Het jaarbegin van 2017 is al getekend door droogte. De hete zomer van 2016 laat een gemiddeld watertekort na van vijftig procent. Ook januari van 2017 is droog en koud, maar na de winter zetten de zachte klimaatcondities de wijngaard op gang: de wijnstokken botten zeer snel. Vanaf de derde week van maart - de warmste maand maart sinds 1957 - is de wijngaard praktisch helemaal groen. Later zal echter blijken dat dat te snel was.
...

Het jaarbegin van 2017 is al getekend door droogte. De hete zomer van 2016 laat een gemiddeld watertekort na van vijftig procent. Ook januari van 2017 is droog en koud, maar na de winter zetten de zachte klimaatcondities de wijngaard op gang: de wijnstokken botten zeer snel. Vanaf de derde week van maart - de warmste maand maart sinds 1957 - is de wijngaard praktisch helemaal groen. Later zal echter blijken dat dat te snel was. Na de warmte kwamen namelijk nog twee periodes van voorjaarsvorst in april. Vooral de merlotplanten hadden te lijden onder de kou, omdat die vroeger in bot komen. De eigenaars hebben gevochten met alle mogelijke middelen: helikopters, watersproei, verwarmingstoestellen, grote kaarsen en windturbines. Helaas zonder al te veel resultaat: dertig à vijftig procent van de al uitgelopen knoppen worden vernietigd.Na zo'n catastrofe vallen de planten terug op reserveknoppen. De druiven die zich ontwikkelen op deze reserveknoppen zijn altijd minderwaardig en als ze al rijpen, gebeurt dat veel later. Op de gedeeltelijk bevroren percelen komen dus rijpe en onrijpe trossen samen. Als de cru dan duur en prestigieus genoeg is, kan in twee maal met de hand worden geoogst. Om dat te kunnen doen, moeten de planten met de reservetrossen echter op voorhand worden gemarkeerd met een streep witte kalk, want in een later stadium is er geen kleurverschil meer tussen rijp en onrijp. De slechte weersomstandigheden vragen dus grote menselijke inspanningen om toch goede wijn te maken. Als die niet geleverd kan worden, komen groensmakende onrijpe en overrijpe of zelfs rotte druiven samen in de gistkuipen, iets wat voor de smaak van de latere wijn een ramp is. Stéphan Derenoncourt, zowat de meest beroemde wijnmaker ter wereld, wist het al: 'De twee generaties druiven uiteen houden, is de grote uitdaging van het millesime.'Na de vorst kwamen kille en droge maanden juli en augustus, praktisch zonder regen, maar niet voldoende warm om de reserveknoppen tot rijpheid te brengen. Deze zomermaanden laten een indruk van herfst, maar zorgen wel voor frisse droge witte wijnen. Vanaf 8 september komt een periode met overvloedige regen die de resterende rode druiven doet zwellen en de latere wijn verflauwt. Merlot druiven moeten worden binnengehaald, soms wat te vroeg maar vanaf 20 september wordt het warm en zonnig zodat de overblijvende cabernet toch nog enigszins kan rijpen.Het is dus niet enkel de kleine hoeveelheid, (27 procent minder dan gemiddeld) die aan de markt knaagt, ook het dubieuze wijntype zelf. Maar niet alles is weggevroren: Margaux is zwaar beschadigd terwijl Pauillac, Saint-Estèphe en heel het noorden van Médoc een normale opbrengst halen: het buffervermogen van de massale watermassa van de Girondestroom. Maar de afwezigheid van vriesschade maakt nog geen gebrekkige zomer goed.Het jaar 2017 is dus niet om naar uit te kijken. Gelukkig zijn 2015 en 2016 in Bordeaux dat wel. Michel Rolland, sinds