We drinken wijn zonder toevoegingen, die al eens naar de stal durft te ruiken (op een goede manier)

Terwijl in het vorige decennium enkel obscure wijnclubjes en kenners van het genre enthousiast werden van het concept 'natuurwijn', is deze wijnrevolutie intussen doorgedrongen tot de menukaart van elk zichzelf respecterend restaurant. Natuurwijnbars poppen op in steden en nieuwerwetse wijnliefhebbers goochelen met termen als 'volatiel' en 'oxidatief'. Als je dacht dat je thuis was in wijnen, kun je enige weerstand voelen als je het goedje drinkt, want het zet je referentiekader op zijn kop.

De wijnen worden gemaakt met zo min mogelijk interventies: geen of minieme toevoeging van sulfiet (een middel dat wordt ingezet om de gisting te remmen en transport en bewaring te vergemakkelijken) en ook enzymen, tannines, zuur of suiker om de smaak te corrigeren zijn uit den boze. Voor de gisting wordt geen beroep gedaan op industriële gist, maar op de wilde gisten die leven op de druivenschil en in de lucht zweven. Juist ja, net als onze nationale biertrots geuze (waar de smaak van een witte natuurwijn ook weleens aan durft te refereren). Soms komen de wijnen ongefilterd in het glas en drink je een troebele wijn. De wijnmaker laat de natuur haar gang gaan - maar heeft daardoor wel topdruiven nodig, want hij kan geen beroep doen op additieven om iets te verdoezelen.

Hoewel er ook veel klassiek smakende natuurwijn wordt gemaakt, zijn er wijnen die ietwat wild en funky smaken. Natuurwijn schudde het klassieke wijnlandschap de laatste tien jaar eens goed door elkaar en dat levert ons verrassende smaken en meer diversiteit op.

Labne, tahin, hummus en granaatappel kruipen in onze boodschappentas

Het Midden-Oosten is niet meer weg te denken uit onze keukens. De boeken van de Israëlisch-Britse kok Yotam Ottolenghi werden het voorbije decennium immens populair (Plenty kwam exact 10 jaar geleden uit) en zorgden ervoor dat we massaal aubergines grilden, granaatappelpitten strooiden, kikkererwten pletten en ons gebruik van yoghurt zich niet beperkte tot het ontbijt. Hummus werd het smeuïge culinaire icoon van de voorbij jaren en spande samen met falafel om dé gezonde fastfood van het decennium te worden.

Falafels met hummus © Getty

Het pad werd geëffend door Brits-Egypische food writer Claudia Roden, intussen 83 jaar oud, die al in 1968 A Book of Middle Eastern Food schreef, met verhalen en recepten uit deze regio. De keuken van het Midden-Oosten is er één waar groenten een centrale rol spelen en vegetarische gerechten als falafel de show stelen. Dat vormt naast de smaken, felle kleuren en de overvloed aan verse kruiden de aantrekkingskracht van deze keuken.

Craftbier wordt hip, we drinken dat het liefst uit blik

Het woord 'speciaalbier' riep tot voor kort vooral visioenen op van paters in een donkerbruine pij, maar dat veranderde in tien jaar drastisch. Hoewel België pas laat op de trein van de craftbeers is gesprongen - onze rijke biertraditie zat vernieuwing een beetje in de weg - zijn we nu volledig vertrokken. Biercafés met een eindeloze rij tapkranen, waar de laatste creaties van inventieve brouwers te proeven zijn, leven zij aan zij met bierwinkels waar je een duizelingwekkend aanbod Belgische en internationale bieren vindt van kleinschalige brouwerijen. Eeuwenoude bierstijlen worden van onder het stof gehaald en krijgen een nieuwe draai, stadsbrouwerijen zoals Brussels Beer Project of Cabardouche maken het brouwproces opnieuw zichtbaar in de stad en zorgen ervoor dat je het bier kunt proeven in of vlak bij de brouwzaal.

Terwijl we bier in blik vroeger weleens durfden te associëren met goedkope, smakeloze pils, beleeft deze verpakkingsvorm een comeback. Er duiken almaar meer artistiek vormgegeven blikjes op in de artisanale bierwereld, aangepast aan de wensen van deze tijd: licht, handig te vervoeren en eindeloos recycleerbaar.

