Inspiratie in de lucht: het atelier van drie parfumneuzen

© BEELD: GF / OLIVER PILCHER

Een neutrale omgeving wat geur betreft mag dan een must zijn om parfums te creëren, toch zit geen van deze drie ‘neuzen’ graag in een vacuüm op inspiratie te wachten. Hun ateliers zijn een afspiegeling van hun persoonlijkheid.

Jacques Cavallier-Belletrud (60) is al tien jaar meester-parfumeur bij Louis Vuitton. Parfums ontwerpen doet hij in Grasse, de parfumstad bij uitstek, meer bepaald op een domein met een rijk verleden, te midden van een tuin met ruim vierhonderd verschillende planten.

“Daar zijn waar de knowhow is, was altijd al de betrachting van het huis Louis Vuitton. En als je het over parfums en de grondstoffen voor parfums hebt, moet je in Grasse zijn. We konden niet anders dan ons hier vestigen.

Het minste dat je kunt zeggen is dat ik actief betrokken ben geweest bij de renovatie van dit domein. Ik wilde niet in Provençaalse clichés vervallen, maar toch de geschiedenis van deze plek eerbiedigen. Landschapsarchitect Jean Mus, geboren en getogen in Grasse, heeft de tuin ontworpen. Toen we de planten aan het schikken waren, begrepen we elkaar zonder woorden. Als het mooi weer is, start mijn dag hier. Ik trek een paar minuten tijd uit om alles wat we hier hebben geplant en wat ik nu al tien jaar zie groeien te groeten als waren het kinderen. We mogen nooit vergeten wie de grootste parfumeur ter wereld is: dat is de wind, die een heel scala aan geuren met zich meevoert. In de tuin heeft alles een eigen geur.

Vervolgens ga ik naar mijn atelier, dat zich helemaal boven in het gebouw bevindt en waar het licht overvloedig binnenvalt. In mijn ogen het mooiste laboratorium ter wereld. De luchtzuivering is er uitzonderlijk. Er hangen nooit interfererende geuren.

Als kind was ik altijd in het laboratorium van mijn vader te vinden, ik zat met mijn neus in zijn flacons met grondstoffen, omdat die me aan het dromen zetten. Hier worden mijn parfums fysiek geboren. Ik oefen hier ook, door elke dag blinde geurtesten te doen. De rest van de tijd ben ik in mijn kantoor. Het is fijn dat ik mij daar echt thuis voel. De neutrale witte tafel is perfect om mijn chaos op uit te storten. Ik heb nood aan voortdurend fysiek contact met mijn flacons, maar ook met de ingrediënten, met de afgewerkte parfums en de lopende proeven. Ook fotografie boeit me enorm: er hangt een foto van mijn vader bij zijn parfumorgel met al zijn flessen met ingrediënten op, en achter mij het portret van Louis dat me al volgt sinds ik voor Vuitton ben beginnen te werken. Deze deur openduwen is voor mij thuiskomen. Dé blikvanger is de parfumkoffer die Patrick-Louis Vuitton voor mij heeft ontworpen en die het nummer 001 draagt. Er hangen hier bijzondere vibes: ik geloof in de energie die ontsproten is aan het werk dat mannen en vrouwen vóór ons hebben verricht in deze bakermat van de parfumerie en die ons hier nog steeds omringt.”

Mathilde Laurent (52) is sinds 2005 de neus van luxehuis Cartier. Om de intieme parfums te creëren die het merk typeren, wilde ze een smetteloos witte stek met uitzicht over de Parijse daken, hartje Faubourg-Saint Honoré.

“Parfumeur Edmond Roudnitska zei het al: de locatie waar een parfumeur zijn creaties maakt, moet zo neutraal mogelijk zijn, althans wat geur betreft. De lucht moet voortdurend worden ververst. Soms is mijn neus verzadigd. Dan ga ik even naar buiten, naar mijn terras. Naast de perken met planten die in de parfumerie worden gebruikt, heb ik daar een meditatietrap laten aanleggen, waarop ik elke ochtend even ga zitten. Een halfuurtje op goede dagen, tien minuten als ik haast heb. Op die manier kan ik even de dagelijkse beslommeringen loslaten voor ik aan het werk ga. Bij regenweer ga ik binnen op de chaise longue liggen, een ontwerp van Stéphanie Marin.

