'Als student was ik gebeten door het fotograferen van stillevens en portretten. Van culinaire fotografie was toen nog geen sprake, dat werd aan Sint-Lukas in Brussel zelfs niet onderwezen. Ik moest er ooit een compositie met stukken kaas fotograferen, maar al de rest volgde pas een jaar na mijn studies, toen ik in 1985 voor Knack Weekend ging werken. 'Probeer maar', zei hoofdredacteur Tessa Vermeiren toen ze me aan culinair journalist Pieter Van Doveren koppelde. Een van mijn eerste opdrachten bestond uit foto's van een reeks gerechten rond koke...

'Als student was ik gebeten door het fotograferen van stillevens en portretten. Van culinaire fotografie was toen nog geen sprake, dat werd aan Sint-Lukas in Brussel zelfs niet onderwezen. Ik moest er ooit een compositie met stukken kaas fotograferen, maar al de rest volgde pas een jaar na mijn studies, toen ik in 1985 voor Knack Weekend ging werken. 'Probeer maar', zei hoofdredacteur Tessa Vermeiren toen ze me aan culinair journalist Pieter Van Doveren koppelde. Een van mijn eerste opdrachten bestond uit foto's van een reeks gerechten rond koken met wijnazijn met Roger Souvereyns, toen de chef van tweesterrenrestaurant Scholteshof. Een echte vuurdoop, want ik was nog nooit in zo'n zaak geweest. Zijn gastvrijheid en kooktalent stelden me meteen op mijn gemak, want na de shoot mocht ik tafelen. Ha, leuke job, dacht ik. Dit wereldje wil ik beter leren kennen. (lacht)Foodfotografie stelde in die tijd niets voor. Voor de culinaire producties in Knack Weekend had je enkel receptenfiches in Libelle-Rosita en Ons Kookboek van de Boerinnenbond en meestal legden fotografen gewoon een bord met eten vast, wat me algauw verveelde. Tegelijk was ik dankzij het gebrek aan voorbeelden en specifieke technieken voor culinaire beelden ook vrij om te experimenteren en zelf meer sfeer, licht en textuur in mijn foto's te brengen. Ik kon al doende dus mijn eigen aanpak ontwikkelen en telkens een stapje verder gaan. Zo ontdekte ik welk mooi licht ik kon creëren met oud Vlaams glas en ontwikkelde ik mettertijd de zweeftechniek. Daarmee creëer ik diepte in een gerecht door de ingrediënten uit te spreiden over verschillende lagen op evenwijdig, boven elkaar opgestelde plexiplaten. De eerste keer was in 1992, toen ik een groot openingsbeeld moest creëren rond koken met vinaigrettes. Op zich is een vinaigrette een transparante saus, maar fotografeer dat in een kommetje en het is nietszeggende, dode materie. Perfectie en fake styling zijn niet aan mij besteed. Mijn beelden moeten een zekere smakelijkheid uitstralen en de ogen prikkelen, maar je fotografeert uiteindelijk iets organisch. Mijn modellen zijn natuurlijke ingrediënten en dan toon ik hun specifieke kenmerken, zoals de draadjes van een artisjok of de vezels van een stuk rood vlees. Ik zal nooit kunnen vastleggen hoe dingen smaken, maar ik kan wel de eigenheid van producten tonen, zonder franje. Voor mij is fotograferen een ambacht. Ik ben trots wanneer mensen zeggen dat mijn werk voor Knack Weekend, kookboeken en tentoonstellingen de culinaire fotografie op de kaart gezet heeft, dat het mee bijgedragen heeft tot de aandacht voor eten, maar de vraag of het kunst is, zegt me weinig. Laat me maar een grensgeval zijn.' (lacht)