Vegetarisch eten worstelt zich vanuit de marge een weg naar de mainstream

Het voorbije decennium werd vegetarisch eten eindelijk een keuze die je niet meer voortdurend hoefde te verdedigen (oké, die ene vleesminnende nonkel durft nog weleens zijn bedenkelijke moppentrommel open te trekken, maar laten we die gewoon wijselijk negeren). Gastronomische restaurants pakten uit met een groenteversie van hun klassiek menu, op festivals kreeg je een steeds ruimer aanbod van vleesvrije fastfood en in de supermarkt kon je de pureeburgers vermijden en andere spannende alternatieven in je winkelmandje laden. Initiatieven als 'donderdag veggiedag' en 'dagen zonder vlees' zorgden ervoor dat vegetarisch eten mainstream werd, ook voor mensen die op andere gelegenheden wel nog een stukje vlees aten: de zogenaamde flexitariër werd geboren.

Groentenmedley op de barbecue © Getty

Groenten werden niet langer weggezet als bijgerecht, maar vonden hun weg naar het middelpunt van de belangstelling. Boerenkool kreeg zijn hypemoment, pastinaak en aardpeer werden door het label 'vergeten' ineens heel aanwezig en avocado bestormde elke toast. Plantaardig eten is geen voorbijwaaiende trend. Bewuster met vlees omgaan en groenten laten schitteren zal de komende jaren enkel nog aan belang winnen.

Boeren gaan in de spotlights staan

De afgelopen tien jaar kregen boeren een gezicht. De mensen die ons voorzien van ons dagelijks eten bleven te lang anoniem en dus ook ondergewaardeerd. De boer zit in een lastige positie. Hij is vaak de dupe van de prijzenoorlog tussen de supermarkten. Iedereen wil de goedkoopste zijn, en daar draaien de boeren voor op. De afstand die grootschalige landbouw en supermarkten hebben geschapen tussen boer en consument werd dit decennium verkleind door boerenmarkten, foodfestivals en korteketeniniatieven. Boerderijwinkels kennen een renaissance, plukboerderijen schieten als paddenstoelen uit de grond en andere initiatieven zoals 'boeren en buren' of 'voedselteams' zorgen ervoor dat mensen boodschappen kunnen doen rechtstreeks bij een lokale kweker. De boer krijgt de integrale opbrengst en zo een eerlijkere prijs voor zijn werk en de consument weet waar zijn voedsel vandaan komt.

In het volgende decennium kijken we uit hoe deze niche-initiatieven kunnen doorgroeien tot de mainstream. Want om duurzaamheidsexperte Joszi Smeets te citeren: 'Als we het middenveld kunnen verduurzamen en kwalitatief voedsel minder elitair kunnen maken, kunnen we echt een maatschappelijke win teweegbrengen. Anders blijft de trend slechts een oppervlakkige gril voor wie het kan betalen.'

