De ecologen en biologen analyseerden onder meer de situatie bij maïsvelden in de Verenigde Staten, koolzaadvelden in het zuiden van Zweden, koffieplantages in India, mangoplantages in Zuid-Afrika en graanvelden in de Alpen. Ze keken daarbij naar bestuiving door wilde insecten en natuurlijke bestrijding van ziekten en plagen in gewassen.

Goede insecten

In heterogene landschappen, waar de variatie aan gewassen, heggen, bomen en weilanden groter is, zijn meer 'goede' insecten te vinden en is hun samenstelling ook diverser. Zowel de bestuiving als de natuurlijke bestrijding van ziekten verloopt er beter, en ook de opbrengst is hoger, zeggen de onderzoekers.

Monoculturen zijn verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de negatieve effecten als het gaat om bestuiving. Het negatieve effect is volgens hen nog groter als het gaat om het bestrijden van schadelijke insecten, door het verdwijnen van hun natuurlijke vijanden.

Minder pesticiden

'Onze studie laat zien dat biodiversiteit essentieel is om de diensten van het ecosysteem in stand te houden en een hoge en stabiele landbouwopbrengst te garanderen', zegt Matteo Dainese, bioloog bij Eurac Research en hoofdauteur van de studie. 'Een boer heeft minder pesticiden tegen schadelijke insecten nodig als de natuurlijke bestrijding verbetert door meer biodiversiteit.'

Ecoloog Ingolf Steffan-Dewenter, verbonden aan het departement Dierecologie en Tropische Biologie van de Universiteit van Würzburg, zegt dat het belang van biodiversiteit op landbouwgrond alleen maar groter wordt door de klimaatverandering. 'Deze studie biedt sterke empirische ondersteuning voor nieuwe wegen naar duurzame landbouw, waarbij de bescherming van de biodiversiteit hand in hand gaat met voedselproductie voor een groeiende bevolking.'

De studie werd gepubliceerd in Science Advances.