Column

‘Soms denk ik dat ik geen talent heb voor het virus’

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

In mijn straat voeren mannen geheimzinnige werken uit aan de tramsporen, terwijl ik binnenshuis een wisser zeven keer in elk neusgat ronddraai. Soms strijk ik ermee over het lelijke ding dat met een mooi woord verhemelte wordt genoemd. Soms voel ik de drang om met de wisser in mijn oor te peuteren, uit pure – welja – balorigheid.

Wat ik ook probeer, het streepje blijft blanco ten teken dat mijn slijmvliezen virusvrij zijn. Ik ben al twee jaar de dans ontsprongen, ondanks veelvuldige contacten met levendbarende wezens. Soms denk ik dat ik geen talent heb voor het virus, zoals ik geen talent heb voor roken, het winnen van kansspelen of liefde waarbij no strings attached zijn.

Misschien is dat hoogmoed en verschijnt eerstdaags het gevreesde streepje, waarop de ziekte mij alsnog op verraderlijke wijze in haar greep krijgt. ‘Als het zo is,’ las ik ergens, ‘wil de Voorzienigheid het en dient men er vrede mee te hebben.’ Dat vind ik woorden die geschikt zijn om faalangst en mislukking te bezweren. Het leven wordt eenvoudiger als je in je lot berust en niet langer probeert om met je blote handen ijzer te plooien.

Soms denk ik dat ik geen talent heb voor het virus.

De mensen waren hobbits in die dagen. Pijp zie je nu nog amper roken, maar ik hoop dat er over honderd jaar nog rommelmarkten worden gehouden. Zij zijn voor het voortbestaan van de mens noodzakelijk en behoren tot de dingen die mij troosten.

Ook zoenen kan troosten, de geur van regen op droge grond of een vergeten verhalenbundel van Gerard Reve. Momenteel lees ik er een met de heerlijke titel: Tien Vrolijke Verhalen. Mijn favoriete verhaal is De kerstavond van Zuster Magnussen. Het gaat over een ziekenzuster met een warm hart en solide principes. Ze heeft een afkeer van geweld en wil de behoeftigen helpen. Zij wordt in haar woonkamer gewurgd door een kerstman met een nylonkous en psychopathische trekjes.

Dat verhaal lees ik bij het licht van een kaal peertje, alleen op een verdieping aan het einde der tijden. Om mijn huis dwalen zielen die hun bestemming nog niet vonden, terwijl het verlangen in mij groeit om mij op het Franse platteland te verschansen. Ik droom van een huis met een boomgaard maar zonder wifi. Daar wil ik leven van de liefde en van boeken – of van boeken alleen, mocht de liefde de stad boven de buiten verkiezen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content