Terwijl in het vorige decennium enkel obscure wijnclubjes en kenners van het genre enthousiast werden van het concept 'natuurwijn', is deze wijnrevolutie intussen doorgedrongen tot de menukaart van elk zichzelf respecterend restaurant. Natuurwijnbars poppen op in steden en nieuwerwetse wijnliefhebbers goochelen met termen als 'volatiel' en 'oxidatief'. Als je dacht dat je thuis was in wijnen, kun je enige weerstand voelen als je het goedje drinkt, want het zet je referentiekader op zijn kop. De wijnen worden gemaakt met zo min mogelijk interventies: geen of minieme toevoeging van sulfiet (een middel dat wordt ingezet om de gisting te remmen en transport en bewaring te vergemakkelijken) en ook enzymen, tannines, zuur of suiker om de smaak te corrigeren zijn uit den boze. Voor de gisting wordt geen beroep gedaan op industriële gist, maar op de wilde gisten die leven op de druivenschil en in de lucht zweven. Juist ja, net als onze nationale biertrots geuze (waar de smaak van een witte natuurwijn ook weleens aan durft te refereren). Soms komen de wijnen ongefilterd in het glas en drink je een troebele wijn. De wijnmaker laat de natuur haar gang gaan - maar heeft daardoor wel topdruiven nodig, want hij kan geen beroep doen op additieven om iets te verdoezelen. Hoewel er ook veel klassiek smakende natuurwijn wordt gemaakt, zijn er wijnen die ietwat wild en funky smaken. Natuurwijn schudde het klassieke wijnlandschap de laatste tien jaar eens goed door elkaar en dat levert ons verrassende smaken en meer diversiteit op.Het Midden-Oosten is niet meer weg te denken uit onze keukens. De boeken van de Israëlisch-Britse kok Yotam Ottolenghi werden het voorbije decennium immens populair (Plenty kwam exact 10 jaar geleden uit) en zorgden ervoor dat we massaal aubergines grilden, granaatappelpitten strooiden, kikkererwten pletten en ons gebruik van yoghurt zich niet beperkte tot het ontbijt. Hummus werd het smeuïge culinaire icoon van de voorbij jaren en spande samen met falafel om dé gezonde fastfood van het decennium te worden. Het pad werd geëffend door Brits-Egypische food writer Claudia Roden, intussen 83 jaar oud, die al in 1968 A Book of Middle Eastern Food schreef, met verhalen en recepten uit deze regio. De keuken van het Midden-Oosten is er één waar groenten een centrale rol spelen en vegetarische gerechten als falafel de show stelen. Dat vormt naast de smaken, felle kleuren en de overvloed aan verse kruiden de aantrekkingskracht van deze keuken.Het woord 'speciaalbier' riep tot voor kort vooral visioenen op van paters in een donkerbruine pij, maar dat veranderde in tien jaar drastisch. Hoewel België pas laat op de trein van de craftbeers is gesprongen - onze rijke biertraditie zat vernieuwing een beetje in de weg - zijn we nu volledig vertrokken. Biercafés met een eindeloze rij tapkranen, waar de laatste creaties van inventieve brouwers te proeven zijn, leven zij aan zij met bierwinkels waar je een duizelingwekkend aanbod Belgische en internationale bieren vindt van kleinschalige brouwerijen. Eeuwenoude bierstijlen worden van onder het stof gehaald en krijgen een nieuwe draai, stadsbrouwerijen zoals Brussels Beer Project of Cabardouche maken het brouwproces opnieuw zichtbaar in de stad en zorgen ervoor dat je het bier kunt proeven in of vlak bij de brouwzaal. Terwijl we bier in blik vroeger weleens durfden te associëren met goedkope, smakeloze pils, beleeft deze verpakkingsvorm een comeback. Er duiken almaar meer artistiek vormgegeven blikjes op in de artisanale bierwereld, aangepast aan de wensen van deze tijd: licht, handig te vervoeren en eindeloos recycleerbaar.Het voorbije decennium werd vegetarisch eten eindelijk een keuze die je niet meer voortdurend hoefde te verdedigen (oké, die ene vleesminnende nonkel durft nog weleens zijn bedenkelijke moppentrommel open te trekken, maar laten we die gewoon wijselijk negeren). Gastronomische restaurants pakten uit met een groenteversie van hun klassiek menu, op festivals kreeg je een steeds ruimer aanbod van vleesvrije fastfood en in de supermarkt kon je de pureeburgers vermijden en andere spannende alternatieven in je winkelmandje laden. Initiatieven als 'donderdag veggiedag' en 'dagen zonder vlees' zorgden ervoor dat vegetarisch eten mainstream werd, ook voor mensen die op andere gelegenheden wel nog een stukje vlees aten: de zogenaamde flexitariër werd geboren. Groenten werden niet langer weggezet als bijgerecht, maar vonden hun weg naar het middelpunt van de belangstelling. Boerenkool kreeg zijn hypemoment, pastinaak en aardpeer werden door het label 'vergeten' ineens heel aanwezig en avocado bestormde elke toast. Plantaardig eten is geen voorbijwaaiende trend. Bewuster met vlees omgaan en groenten laten schitteren zal de komende jaren enkel nog aan belang winnen.De afgelopen tien jaar kregen boeren een gezicht. De mensen die ons voorzien van ons dagelijks eten bleven te lang anoniem en dus ook ondergewaardeerd. De boer zit in een lastige positie. Hij is vaak de dupe van de prijzenoorlog tussen de supermarkten. Iedereen wil de goedkoopste zijn, en daar draaien de boeren voor op. De afstand die grootschalige landbouw en supermarkten hebben geschapen tussen boer en consument werd dit decennium verkleind door boerenmarkten, foodfestivals en korteketeniniatieven. Boerderijwinkels kennen een renaissance, plukboerderijen schieten als paddenstoelen uit de grond en andere initiatieven zoals 'boeren en buren' of 'voedselteams' zorgen ervoor dat mensen boodschappen kunnen doen rechtstreeks bij een lokale kweker. De boer krijgt de integrale opbrengst en zo een eerlijkere prijs voor zijn werk en de consument weet waar zijn voedsel vandaan komt. In het volgende decennium kijken we uit hoe deze niche-initiatieven kunnen doorgroeien tot de mainstream. Want om duurzaamheidsexperte Joszi Smeets te citeren: 'Als we het middenveld kunnen verduurzamen en kwalitatief voedsel minder elitair kunnen maken, kunnen we echt een maatschappelijke win teweegbrengen. Anders blijft de trend slechts een oppervlakkige gril voor wie het kan betalen.'