Al een tijdje wordt de keuken van onze (groot)moeders in twijfel getrokken: eten we niet te veel koolhydraten? Moeten we al het vet uit ons menu schrappen? En wat met vlees? Is suiker eten vragen om overgewicht? De afgelopen jaren werden heel wat verwoede discussies gevoerd waarbij voedsel een even gevoelig onderwerp bleek als religie of politiek. Het ene kamp promootte het verorberen van zoveel mogelijk vlees en vetten, een bonte schare bloggers en Instagrammers startte een quinoa- en avocadocultus, en nog een van de vele andere groepen zweerde bij de kracht van rauw eten. Al die verschillende diëten stonden op verschillende vlakken lijnrecht tegenover elkaar, maar hadden toch één gemeenschappelijke consensus: er moet iets grondig veranderen aan hoe we al generaties lang eten.
...

Al een tijdje wordt de keuken van onze (groot)moeders in twijfel getrokken: eten we niet te veel koolhydraten? Moeten we al het vet uit ons menu schrappen? En wat met vlees? Is suiker eten vragen om overgewicht? De afgelopen jaren werden heel wat verwoede discussies gevoerd waarbij voedsel een even gevoelig onderwerp bleek als religie of politiek. Het ene kamp promootte het verorberen van zoveel mogelijk vlees en vetten, een bonte schare bloggers en Instagrammers startte een quinoa- en avocadocultus, en nog een van de vele andere groepen zweerde bij de kracht van rauw eten. Al die verschillende diëten stonden op verschillende vlakken lijnrecht tegenover elkaar, maar hadden toch één gemeenschappelijke consensus: er moet iets grondig veranderen aan hoe we al generaties lang eten. Gluten, lactose, suiker,...: heel wat voedselgroepen werden de afgelopen tijd geviseerd als oorzaak van overgewicht, vermoeidheid en migraine. De wetenschap zou volgens volgers van onderandere boven genoemde eetpatronen achterblijven met eigentijds onderzoek en de ons bekende voedingsdriehoek zou de obesitasepidemie alleen maar in de hand werken. Inderdaad: het was al van 2009 geleden dat de Belgische Hoge Gezondheidsraad met voedingsaanbevelingen was gekomen en in zeven jaar tijd verandert er heel wat in de wetenschappelijke wereld. In het midden van een kleine mediastorm over de voedingsleer van Pascale Naessens publiceerde de Hoge Gezondheidsraad dit jaar echter haar nieuwste aanbevelingen, die gezien kunnen worden als de wetenschappelijke consensus. Op enkele aanpassingen na bleef de HGR grotendeels bij haar standpunten van zeven jaar geleden. Door de publicatie kwam er iets meer ruimte voor een genuanceerder debat. Je kan weer opgelucht ademhalen: je zal geen boerenkool meer naar het hoofd geslingerd krijgen omdat je spaghetti verkiest boven courgettini. Critici zeggen dan wel dat heel wat recente onderzoeken nog steeds niet zijn opgenomen in de richtlijnen en stellen zich vragen bij hoe die consensus tot stand is gekomen, toch heeft de onafhankelijke stem van de Hoge Gezondheidsraad de druk van de ketel gehaald. Het vertrouwen in de keuken van onze (groot)moeders groeit opnieuw. Vergis je evenwel niet, want dat vertrouwen was in 2016 niet onvoorwaardelijk (en zal dat in 2017 ook niet worden). Meer dan ooit beseffen we namelijk het belang van wat we in onze mond steken, en dat maakt ons tot erg kritische consumenten bij het inslaan van ingrediënten. Die houding is al meermaals terecht gebleken, denk maar aan de affaire met valse olijfolie die dit jaar aan het licht kwam, of de sjoemelhoning. Hoe meer we te weten komen over voeding, hoe groter het wantrouwen tegenover de voedingsindustrie. De logica van de economie volgt niet de logica van gezondheid of die van smakelijkheid. Meer winst boeken en minder uitgaven moeten noteren is omgekeerd evenredig aan kwalitatieve, lekkere producten gebruiken. Onder meer dankzij de kracht van online communicatie bieden consumenten(organisaties) echter steeds vaker weerwoord. Verkiezingen als het Gouden Windei, waarbij dit jaar een bosbessen-frambozensap met daarin amper frambozen of bosbessen als meest