Topfotograaf Anton Corbijn: ‘Ik ben verhangen aan de spanning dat het mis kan gaan’

© Wouter Van Vaerenbergh

Nederlands topfotograaf Anton Corbijn (67) stelt momenteel twee keer tentoon in de Antwerpse Handelbeurs: met bekende en minder bekende beelden in de expo Ikonen, én met een gratis tentoonstelling over de werknemers van de Katoen Natie.

De ernst van de verhalen bij ons thuis was beklemmend. Ik kom, langs vaderszijde, uit een familie van protestantse dominees. Mijn moeder had theologie gestudeerd. Het ging altijd over de kerk, op een zweverige toon. Mijn vader, een heel consciëntieus man, bezocht terminaal zieke dorpelingen. ’s Avonds aan tafel kregen we te horen hoe slecht het met iedereen ging. Ik kon daar niet mee om. Had liever gehad dat het wat vaker down-to-earth was geweest. Ik wilde er als adolescent aan ontsnappen. Thank God for rock-’n-roll!

De religieuze teneur van de gesprekken stond een goed contact met mijn ouders in de weg. Vandaag zou ik makkelijker met mijn ouders kunnen praten, omdat ik meer afstand van dat religieuze kan nemen. Helaas leven ze niet meer. Mijn vader overleed in 2007, net voor mijn eerste film Control uitkwam. Heel sneu dat hij dat niet meer heeft kunnen meemaken. Hij snapte niet dat ik van het fotograferen kon leven. Zelfs niet toen hij in 1994 op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam de feestelijke receptie bijwoonde. Wat ik deed, was veel te abstract voor hem.

Vroeger zag ik relaties als een soort handelswaar. Ik gaf te weinig van mezelf terug.

Negatieve energie gaat nergens heen. Die maakt je kapot. Als ik nu mezelf als jonge kerel zou tegenkomen, zou ik hem aansporen om meer van het leven te genieten. Ik had toen de neiging om op alle slakken zout te leggen. Ik was veel te streng, ook voor mezelf. Er zat veel woede in mij en die reageerde ik af door bijvoorbeeld kritiek te spuien op andere fotografen. Ik deed negatief om mezelf sterker te voelen.

Ik had liever wat vroeger beseft dat echte liefde gelukkig maakt. Vroeger ging ik te makkelijk om met relaties. Ik zag ze als een soort handelswaar. Inwisselbaar. Ik gaf te weinig van mezelf terug. Vorig jaar ben ik getrouwd. Ik ging er in het verleden van uit dat het huwelijk niets betekende, maar de intieme plechtigheid was een sterk en waardevol moment. Het voelde heel juist aan.

Het echte leven speelt zich niet in de digitale wereld af. Ik ben tegen de plannen om een digitale munt in te voeren omdat je dan de controle aan de overheid geeft. Het argument is dat witwassen daarmee onmogelijk wordt, maar wat als een regering er ooit misbruik van wil maken? Naar een samenleving als die in China willen we toch niet evolueren? Het World Economic Forum is heel duidelijk over hoe het de toekomst ziet: ‘You will own nothing and you will be happy.’ Ik geloof nooit dat het lukt om mensen alles uit handen te laten geven, zo zitten wij niet in elkaar.

Als je op voorhand alles tot in de puntjes uitstippelt, wordt fotografie te veel werk.

Volg je hart, dan krijg je geen spijt. Zelfs als iets wat je heel erg wilt mislukt, is het een troost dat je het op z’n minst geprobeerd hebt en onderweg interessante mensen hebt ontmoet. Weggegooide tijd is het nooit. Ik heb weleens opdrachten aangenomen omdat ik dacht dat ze goed voor mijn carrière zouden zijn. Dat draaide steevast anders uit. Reeksen waar ik amper iets mee verdiende, bleken achteraf dan weer een heel belangrijke plaats in mijn werk in te nemen.

Een doorgedreven voorbereiding is me te saai. Als je op voorhand alles tot in de puntjes uitstippelt, wordt fotografie te veel werk, terwijl ik het vooral zie als een avontuur. Ik val heel erg terug op mijn intuïtie. Wanneer je zoals Richard Avedon een set-up in je studio hebt, moet je in principe enkel nog klikken als je onderwerp er is. Dat zegt me niets. Ik hou van het persoonlijke contact met de geportretteerde en ga op zoek naar een kant van hem of haar die nog niet getoond is. Dat lukt niet altijd, maar is wel het streven. Ik ben een beetje verhangen aan de spanning dat het mis kan gaan.

Elke ochtend ben ik dankbaar voor een nieuwe dag. In 1988 had ik vlucht 103 van Pan Am geboekt. Ik zou met mijn vriendin kerst vieren in New York. We zouden er ’s avonds arriveren. Op een gegeven moment bedachten we dat het te somber was om daar in het donker te landen. We besloten een vlucht later te nemen. Toen ik hoorde dat het vliegtuig waar we oorspronkelijk op zouden zitten boven het Schotse plaatsje Lockerbie was geëxplodeerd, voelde het alsof ik een extra leven had gekregen.

Expo tot 16 april. De bijbehorende fotoboeken Ikonen en Katoen Natie – The People zijn verschenen bij Hannibal Books. antoncorbijnexpo.com, hannibalbooks.be

Partner Content