1756. Een Berlijnse man wilde dolgraag als kanonnier aan de slag bij het leger van Frederik de Grote, maar toen hij er aangenomen werd, bleek er een addertje onder het gras te zitten. Hij werd gerekruteerd als patissier. Om zijn droom toch nog waar te maken, ging hij op zoek naar crea...

1756. Een Berlijnse man wilde dolgraag als kanonnier aan de slag bij het leger van Frederik de Grote, maar toen hij er aangenomen werd, bleek er een addertje onder het gras te zitten. Hij werd gerekruteerd als patissier. Om zijn droom toch nog waar te maken, ging hij op zoek naar creatieve oplossingen. De soldaat-banketbakker besloot taartjes in de vorm van kanonskogels te maken: boules de Berlin. Ronde, gefrituurde broodjes gevuld met confituur en bestrooid met kristalsuiker. Wij, Belgen, kennen ze in een andere variant: met bakkerscrème en bloemsuiker. Maar waar komt de traditie vandaan om ze al roepend op het strand te verkopen? Niemand weet wat de man bezielde, maar zo'n zestig jaar geleden vroeg de Brusselaar Rodolphe Dies toestemming om Berlijnse bollen op het strand te verkopen. Niet zo praktisch - tenzij je graag knarsende pudding eet - en buitenlanders begrijpen het al helemaal niet, maar toch doen de boules de Berlin het goed op onze Belgische stranden. Het Duitse taartje is niet alleen bij ons populair, na John F. Kennedy's bezoek aan West-Berlijn werd het broodje ook door de Amerikanen ontdekt. Tijdens zijn toespraak stak Kennedy van wal met "Ich bin ein Berliner". Door velen lachend afgedaan als zou de Amerikaanse president zichzelf een Berlijnse bol hebben genoemd. Aan wie de boule de Berlin zijn bekendheid te danken heeft? Aan een Duitser, een Brusselaar en een Amerikaanse president, dus.