vele jaren de grootste consultant-oenoloog van Bordeaux : 'Op de rechteroever (Saint-Emilion en Pomerol) komt men in 2017 uit op een compromis tussen 2011 en 2012. Op de linkeroever (Médoc) zal men op sommige domeinen even goed en zelfs beter doen dan in 2014.'Het klimaatverloop verklaart waarom sommige wijnen, ook bij deze van de groep Derenoncourt in het glas wat tegenvallen: ze missen de somptueuze klasse van de grote jaren 2015 en 2016. Ze vertonen dunheid en armoede in de finale en in het middengebied en soms zelfs wat ruwe en weinig smakelijke tannines. Tegenvallers zijn Liversan, La Tour Figeac, Saint-Pierre, Saint-Paul, de Malleret, du Mont, Louis, de Candale, de Courteillac, Canon Pécresse, Le Pin Beausoleil, Clarisse, Boutisse, Lestruelle, La Ribaud, Maison Blanche, La France Delhomme, Patache d'Aux en Hanteillan.Veel beter zijn: Petit-Village, Malescasse, d'Agassac, Haut Nouchet, Larrivet Haut-Brion, Couhins, Prieuré-Lichine, Paveil de Luze, Talbot, Dom. de Chevalier, Les Carmes Haut-Brion, Smith Haut Lafitte, Poujeaux, Jean Faux, Rol Valentin, Dom. de l'A, Saint-Georges Cote Pavie, Cadet-Bon, Guadet, Fonplégade, La Gaffelière, Larcis Ducasse, Beauséjour, Hostens-Picant, Vrai Canon Bouché, Sanctus, Pavie Macquin en Clos Fourtet.Goede wijnen maken met de 'moeilijke' oogst van 2017 is niet iedereen gegeven, maar het kan wel. Het wegsorteren van ongeschikt fruit en het aanleggen van de juiste extractietijden zijn de sleutelparameters. De vakkundigheid van de wijnboer overstijgt soms de middelmatigheid van het jaar. Men kan dus in alle appellations zeldzame goede grote wijnen vinden: proeven is de boodschap. We proefden er een paar honderd.Bij Sauternes is de grote winnaar Ch. Coutet: gezond fris zoet-zuur met finesse en diepgang aan de neus. Guiraud en Rieussec zijn ook goed en Yquem is fijn en modern rechtlijnig.De goede rode Pessac-Léognan zoals Smith Haut Lafitte, Pape Cément, Dom de Chevalier, Carmes Haut-Brion, La Garde en Larrivet Haut-Brion hebben bij proeven een mooi begin van onderbouw en finesse aan de neus, maar vallen in het middengebied en op het einde wat weg. Bij ons spreekt men dan van 'halve' wijnen.Bij de witte Pessac-Léognan selecteren we Dom. de Chevalier, Latour-Martillac, Pape Cément en Smith Haut Lafitte: allemaal sprankelend fris.Bij de 'kleinere' Médoc vermelden we Maucaillou, Coufran, La Lagune, Belgrave en La Tour Carnet.In Saint-Emilion zijn Larcis Ducasse, Pavie Macquin, Pavie Decesse, Bellevue Mondotte en Troplong Mondot bijna perfect: fijn en onderbouwd met finesse en eenheid in geknoopte lengte. Canon La Gaffelière en Trottevieille zijn ook goed, maar vallen wat weg op het einde. Pomerol is erg getroffen door het mindere weer: enkel Beauregard, Clinet en Gazin onderscheiden zich.In Margaux zijn Giscours, Lascombes, Labégorce en Siran haast perfect. Ook Brane-Cantenac, Cantenac Brown, Issan, Dauzac, Durfort-Vivens, Kirwan , Rauzan-Gassies en Rauzan-Ségla vallen nog mee, maar vertonen een zwak einde.Bij Saint-Julien komt kwaliteit naar boven bij Beychevelle, Clos du Marquis, Léoville-Barton, Talbot, Langoa Barton en Lagrange. Wat minder bij Branaire Ducru, Gruaud Larose en Saint-Pierre.In Pauillac komt kwaliteit met Batailley, Clerc Milon, Croizet-Bages, Grand-Puy Ducasse, Lynch-Bages en Pichon Comtesse.In Saint-Estèphe moet het komen van Ormes de Pez, Haut Marbuzet, Calon Sur en Le Boscq.