'Ik maak geen koffietafelboeken', stelt Donna Hay zelfverzekerd. 'Mensen die je in de supermarkt vertellen dat ze jouw cake gebakken hebben voor de doop van hun dochter, of dat ze altijd een bepaalde salade serveren met kerst, dat is waar ik het voor doe. Zo word je een deel van hun dagelijkse leven en van hun geschiedenis, en dat is heel speciaal. Als mensen niet uit je boek koken, heb je gefaald.'

Toen Donna Hay bijna 28 jaar geleden haar eerste kookboek uitbracht, was haar grootste angst dat het snel in de ramsj zou terechtkomen. Maar het boek werd een succes en haar zonnige, eenvoudige keuken en wit-op-wit foodstyling beïnvloedden wereldwijd kookboekenschrijvers en -fotografen. Na 26 kookboeken weet ze als geen ander hoe onze manier van koken veranderd is.

'We zijn vandaag meer en bewuster met eten bezig en we kunnen niet meer ontkennen dat eten een grote invloed heeft op onze gezondheid. Mensen hebben het druk, maar willen toch gezond eten. We koken ook anders voor vrienden en familie. Vroeger was een etentje arbeidsintensief en stresserend, iets waar je een heel weekend mee bezig was. Vandaag is alles meer ontspannen. Natuurlijk willen we lekkere dingen op tafel, maar een etentje gaat over vriendschap en delen en plezier maken, niet over doen alsof je een restaurant bent.'

Etentjes gaan over vriendschap en delen en plezier maken, niet over doen alsof je een restaurant bent.

Eenvoudig en gezond, het is je thema van bij je eerste boek. Waar kwam het idee voor een kookboek vandaan?

'Ik behoor tot de eerste generatie kinderen die opgroeide met twee werkende ouders. Wij hebben dus niet echt leren koken thuis. Ik had geluk: tijdens de vakanties bij mijn grootouders hielp ik mee in de keuken en mijn zussen en ik gingen één zomer ook naar een soort kookles. Ik was meteen enthousiast en mijn moeder liet me daarna mijn gang gaan in haar keuken. Meer zelfs, ze hielp me opruimen. Ik was een jaar of tien toen ik voor het eerst mijn vaders verjaardagsdiner klaarmaakte. Het was waarschijnlijk verschrikkelijk, maar die aanmoediging van mijn ouders wakkerde mijn passie aan. Als jonge foodstyliste in de bladenwereld bleek niemand van mijn collega's of vrienden te kunnen koken. Dus legden we al ons geld samen en kookte ik voor hen wat ik kende. Een paar dagen later belden ze: hoe heb je de chili gesneden, wat was dat kruid, wat zat er in die saus? Ik was het snel beu om hun vragen te beantwoorden. (lacht) Ze misten niet alleen basiskennis in de keuken, maar wisten ook niet hoe ze een tafel mooi konden aankleden. Dus besliste ik een boek te maken over lekker koken én gasten ontvangen. Ik schreef smakelijke maar eenvoudige recepten en wilde alles mooi presenteren. Foodfotografie had vaak nog iets zwaars in die tijd, vandaar mijn wit-op-wit-idee. Witte borden, witte tafelkleden, natuurlijk licht.'

Dat eerste boek was de start van een indrukwekkende carrière...

'...maar is niet het resultaat van een Groot Plan hoor, het is gewoon gebeurd. En het was zeker niet makkelijk in het begin. 28 jaar geleden werd deze industrie nog gedomineerd door mannen die wilden weten waarom mensen in godsnaam mijn boeken zouden kopen en niet die van chefs met betere opleidingen. Maar ik zette door en hoef vandaag niets meer uit te leggen. Het gaat mij nog steeds om de mensen die mijn gerechten klaarmaken, niet om complimenten uit de industrie.'

Als je als kind al het culinaire vuur voelde branden, was een carrière als chef dan geen optie?

'Ik ben opgegroeid op het strand in Sydney, mijn ouders waren zeer chilled out en hebben nooit tegen ons geroepen. Nooit. Zo'n grote commerciële keuken, met die drukte en stress en al dat geroep en getier, dat zou ik niet overleefd hebben. Na een mislukte start in een studie sportwetenschappen vond ik een geweldige cursus huishoudkunde, met voedingsleer, recepten schrijven, kooklessen. Na die studie begon ik foodstylistes te assisteren. Om te overleven moest ik de eerste zijn die gebeld werd voor een opdracht, dus besliste ik om de beste assistent te worden die ze zich konden inbeelden. Ik was als eerste op kantoor of op de set, deed eindeloos veel research, werkte hard en deed ontzettend mijn best. Dat werkte en op mijn 25ste werd ik culinair redacteur voor de Australische Marie-Claire. Ik ben vandaag veel vrijer dan de doorsneechef. Ik heb nooit begrepen waarom mensen telkens opnieuw dezelfde gerechten maken. Als ik een recept in mijn vingers heb, wil ik meteen iets anders. Ik kan meanderen tussen zoet en hartig, en tussen allerlei stijlen. Voor iemand met een creatief brein zijn er geen grenzen.'

En hoe werkt dat creatieve brein precies? Hoe worden recepten geboren?

