Urban smart farm: niets gaat verloren

De Urban Smart Farm die op het Gentse Dok opgesteld staat, is eigenlijk meer dan een duurzaam visproject. De innovatieve boerderij doet aan aquaponie, waarbij visteelt gecombineerd wordt met het verbouwen van groenten. Elk stuk in de productie is onderdeel van een grotere kringloop.

Hoe dat juist in zijn werk gaat? Wel: op afval kweken de moderne boeren vliegenlarven die dienen als voedsel voor de tilapia's en reuzengarnalen. Diens mest wordt op zijn beurt via nuttige bacteriën omgezet in voedsel voor groenten, cressen en kruiden, die dan weer het water van de vissen zuiveren. De planten krijgen licht van spaarzame LED-lampen, die hun energie halen uit zonnepanelen op het dak. Groente-afval gaat opnieuw de watercontainer in, als voedsel voor de vissen.

.
© .

Dit alles kan je je vrij compact voorstellen: de Urban City Farm neemt slechts twee gerecycleerde containers in beslag. Ook aan de details wordt gedacht: de jonge visjes worden aangekocht bij een erkende duurzame teler, de zaden van de groenten en cressen zijn van biologische teelt en de producten worden geconsumeerd in dezelfde stad als waar ze geteeld zijn dus: foodmiles nihil. In november zal de eerste lading tilapia klaar zijn voor verkoop.

SARPC Toothfish: bijvangst van vogels terugdringen

Dat bijvangst een groot probleem is binnen de visserij, weet je onderhand wel. Maar dat ook (bedreigde) zeevogels bij die bijvangst gerekend mogen worden, is onbekender. Nochtans sterven er jaarlijks zo'n 300.000 vogels nadat ze verstrikt raken in de haken van longlines, een vistechniek waarbij meerdere haken worden vastgemaakt aan een lange lijn.

Stormvogel, Getty Images/iStockphoto
Stormvogel © Getty Images/iStockphoto

De visserijen in de Zuidelijke Oceaan begonnen ermee hun lijnen enkel nog 's nachts uit te zetten. Zo werd de bijvangst onder de bedreigde albatrossen wel herleid tot nul, de eveneens bedreigde en erg kwetsbare stormvogels - die 's nachts voedsel zoeken - waren niet echt blij met de maatregel. Daarom namen de vissers er bijkomende maatregelen, zoals het stilleggen van de visserij tijdens het broedseizoen, het verhogen van het gewicht van de vislijnen zodat die sneller zinken en het behangen van de buitenste lijnen met linten, zodat de vogels afstand houden.

Hoe minder vogels de schepen ombrengen, hoe groter hun toebedeeld quotum voor diepzeeheek zal zijn. Het meest recente controlerapport toont aan dat de vissers hun voornemen ernstig gemaakt hebben: ze liggen ver voor op de doelstellingen.

Kreeftvissers van Normandië en Jersey: van meer kennis naar meer duurzame vangst

Voor deze kreeftvissers is duurzaamheid niets nieuws. Al in 2000 tekenden verschillende partijen het Verdrag van de Baai van Granville, waarin gedetailleerde maatregelen stonden die ook in de toekomst een visserij moest garanderen. Dankzij dat verdrag en de daarop volgende veranderingen (zoals het voorzien van ontsnappingsgaten voor kleinere exemplaren) haalde de visserij, bestaande uit zo'n 130 kleinere schepen, de MSC-certificering al in 2011.

Kreeftenkooi, Getty Images/iStockphoto
Kreeftenkooi © Getty Images/iStockphoto

Om tot een beter beheer van de stock te komen en vooral om grotere kreeften te beginnen vangen, deed de lokale visserijsector uitgebreid onderzoek. Waar ze voorkomen, hoe talrijk ze zijn en wat de gemiddelde grootte is: al die kennis werd samen verwerkt om zo een beter zicht te krijgen op de meest duurzame vismethoden. Zo ontdekten de vissers dat kreeften richting volle zee trekken wanneer ze volwassen zijn: handig om te weten waar je de grootste exemplaren vindt.

