'If you can't get to paradise, I'll bring it to you', zo klonk het credo van de Amerikaanse ondernemer Ernest Beaumont-Gantt. Vandaag staat hij beter bekend als Donn Beach, de stamvader van de tiki-beweging. Toen hij in 1934 Don the Beachcomber opende in Hollywood, bracht hij twee persoonlijke passies samen: exotische bestemmingen en rum. Hij creëerde een Polynesisch themarestaurant met Kantonese gerechten en zoete rumcocktails in een decor van rotanmeubelen, totems, bloementooien en vlammende fakkels.
...

'If you can't get to paradise, I'll bring it to you', zo klonk het credo van de Amerikaanse ondernemer Ernest Beaumont-Gantt. Vandaag staat hij beter bekend als Donn Beach, de stamvader van de tiki-beweging. Toen hij in 1934 Don the Beachcomber opende in Hollywood, bracht hij twee persoonlijke passies samen: exotische bestemmingen en rum. Hij creëerde een Polynesisch themarestaurant met Kantonese gerechten en zoete rumcocktails in een decor van rotanmeubelen, totems, bloementooien en vlammende fakkels. Na een jarenlang verbod op alcohol en de crash van 1929 hadden zijn landgenoten nood aan escapisme. Het concept sloeg in als een bom en al snel kon hij tal van Hollywoodacteurs tot zijn klanten rekenen. Don the Beachcomber werd een keten na de Tweede Wereldoorlog, net als het rivaliserende Trader Vic's waarmee het concept ook buiten de Verenigde Staten belandde. Zo bracht het een ware hype op gang in de jaren 50 en 60. Het was in die sfeer dat het cocktailparapluutje ontstond. Volgens Jeff Berry, een zelfverklaarde tiki-historicus, was Harry Yee de eerste die ze als decoratie voor zijn drankjes gebruikte in 1959. Yee was barman in het Village Hotel, dat later het Hilton Waikiki in Hawaï zou worden, een resort met drieduizend kamers en achttien restaurants. 'Hij versierde zijn rumcocktails oorspronkelijk met een rietsuikerstok (rietsuiker is het basiselement van rum), maar omdat klanten hun afgekauwde stok steeds in de asbak dumpten met een plakboel tot gevolg, ging hij op zoek naar een alternatief', vertelde Berry ooit in een interview op bonappetit.com. 'Hij experimenteerde eerst met orchideeën, maar de papieren miniparaplu sloeg het best aan bij zijn internationale klanten.' Yee claimde de uitvinding in een interview in 1998. Toch durven tiki-professionals, waaronder Tom Neijens, die sinds 2014 The Drifter runt in Gent, die stelling in twijfel te trekken. Enerzijds was er in de VS al sprake van kleine papieren paraplu's als haaraccessoire eind 19de eeuw. Het was een heuse trend na China's deelname aan de Chicago World's Fair in 1893. Anderzijds bestaat de legende dat Donn Beach en Trader Vic's de paraplu's bewust als marketingtool gebruikten om vrouwen - die tot dusver nauwelijks in bars werden gespot - te lokken. 'Beach en Trader Vic's waren berucht vanwege de listen die daar bedacht werden om geld te verdienen. Een van hen gebruikte zelfs een sproeisysteem op het dak om zijn gasten te doen geloven dat het regende. Zo bleven ze nog langer aan de toog plakken', lacht Neijens. Hoe dan ook, samen met de cocktailparaplu werd de tikibeweging het slachtoffer van haar eigen succes. Overal doken bars op waardoor ook de kwaliteit pijlsnel de dieperik in dook. Tegen de jaren 90 werden ze geassocieerd met zoete siropen en chemische troep en werden ze verbannen uit gerespecteerde bars. 'Al merk ik de laatste jaren een kentering', meent Neijens, want ook tiki vaart mee op de artisanale golf. 'Alles wat ik gebruik - met uitzondering van rum - maak ik zelf, tot de siropen en de kokosroom toe. Het vergt veel werk, maar het loont.' En de paraplu? 'Die duikt niet op in al mijn cocktails, maar wel steevast in de Hurricane, waarin het stukgeblazen lijkt door de wind.' Want dat parapluutje dient vooral om een verhaal te brengen, eentje dat je ervaring verdiept. Al moet je niet alles geloven wat je hoort. 'Dat het parapluutje zou verhinderen dat het ijs in je glas smelt of dat de rum verdampt is uiteraard je reinste onzin.'