'Ik maak notities en ook meteen tekeningetjes. Want ik kan een recept schrijven dat heerlijk is en waar iedereen van smult, maar het moet ook op papier overtuigen. Het moet er zo aantrekkelijk uitzien dat mensen die door mijn boek bladeren naar hun keuken wandelen en gaan koken. Daarom begin ik met het visuele. Ik leg de puzzel in mijn hoofd voor ik de keuken inga.'

Wil dat zeggen dat er nooit lelijke gerechten in je boeken staan?

'Nooit. Ofwel herwerk ik een gerecht tot het er goed uitziet, ofwel gooi ik het weg. Uiteraard moet elk recept ook lekker én haalbaar zijn. Mijn criterium is: het is een woensdagvond, na een drukke dag. Wil ik dit klaarmaken? Als iets te lang duurt, gaat het me vervelen.'

Heb je na 26 boeken weleens last van writer's block?

'Nee, want alles inspireert me. Als ik even vastzit, breek ik uit mijn routine. Ik rij langs een andere weg naar het werk, ga naar een andere supermarkt en dan gaat mijn brein weer werken. Daarom zijn promotours ook zo belangrijk. Ik krijg nieuwe input, zie de trends en wat waar speelt. Op signeersessies geeft iedereen die langskomt me kleine juweeltjes informatie over hun leven en wat ze koken. Elk van hen stuurt mee waar ik naartoe ga. Ik slaap twee weken lang amper een paar uur per nacht, maar ga geïnspireerd terug naar huis. (lacht) Ook mijn Instagramfeed is inspirerend. Ik zie wat mensen liken, waar ze me in taggen, welk recept of ingrediënt plots trendy is. Op dit moment rennen er een paar ideeën rondjes door mijn hoofd, een beetje zoals bij een paardenkoers. Maar voorlopig is er nog geen enkel idee de finishlijn gepasseerd.'

Mensen denken bij Australië niet aan een invloedrijke keuken, maar jij en Bill Granger hebben de manier waarop mensen koken toch beïnvloed.

'Dat heeft te maken met wat voor land Australië is, denk ik. Wij nemen ons werk wel ernstig, maar onszelf niet, en dat levert een frisse stijl op. Bovendien leven we niet in de houdgreep van traditie. Alles kan en alles mag. Australië is een smeltkroes. Na de Britten volgden er golven Italiaanse en Griekse migranten, daarna kwam de goudkoorts, en veel Aziatische inwijkelingen. Als kind hadden we Vietnamese buren, en waar ik nu in Sydney woon, kan ik letterlijk de wereld rond eten, omdat de restaurants zo divers zijn. Iedereen brengt zijn eigen smaken en ingrediënten mee. Als het lekker is, pikken we het op. We zijn niet onrespectvol, maar doen er ons eigen ding mee. Wat Bill en ik doen is geen fusion, we kijken naar een ingrediënt zoals het is en vragen ons af hoe we het kunnen gebruiken, soms los van zijn traditionele context. In mijn eerste boek stond een recept voor gegrilde kippenborst in een marinade van balsamico, limoen en bruine suiker. Geen traditionele Italiaanse combinatie, maar het werkte en ik word er vandaag nog over aangesproken. De diepte van de balsamico krijgt een frisse toets door de limoen en de suiker zorgt voor harmonie. Wij durven dat soort combinaties te maken, omdat we als Australiërs geen lange culinaire traditie hebben.'

Hard werken, bijleren, die dingen zijn belangrijk voor succes. Heb je nog advies voor jonge mensen die nog maar net aan de slag zijn?

'Volg je eigen instincten en vertrouw op wat je wilt doen. Het kan mislukken, maar daar leer je uit voor de volgende keer. Dat vertrouwen is de brandstof voor je harde werk. En luister naar goed advies. Ik was in het begin echt doodsbang om voor publiek te spreken. Tot een vervelende vrouw me op een dag streng toesprak. 'De mensen worden niet op hun stoel vastgebonden', snauwde ze. 'Ze hebben een ticket gekocht en zijn vrijwillig gekomen, dus hou op met nerveus zijn en doe je job.' Hoe onaangenaam dat ook was, het heeft me geholpen om mijn zenuwen te overwinnen. Live-tv, interviews, lezingen, ik focus me nu op informatief en interessant zijn, leuke verhalen vertellen en mijn job goed doen. En weet je, ik schrijf over koken, daar verander je de wereld niet mee.'

Ben je daar zeker van? We eten niet alleen om te overleven, koken is ook een vorm van zorgen, en een taal waarmee we vertellen dat we iemand graag zien.

'Hm, misschien heb je gelijk. En ik gebruik koken ook weleens als zelfzorg. Ik heb twee zonen van 16 en 13 jaar en ik bak vaak voor hen. Omdat ze zeer veel eten, maar ook omdat het zo'n kalmerende bezigheid is. Ik moet wegen en mixen, mijn handen vuilmaken en vertragen. Als mijn hoofd tiltslaat, heeft het iets van meditatie. Dus als mijn buren tot laat in de avond het licht in mijn keuken zien branden, ben ik niet noodzakelijk aan een nieuw boek bezig, maar gewoon mijn hoofd op orde aan het brengen.'