Dankzij hun inspanningen werken de kreeftenvissers vandaag veel selectiever. Dat is niet alleen goed voor hun portefeuille, maar ook voor het kreeftenbestand en dus voor de vissers van de volgende generatie.

(EK)

De Urban Smart Farm die op het Gentse Dok opgesteld staat, is eigenlijk meer dan een duurzaam visproject. De innovatieve boerderij doet aan aquaponie, waarbij visteelt gecombineerd wordt met het verbouwen van groenten. Elk stuk in de productie is onderdeel van een grotere kringloop.Hoe dat juist in zijn werk gaat? Wel: op afval kweken de moderne boeren vliegenlarven die dienen als voedsel voor de tilapia's en reuzengarnalen. Diens mest wordt op zijn beurt via nuttige bacteriën omgezet in voedsel voor groenten, cressen en kruiden, die dan weer het water van de vissen zuiveren. De planten krijgen licht van spaarzame LED-lampen, die hun energie halen uit zonnepanelen op het dak. Groente-afval gaat opnieuw de watercontainer in, als voedsel voor de vissen. Dit alles kan je je vrij compact voorstellen: de Urban City Farm neemt slechts twee gerecycleerde containers in beslag. Ook aan de details wordt gedacht: de jonge visjes worden aangekocht bij een erkende duurzame teler, de zaden van de groenten en cressen zijn van biologische teelt en de producten worden geconsumeerd in dezelfde stad als waar ze geteeld zijn dus: foodmiles nihil. In november zal de eerste lading tilapia klaar zijn voor verkoop. Dat bijvangst een groot probleem is binnen de visserij, weet je onderhand wel. Maar dat ook (bedreigde) zeevogels bij die bijvangst gerekend mogen worden, is onbekender. Nochtans sterven er jaarlijks zo'n 300.000 vogels nadat ze verstrikt raken in de haken van longlines, een vistechniek waarbij meerdere haken worden vastgemaakt aan een lange lijn. De visserijen in de Zuidelijke Oceaan begonnen ermee hun lijnen enkel nog 's nachts uit te zetten. Zo werd de bijvangst onder de bedreigde albatrossen wel herleid tot nul, de eveneens bedreigde en erg kwetsbare stormvogels - die 's nachts voedsel zoeken - waren niet echt blij met de maatregel. Daarom namen de vissers er bijkomende maatregelen, zoals het stilleggen van de visserij tijdens het broedseizoen, het verhogen van het gewicht van de vislijnen zodat die sneller zinken en het behangen van de buitenste lijnen met linten, zodat de vogels afstand houden. Hoe minder vogels de schepen ombrengen, hoe groter hun toebedeeld quotum voor diepzeeheek zal zijn. Het meest recente controlerapport toont aan dat de vissers hun voornemen ernstig gemaakt hebben: ze liggen ver voor op de doelstellingen. Voor deze kreeftvissers is duurzaamheid niets nieuws. Al in 2000 tekenden verschillende partijen het Verdrag van de Baai van Granville, waarin gedetailleerde maatregelen stonden die ook in de toekomst een visserij moest garanderen. Dankzij dat verdrag en de daarop volgende veranderingen (zoals het voorzien van ontsnappingsgaten voor kleinere exemplaren) haalde de visserij, bestaande uit zo'n 130 kleinere schepen, de MSC-certificering al in 2011.Om tot een beter beheer van de stock te komen en vooral om grotere kreeften te beginnen vangen, deed de lokale visserijsector uitgebreid onderzoek. Waar ze voorkomen, hoe talrijk ze zijn en wat de gemiddelde grootte is: al die kennis werd samen verwerkt om zo een beter zicht te krijgen op de meest duurzame vismethoden. Zo ontdekten de vissers dat kreeften richting volle zee trekken wanneer ze volwassen zijn: handig om te weten waar je de grootste exemplaren vindt. Dankzij hun inspanningen werken de kreeftenvissers vandaag veel selectiever. Dat is niet alleen goed voor hun portefeuille, maar ook voor het kreeftenbestand en dus voor de vissers van de volgende generatie. (EK)