Als ik ten oosten van Lyon, dicht bij de Frans-Zwitserse grens, Bugey binnenrijd, is de eerste vraag die in me opkomt: waar zijn de wijngaarden? Overal zie ik bergen en uitgestrekte bossen, in dit geliefkoosde gebied van wandelaars, bergbeklimmers, mountainbikers en vissers. Maar wijngaarden? Die liggen verscholen in het landschap, plots opduikend tussen de bossen en de desolate dorpjes.
...

Als ik ten oosten van Lyon, dicht bij de Frans-Zwitserse grens, Bugey binnenrijd, is de eerste vraag die in me opkomt: waar zijn de wijngaarden? Overal zie ik bergen en uitgestrekte bossen, in dit geliefkoosde gebied van wandelaars, bergbeklimmers, mountainbikers en vissers. Maar wijngaarden? Die liggen verscholen in het landschap, plots opduikend tussen de bossen en de desolate dorpjes. Langs bochtige wegen klim ik naar het dorpje Vongnes, hoog in de bergen. Nergens zie ik een bord dat de weg wijst. En dan plots, helemaal boven in het dorp: een oud huis, gehouwen uit een rots. 'Caveau Bugiste, depuis 1967', staat er boven de deur. En ook: 'Elke dag open, het hele jaar door, behalve 25 december en 1 januari.' In Bugey moeten de wijnbouwers flexibel zijn om hun wijnen te verkopen. 'Ja, het is hier een beetje une réserve indienne', lacht Jean Chaudet (71). 'Wij zijn ver weg van alles, de dichtstbijzijnde stad ligt op één uur rijden. We hebben vaak geen mobieletelefoonverbinding en het internet werkt hier zeer traag, bij gebrek aan glasvezel. Dus moeten wij van alles uitvinden om bezoekers te lokken.' De Caveau Bugiste werd opgericht door hemzelf en drie andere wijnbouwers. Ze moesten hun krachten bundelen om een leefbaar wijndomein van 45 hectare te hebben. Ze waren ook de drijvende kracht achter initiatieven om bezoekers te overhalen om naar hier te komen: een klein wijnmuseum, een historische verzameling kurkentrekkers, een filmvoorstelling over de streek, parkeerplaats voor mobilhomes, een speeltuin voor kinderen, stenen sculpturen van plaatselijke beeldhouwers. 'We ontvangen 30.000 toeristen per jaar', zegt Chaudet. 'Ruim de helft van onze wijnproductie verkopen wij aan hen. De rest leveren wij zelf aan onze klanten in de regio, vooral restaurants, kruideniers en wijnwinkels.' In de winkel hangen diploma's en prijzen die hun wijnen gewonnen hebben. Jean Chaudet is er trots op, want zijn zoon Yannick is de wijnmaker van deze caveau. 'Bugey is wijn uit de bergen,' zegt hij, 'zuiver als berglucht en met veel fraîcheur omdat onze wijngaarden zich driehonderd meter boven de zeespiegel bevinden. Maar er zijn nog maar weinig jongeren die hier wijn willen maken. Met al die wijngaarden op steile bergflanken is het hard labeur. En we verdienen eigenlijk te weinig. Onze wijnen zijn meestal goedkoper dan tien euro; ze zouden twintig procent duurder moeten zijn om er goed van te kunnen leven. Maar voorlopig zijn mensen niet bereid om meer te betalen voor een wijn uit Bugey.' In het familiale wijndomein Maison Angelot ontmoet ik Eric Angelot (51), de voorzitter van het Syndicat des Vins du Bugey. Zijn kledij is aangepast aan zijn functie: een wit hemd waarop het logo van AOC Bugey staat geborduurd, AOC staat voor Appellation d'Origine Contrôlée. Aan de ingang hangt een bordje: 'Ouvert 7 jours sur 7'. Hij neemt mij mee naar zijn wijngaarden. Niet in een stoere 4x4, die kunnen wijnbouwers in Bugey zich niet