'Eet vis van bij ons': het is een vaak gehoord devies. Maar welke soorten dat dan wel precies zijn, is aan het veranderen. Ror die conclusie komt het burgerwetenschapsproject SeaWatch-B. Dat project werd in 2014 gelanceerd door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) om de veranderingen in de Belgische Noordzee op de voet te kunnen volgen. Veertien burgers kregen een opleiding en de nodige uitrusting, en voeren sindsdien op een vast strandtraject een aantal standaard metingen uit.

Door op die gestandaardiseerde, vooraf vastgelegde wijze verschillende parameters op te volgen, kunnen ze veranderingen ten gevolge van natuurlijke of menselijke invloeden opsporen, en die staan in het eerste rapport voor de periode juni 2014 tot juni 2018. Daaruit blijkt dat het vooral de klimaatverandering is die invloed heeft op de veranderingen in de Noordzee.

Warmwatersoorten

De zee is de voorbije halve eeuw met 1,7°C opgewarmd, twee keer zo snel als het wereldgemiddelde voor oceaan en zeeën. Dat uit zich in allerlei verschuivingen in de voedselketen, met als belangrijkste het wegtrekken van koudwatersoorten en een toename van dieren en planten afkomstig uit de Atlantische Oceaan of zuidelijker.

In vergelijking met studies van twintig jaar terug (1996-97) blijkt een vervijfvoudiging van het aantal kleine pietermannen, een giftig warmwatervisje, in de branding. Die valt samen met sterke daling bij de Noordzeegarnaal, een koudwatersoort. Ook de toename van de kleine heremietkreeft, de vestiging van de Amerikaanse ribkwal voornamelijk in de herfst en winter en het langer verblijven van jonge pladijs in het strandwater (tot december, vroeger tot oktober) wijzen in dezelfde richting.

Toch blijft garnaal, met 6403 door de SeaWatchers bij het kruien gevangen exemplaren, ook vandaag nog de talrijkste soort in de branding. Op twee eindigt het zeedruifje, een kamkwal (1.506 exemplaren) en op drie de kleine heremietkreeft (428 exemplaren).