bedrieglijke product uit de bus kwam, leggen een zere plek bloot: hebben we misschien de verkeerde vijand geviseerd? Hadden we al die jaren beter onze pijlen gericht op voedingsbedrijven in plaats van op voedingsgroepen als gluten of suikers?Hoe graag we ook zouden willen dat we geen bewerkte voeding nodig hadden: we kunnen vandaag nu eenmaal niet alles zelf maken, zoals onze grootmoeders vaak nog deden. De mensen die tijd hebben om zelf hun eigen brood te bakken, zoon- of dochterlief homemade koekjes mee te geven naar school, verse pasta kunnen maken en dat weten te combineren met een voltijdse job, familie en een sociaal leven zijn zeldzaam. Maar gezien het groeiende wantrouwen in de gangbare sector zoeken we wel steeds vaker naar alternatieven. Een goede zaak voor onder meer de biologische sector, want nooit eerder kochten Belgen zoveel bio. Dat is uiteraard niet de enige reden dat er meer biologische producten worden geproduceerd en gegeten. Behalve het toenemende milieubewustzijn bij de gemiddelde consument en het idee dat bio lekkerder of voedzamer is, vinden we het ook steeds belangrijker dat een producent waar naar zijn werk krijgt. De Belgische boeren hebben een van de zwaarste jaren van afgelopen tijd achter de rug en dat laat ons hoe langer hoe vaker niet onberoerd. Tijdens een vakantie helpen op een boerderij (in het buitenland) trekt heel wat jongeren aan en een festival over de toekomst van de landbouw zag het daglicht.De bewuste consument anno 2016 bleef dan ook niet bij de pakken zitten. Boerenmarkten hebben een hedendaags jasje gekregen en zijn populairder dan ooit. In Antwerpen schreef MARTA verder aan haar succesverhaal en kreeg met LINDA een Limburg zusje. Met een handige app heeft Boeren & Buren zich verder op de kaart gezet en de site eFarmz is na Wallonië nu ook in Vlaanderen geïntroduceerd. Ook het lot van boeren over onze eigen landsgrenzen liet steeds minder mensen koud in 2016, zo getuige ons dossier over eerlijke chocolade, waaruit trouwens bleek dat er in die sector heel wat beweegt. Door de toenadering met onze boeren leren we meer over hoe ons voedsel aan de basis geproduceerd wordt, maar ook daar werden we in 2016 niet altijd even vrolijk van. In april moesten we nog een artikel schrijven over waarom je wél zou moeten weten wat glyfosaat is, in de zomer had zo goed als iedereen op zijn minst al eens gehoord over de potentieel kankerverwekkende stof die Europa in de ban hield. Zelfs nieuws dat niet rechtstreeks een link had met de keuken, zoals CETA en TTIP werd met argusogen gevolgd door wie van lekker eten houdt.Dergelijk nieuws droeg er mee aan bij dat we vaker voor kleine producenten begonnen kiezen, aan het foraging sloegen, of zelfs met vallen en opstaan een eigen moestuin aanlegden, ongeacht woonplaats. Geen tuin? Dan introduceerde Ikea een modulair systeem waarmee je gemakkelijk binnen groenten kan kweken. Het televisieprogramma Het Goeie Leven nodigde iedereen uit om zijn of haar boerenverstand te gebruiken en de groenten waar je zo lang aan hebt geploeterd zelf te bereiden op het moment dat ze op hun best zijn. Correct geproduceerde groenten, op een juiste manier bereid en als je het wil af en toe een kwalitatief stukje vlees. Simpel, maar goed, net zoals je grootmoeder altijd deed. Wil dit nu zeggen dat al het voedsel in 2017 geteeld en verwerkt zal worden met gezond boerenverstand en niets meer dan dat? Nee, helaas niet. De kans is erg groot dat je hier nog regelmatig artikels zal zien verschijnen over wanpraktijken en soms zelfs over regelrechte oplichting. Maar wat wél veranderd is in 2016, kan volgend jaar een groeiende impact hebben: vinden dat er iets moet veranderen aan de manier waarop nu voedsel geproduceerd en verwerkt wordt, heeft niets meer met geitenwollen sokken te maken.2016 was het jaar waarin we op vlak van eten weer leerden dat we best gewoon mochten doen. Onthoud je oma's wijze woorden: "Té is nooit goed". Daar is niks trendy of hip aan.