Sylvain Ercoli, directeur van het Bulgari-hotel in Parijs: ‘Ik heb veel aan mijn grote mond te danken’

© FOTO RENAUD CALLEBAUT

Sylvain Ercoli (64) startte in het hotelwezen als receptionist in Nancy en leidde nadien legendarische etablissementen als het Ritz, de George V en de Crillon in Parijs, de Byblos-hotels in Saint-Tropez en Courchevel, hotel Martinez in Cannes en Claridge’s in Londen. Hij staat nu aan het hoofd van het Bulgari-hotel in Parijs, dat in april de deuren opende.

Ik heb veel aan mijn grote mond te danken. Mijn vader had een metselbedrijf waar ik na mijn legerdienst drie maanden heb gewerkt – dat was genoeg voor mij. Mijn moeder zag in de krant een vacature voor een nachtreceptionist, en daarop ben ik op de manager van dat hotel afgestapt. Ik weet alles over deze baan, vertelde ik hem. (lacht) Hij geloofde geen woord van het verhaal dat ik bij elkaar fantaseerde, maar hij wilde me wel een kans geven voor drie maanden. Misschien leid je ooit wel een hotel, zei hij met een glimlach. Ik heb nooit geweten of hij het ironisch bedoelde of echt iets in me zag, maar zijn woorden motiveerden me om verder te raken.

In dit vak moet je mensen graag een plezier doen. Ik ben opgegroeid in Nancy en ging als kind op kostschool in de Vogezen. In die tijd wilde ik rockster worden. Jimi Hendrix. (lacht) Als tiener zat ik lange tijd in een groepje en ook vandaag speel ik nog gitaar. Dat heeft me al vaak geholpen in mijn werk. Muziek maken is niet alleen je gedachten verzetten en zelfvertrouwen opdoen, maar ook communiceren en emoties delen met anderen.

Duidelijk kunnen maken wat je wilt, is slechts het halve werk. Toen ik twintig was en net achttien maanden legerdienst bij de parachutisten achter de rug had, dacht ik dat ik alles wist. Ik had een jaar in de Indische Oceaan doorgebracht met elitetroepen, ik voelde me onoverwinnelijk en was zo zeker van mijn stuk dat ik elk tegengeluid wegwuifde. De ontnuchtering volgde toen ik naar de beroepswereld overstapte. Daar kwam ik tot de ontdekking dat je in het leven ook naar anderen moet kunnen luisteren.

Ik zoek graag het gevaar op. In deze sector is het gemakkelijk om jezelf op een bepaald moment te vertellen dat je je geluk gevonden hebt. Toen ik in 1985 manager van het Ritz werd, werkten sommige receptionisten er al veertig jaar en die waren nog altijd gepassioneerd door hun job. Ik heb een andere weg gekozen en heb voortdurend nieuwe uitdagingen gezocht en aangeboden gekregen, zoals de sluiting, sloop en heropbouw van de Royal Monceau in Parijs of het management van het Bulgari Hotel in Londen, destijds een nieuw etablissement van een kersverse naam in het hotelwezen. Mijn huidige avontuur met het Bulgari Hotel is begonnen toen ik een pand uit de jaren zeventig te koop zag staan op Avenue George V. De investeerders wilden eerst niet weten van mijn argumenten, maar vandaag staan we er wel.

Niks is verworven. Zodra je het tegendeel denkt, is het begin van het einde nabij.

Het enige waar ik zeker van ben, is dat ik niets weet. Die uitspraak van Socrates is een belangrijke leidraad in mijn leven: niets is verworven, en zodra je het tegendeel denkt, is het begin van het einde nabij. Het enige wat je kunt doen om vooruit te komen, is dus jezelf in vraag stellen en van je fouten leren, in de wetenschap dat er altijd iemand is die het beter weet dan jij.

Een hotel is de wereld in het klein. In eerste instantie bieden we mensen onderdak en een ontbijt, maar daarnaast moet je in een hotel als het onze ook kunnen socializen. Onze klanten komen uit de hele wereld – veertig procent uit de Verenigde Staten, de rest uit het Midden-Oosten, Azië, Afrika, Zuid-Amerika en Europa – en in onze openbare ruimtes kunnen ze Parijzenaars ontmoeten en van de stad proeven.

Luxe is wanneer je de tijd kunt stilzetten. De oude Grieken hadden dan ook twee woorden om over tijd te spreken: chronos voor de kloktijd die verstrijkt en die je nooit kunt terugkrijgen, en kairos voor kwaliteitsvolle momenten, waarop we de tijd kunnen loslaten en handelen. Zulke momenten zijn per definitie zeldzaam, denk aan gewoon naar de sterren kijken of champagne drinken en mijmeren in de privédaktuin van ons penthouse.

Het lastigste als hoteldirecteur is dat ik er de klok rond moet staan. Ik kijk op naar mensen die een duidelijke grens trekken tussen hun privéleven en hun werk, maar dat kan ik niet: voor mij valt alles samen. Ik werk soms zestien uur per dag en heb misschien drie rustdagen per maand, maar ik zou geen andere levensstijl willen. Ik sta ten dienste van anderen, ben voortdurend omringd door mensen, en elke dag brengt iets nieuws. Dan krijg je ook enorm veel terug. Uiteraard is een hotel geen onemanshow. Het enige wat je succes oplevert in deze sector is een team.

Partner Content