Alles hier is wit: de werktafels van Jean Nouvel – die had ik al in onze vorige werkruimte in de Fondation Cartier – en ook de bank die ik liet herschilderen. Dat kloostercelachtige aspect heeft op mij het effect van een klankkast die mijn ideeën versterkt. Gedachten kunnen zich hier zonder enige rem ontvouwen. Het enige wat kleur brengt – rood of fluorescerend fuchsia – zijn de mantra’s die ik her en der neerschreef en de Cartier-boxen die ik heb gecustomized om er brillen, post-its of stiften in te stoppen.

Een woord dat zowat overal terugkeert, is fragile. Onder meer op een kist die ik al sinds de start van mijn carrière meesleur. Een manier om me eraan te herinneren dat we meer aandacht moeten besteden aan mensen en wat minder aan voorwerpen.

© National

Een centraal vertrek is het laboratorium. Dat heb ik in samenwerking met het Duitse agentschap Graft ontworpen. In het midden staat een grote, op maat gemaakte tafel waar tot twaalf genodigden aan kunnen plaatsnemen en die ik gebruik om etentjes en ontmoetingen te organiseren. Ook het parfumorgel is uniek: ik wilde dat het op een organische manier de vorm van het vertrek zou volgen en in geen geval op een apothekerskast zou lijken. Alles is er mooi in geordend, zonder dat het geheel saai oogt. Toch zoek ik mijn inspiratie niet bij dat parfumorgel, want in de parfumerie bestaat er niet zoiets als toeval. Ik ontwerp weg van alle geuren, in mijn eentje, in mijn kantoor. Het is een puur mentale oefening, ik roep de ingrediënten op die ik in de formule zal opnemen en die mijn assistente Laetitia later voor mij zal afwegen. Zij brengt mij een proef, waar ik vervolgens aan ga schaven. Een proces dat weken, maanden, soms zelfs jaren kan duren.”

Aurélien Guichard (44) stamt uit een geslacht van parfumeurs uit Grasse. Vier jaar geleden streek hij neer in Tourrettes, te midden van de velden met rozen die hij opnieuw teelt op het domein van zijn grootouders. Hier creëert hij de parfums voor Matière Première, het merk dat hij twee jaar geleden lanceerde.

“Ik ben geboren in Grasse en opgegroeid in Parijs. Dat verklaart ongetwijfeld waarom ik er vandaag behoefte aan heb om nu eens in de stad te verblijven en dan weer in deze beroemde parfumstreek, waar ik mijn hart aan verloor. In 2014 heb ik hier rozen geplant. Ik ben de enige parfumeur die in zijn creaties zijn eigen bloemen gebruikt, voor mij is dat een manier om hulde te brengen aan mijn grootouders.

Ik ben opgegroeid tussen de kunstenaars – enerzijds parfumeurs, de vrienden van mijn vader; anderzijds beeldende kunstenaars, de vrienden van mijn moeder, beeldhouwster Béatrice Guichard. In beide werelden is materie van groot belang. Vandaar wellicht mijn fascinatie voor ateliers. Tijdens mijn verblijf in de Verenigde Staten heb ik in het atelier van Jackson Pollock gewoond. Ateliers krijgen een ziel wanneer erin gewerkt wordt.

Parfumeur zijn is niet gewoon wat formules neerkrabbelen, het is een manier van leven. Deze ruimte deel ik met mijn moeder. Het ligt hier vol penselen, beitels, hamers en schuurmachines. Over de met kleuren bevlekte vloer dwarrelt marmerpoeder. Sinds ik hier ben, hebben druppels essence er sporen op achtergelaten.

Mijn moeder ontwerpt ook meubelen. Zij heeft mijn werktafel gemaakt uit het hout van een omgevallen boom. Er staan hier ook nogal wat werken van haar, zoals deze metalen staven die lijken op de sculptuur Hautes Herbes, die vlak bij het Louvre staat. Dit was de habitat van mijn moeder en ik ben erbij gekomen. Vanuit Parijs heb ik de tools van een parfumeur meegebracht: laboratoriumaccessoires die ik mooi vind in hun eenvoud, een kookplaat om harsen vloeibaar te maken, een mengtoestel, pipetten en de flacons van mijn parfumorgel. En een weegschaal natuurlijk, want wanneer ik hier ben, weeg ik mijn ingrediënten zelf af. Noem het een terugkeer naar de basis van het creatieve proces, want door te wegen en te ruiken herontdek ik de ingrediënten. De proeven vereisen op die manier meer handelingen en het kost me meer tijd en moeite, dat klopt. Het is een andere werkwijze dan in Parijs, maar voor mij is ze inmiddels onontbeerlijk: hier vertaal ik mijn gewaarwordingen in geuren.”

Matière Première is te koop bij Beauty by Kroonen, Zavel, Brussel.

Partner Content