Schrijfster Sholeh Rezazadeh: ‘Literatuur doet beseffen dat je niet alleen bent op de wereld’

© Filip Naudts

Deze week: Sholeh Rezazadeh (32), schrijfster. Groeide op in Iran, maar volgde in 2015 de liefde naar Amsterdam en leerde snel Nederlands, de taal waarin ze zes jaar later haar debuut uitbracht. ‘De hemel is altijd paars’ werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

‘De natuur en de poëzie waren dé domeinen waarin mijn vader en ik elkaar in mijn jeugd altijd vonden. Hij las me als kind al gedichten voor en babbelde met mij over Tolstoj en Tsjechov. Ik voelde me dan heel rijk, een beetje volwassen al. Maar gaandeweg ging het moeilijker met hem, hij raakte verslaafd aan opium en daarover konden we níét praten. Het maakte zo veel emoties in mij los, en die kon ik alleen een beetje onder controle krijgen door te ontsnappen naar andere, literaire werelden, vooral door die zelf te bedenken.

Langzaam groeide de droom om van dat schrijven mijn baan te maken, maar in veel landen, waaronder ook Iran, willen ouders van kinderen met capaciteiten dat die een goed leven krijgen, bijvoorbeeld door geneeskunde te studeren. Ik wist dat dat niets voor mij was, maar haalde toch mijn diploma omdat mijn familie het belangrijk vond. Ergens hoopte ik ook dat ik me later alsnog een schrijversleven kon veroorloven.

Dat was het plan, tot ik op mijn 26ste naar Nederland verhuisde voor de jongen die intussen mijn man is. Daar besefte ik: als ik dan toch van nul moet herbeginnen, kan ik beter eindelijk mijn droom serieus nemen. Er moest toch een reden zijn waarom iets al zo lang zo diep in mij zat? Want al die jaren was ik blijven schrijven, zonder enige bevestiging van de buitenwereld. Ik deed het voor mezelf, om te kunnen ademhalen, en vertelde het dus lang aan niemand, zelfs niet aan mijn vrienden of aan mijn vader.

De mens kan geen nieuwe oceanen ontdekken, tenzij hij de moed heeft om de kust uit het oog te verliezen.

Ik raadpleegde hem ook niet toen mijn voornemen om er mijn job van te maken vorm kreeg, want de hoop dat hij me zou ondersteunen was een beetje in rook opgegaan. En van mijn vrienden wist ik dat ze zouden zeggen: ‘Doe niet zo gek. Je spreekt nog niet eens Nederlands en je wilt in die taal boeken maken?!’ Of: ‘Schrijven kan toch als hobby?’ Dat vind ik lastig: dat mijn werk vaak niet serieus wordt genomen. Terwijl de wereld erg leeg en grijs zou zijn zonder kunst en ik echt hard werk. Zelfs als ik slaap, ben ik met mijn verhalen bezig. (lacht)

Op het moment van mijn grote beslissing overlegde ik dus vooral met mezelf. Ik wist dat het financiële en andere problemen zou geven, maar er was één gedachte van de Franse schrijver André Gide die me erg hielp: ‘De mens kan geen nieuwe oceanen ontdekken, tenzij hij de moed heeft om de kust uit het oog te verliezen.’ Het is gemakkelijk om op het warme strand te blijven, maar het altijd goed hebben is ook saai, het toont je niets nieuws.

Natuurlijk mis ik soms mijn comfortzone of ben ik bezorgd dat ik zo ver van de kust ben gezwommen dat ik kan verdrinken. Vooral voor de publicatie van mijn roman twijfelde ik: wat als niemand mij leest of ik moet accepteren dat ik toch geen goede schrijver ben? Gelukkig zijn de reacties enthousiast.

Het allermooiste vind ik het als ik mijn gedichten voordraag en luisteraars in tranen zijn. Dat gebeurde al meerdere keren. Ik krijg ook heel persoonlijke berichten van lezers. Hoe fijn is het als vreemden zich zo dicht bij je voelen dat ze hun diepste emoties delen? Alleen al daarom zal ik blijven worstelen met mijn Nederlandse woordenboeken, met ‘hij’ of ‘zij’, ‘de’ of ‘het’: omdat ik literatuur wil maken, die prachtige kunstvorm die je doet beseffen dat je niet alleen bent op de wereld.’

Partner Content