veroorloven, maar in een Renault Mégane. Het Maison Angelot telt 30 hectare wijngaard op bodems van rots en steen, wat goed is voor wijn. Eric is de wijnmaker, hij studeerde oenologie in Bourgogne, terwijl zijn broer Philippe voor de verkoop instaat. Ook hier hetzelfde verhaal: 'Ruim de helft van onze productie verkopen we rechtstreeks aan toeristen. De rest leveren we in Bugey zelf. Export zit er niet in voor ons, we nemen alleen deel aan twee regionale verkoopbeurzen in België.' Ik vraag hem wat het belangrijkste probleem voor Bugey is. Over zijn antwoord hoeft hij niet na te denken: 'Het gebrek aan marketing en communicatie. Het volstaat in Bugey niet om goede wijn te maken, wij moeten er ook voor zorgen dat mensen het weten.' Patrick Charlin (62) wordt beschouwd als de beste wijnbouwer van de streek, de enige die in de toonaangevende gids van La Revue du Vin de France vermeld wordt. Hij zoekt echter een overnemer, want geen van zijn drie kinderen wil het domein verderzetten. Charlin heeft zijn domein helemaal alleen uit de grond gestampt: 'Zoals velen in Bugey deden mijn ouders aan polycultuur. Naast een beetje wijn voor eigen gebruik kweekten ze fruit en groenten en hielden ze vee. Ik was alleen geïnteresseerd in wijn maken.' Zijn wijnkelder vestigde hij naast zijn geboortehuis, waar zijn oude moeder nog altijd woont. Charlin heeft slechts vier hectaren, allemaal gelegen in Montagnieu, het meest gereputeerde terroir van Bugey, met veel kalk en fossiele schelpdieren in de bodem, zoals in Chablis. Dat proef je in zijn witte wijnen van altesse en chardonnay: zuiver, intens en mineraal. Montagnieu staat ook bekend om zijn schuimwijn volgens de champagnemethode, een blend van altesse, chardonnay en mondeuse. Die kent veel succes in Lyon: 'Montagnieu, c'est le champagne des Lyonnais.' De prijs? 7,50 euro! Het is de enige wijn die Charlin exporteert naar de Verenigde Staten, via de in Bourgogne gevestigde Amerikaanse distributeur Becky Wasserman. Ik ben op weg naar mijn laatste afspraak en kom terecht in een honderd jaar oud gehucht, hoog in de bergen, waar de tijd is blijven stilstaan. Er is niemand te zien, het is doodstil, op het gezoem van vliegen na. Gelukkig heb ik het kartonnen bord opgemerkt waarop 'Maison Bonnard' staat. 'Hadden wij een afspraak?' Ik draai me om en sta oog in oog met Frédéric Bonnard (55). Hij komt net terug uit de wijngaard, zijn kleren zijn bestoft, zijn handen zwart van het vuil. In 1986 nam hij samen met zijn broer het landbouwbedrijfje van zijn ouders over, ze maakten er een wijndomein van: 'Mijn vader is hier geboren boven de koeienstal die als verwarming diende.' In een rammelend minibusje neemt hij me mee naar zijn wijngaard, gelegen in een natuurlijk amfitheater, op 350 meter boven de zeespiegel, omringd door bergen en bossen. 'Hier komt onze wijn vandaan', zegt hij trots. Hij heeft ambitieuze plannen: 'Mijn zoon zal het domein overnemen en mijn dochter, die toerisme heeft gestudeerd, wil hier een oenotoeristisch project uit de grond stampen, met chambres d'hôtes, een restaurant en een wijnbar. Dat zal een grote investering vergen, want onze gebouwen zijn oud en vervallen. Maar hoe gaan we anders mensen naar dit vergeten gat in de bergen krijgen?' In de omgeving moet hij alvast niet investeren: het adembenemende uitzicht over de bergen en valleien is elke dag gratis.