud van natuurlijke hulpbronnen in Latijns-Amerika.In de bergen van Latijns-Amerika overheerst de familielandbouw, die enkel voor de eigen consumptie of de lokale markt werkt. De agro-industrie domineert deze markten niet, waardoor de traditionele, duurzame teeltmethodes blijven bestaan.De ceibalkoffie in Panama bijvoorbeeld wordt geteeld in de schaduw van bossen. Deze kleinschalige koffieteelt voorkomt dat de bodem erodeert en voedingsstoffen verliest. Ook de bomen en hun wortels worden gespaard.De kazen van de Boliviaanse hoogvlakten worden gemaakt door bedrijfjes waar 70 procent van de werknemers vrouwen zijn. Ze hanteren een zakenmodel dat de zorg voor het milieu en de lokale boerengemeenschappen vooropstelt.Uit Bolivia komt een muesli die van de zaden van de zwarte amarant is gemaakt, een lokale variëteit die veel proteïnen bevat. Deze zaden, zegt de FAO, hebben niet alleen hoge voedingswaarde, ze zijn ook het resultaat van een duizend jaar oude interactie tussen lokale producenten, traditionele cultuur en milieu. (IPS)