Opinie

Vrije Tribune

‘Schoonmaak, kinderopvang en onderhoud zijn ook kerntaken van de universiteit, behandel ze zo’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

Verschillende medewerkers van UAntwerpen en UGent vragen hun werkgevers om een radicaal ander perspectief. ‘De eerste vrouwendagen kaartten de slechte arbeidsomstandigheden aan, anno 2022 blijkt die strijd nog even noodzakelijk te zijn.’

Het geweld tegen vrouwen aan Vlaamse academische instellingen beroert de gemoederen. De recente stroom aan getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van vrouwelijke studenten en medewerkers is zorgwekkend. Het betreft een pijnlijke waarheid die helemaal niet nieuw is, maar die ook wij als universitaire personeelsleden te vaak onder de mat vegen. Zodat ook ‘wij’ slachtoffers veel te lang in de kou hebben laten staan. Het is hoog tijd om de verschillende vormen van geweld aan onze instituten te zien en te erkennen. Dit heeft veel te lang geduurd. En het stopt hier.

Scheve machtsrelaties

Het probleem is even structureel als cultureel. Want als slachtoffers er eindelijk in slagen om de stilte te doorbreken, dan blijkt te vaak dat ‘iedereen’ al lang op de hoogte was. En dus hebben teveel onder ons er te lang op staan te kijken, zonder in te grijpen. Het is hoog tijd voor een open gesprek en structurele veranderingen binnen de academische gemeenschap over het machtsmisbruik dat welig tiert in de ivoren torens. En over de structureel scheve machtsrelaties en grote individuele afhankelijkheid aan de universiteit – want het is in die context dat onaanvaardbaar gedrag zo vaak zo lang kan blijven escaleren.

‘Schoonmaak, kinderopvang en onderhoud zijn ook kerntaken van de universiteit, behandel ze dan zo’

Hoe kan het zijn dat we steeds weer de verantwoordelijkheid bij vrouwen plaatsen om klacht neer te leggen bij wanpraktijken, in plaats van het structureel inzetten op het wegwerken van een toxische patriarchale cultuur die verantwoordelijk is voor het lijden van slachtoffers en anderen doen zwijgen? Wat verklaart het ontbreken van een nultolerantiebeleid tegen alle vormen van geweld gezien daders – zonder verpinken – steeds weer kansen krijgen en mogen aanblijven in onderwijsfuncties waar ze nieuwe slachtoffers maken? Een onafhankelijk meldpunt waar slachtoffers aan alle instellingen voor hoger onderwijs terecht kunnen, mag dan een noodzaak zijn, maar het is maar de eerste stap.

De uitbuiting van schoonmakers

De onverkwikkelijke verhalen rond geweld op universiteiten maken ook iets anders zichtbaar. Het gaat in ruimere zin ook om de vaak ellendige manier waarop universitaire arbeid teert op alle fundamentele zorgrelaties. Niet alleen wordt de onderwijsrelatie te vaak beschadigd door allerlei vormen van intimidatie, dat onderwijs wordt ook zelf steeds verder weggedrukt door een alsmaar scherpe, neoliberaal gefundeerde competitie voor onderzoeksmiddelen. Maar meest van al parasiteert zij op de reproductieve arbeid die de voorwaarden schept voor alle intellectuele arbeid, maar die zelf actief onzichtbaar wordt gemaakt. Zoals de arbeid van schoonmakers – opnieuw vaak vrouwen, vaak met een migratieachtergrond – die aan de universiteiten op een ronduit schandelijke manier worden behandeld.

Want ook die werkelijkheid vergeten we als we de universiteit voorstellen als een geheel geweldloze ruimte. Dat er ook binnen de muren van academia mensen werken in precies dezelfde precaire, onderbetaalde, ondergewaardeerde omstandigheden als in de kinderzorg, de schoonmaak, de retail en de pakjesbezorging in de ‘buitenwereld’. Zowel aan de UGent als aan de UAntwerpen staat de strijd om de correcte verloning van die zorgarbeid aan de universiteit daarom centraal in de feministische mobilisaties op 8 maart. Samen met de vakorganisaties van schoonmakers en universitair personeel wordt al meerdere jaren actie gevoerd om schoonmakers opnieuw in te sourcen, om zo de cruciale rol van hun arbeid opnieuw zichtbaar te maken en hen te voorzien van een degelijk statuut. Om als academische gemeenschap uitbuiting tegen te gaan.

Universiteiten blijven kiezen voor outsourcing

Zowel in Antwerpen als in Gent was het antwoord op die mobilisaties: méér outsourcing. In Antwerpen werden de schoonmakers in 2021 collectief ontslagen, om hen daarna te dwingen akkoord te gaan met significant minder uren en dus minder loon bij dezelfde schoonmaakfirma, maar dezelfde werklast. Om op die manier hun al zo magere loonkost nog verder in te krimpen op de factuur van de universitaire opdrachtgever. Dat schoonmakers vervolgens financiële moeilijkheden ervaarden, dat was de ‘boven hen gestelden’ duidelijk geen zorg. In Gent maakt de universiteit het nog bonter: daar wordt dit jaar aangekondigd om behalve de schoonmaak, nu ook de universitaire crèches en delen van het onderhoud te outsourcen. En dat alles in naam van een ‘zorgzame visie op de universiteit’.

Een werkelijk zorgzame universiteit vraagt om een radicaal ander perspectief

Maar hoe kan de zorgarbeid in de schoonmaak, de kinderopvang en het onderhoud ooit géén deel uitmaken van die kerntaken? Hoe is het mogelijk dat deze basistaken die alle andere, zogenaamd ‘hogere’ taken in onderwijs en onderzoek überhaupt mogelijk maken, toch steeds weer buiten beeld worden geduwd? En hoe kan dat gebeuren na twee jaar corona-ellende, waarin iedereen toch moet hebben opgemerkt dat de hele economie – en dus ook het universitaire huishouden – in laatste instantie rust op de schouders van de ‘essentiële’ arbeid(st)ers die zich nooit niet de ‘luxe’ konden veroorloven om zich thuis terug te trekken achter hun laptop?

Een werkelijk zorgzame universiteit vraagt om een radicaal ander perspectief. Waarin vrouwen en mannen, jong of oud, behorende tot een minderheidsgroep of niet, dezelfde vrijheid vinden om zichzelf te ontplooien zonder te worden lastiggevallen. Waar loonsverlagingen niet worden opgelegd aan vrouwen (van kleur) die de helft van het mediaan inkomen verdienen – door voornamelijk mannen die zelf (meer dan) twee keer dat mediaan salaris ontvangen. En waar de zorgarbeid de zichtbaarheid en het respect krijgt die zij als fundament van ons aller arbeid, verdient.

De eerste vrouwendagen kaartten de slechte arbeidsomstandigheden aan, anno 2022 blijkt die strijd nog even noodzakelijk te zijn.

In naam van 8 Maart Comité UAntwerpen tekenen

Samira Azabar, Joke Dupont, Tomaso Ferando, Inge Gielis, Celine Gumus, Dominique Kiekens, Leto Manski, Evert Peeters, Devanshi Saxena, Ben van Duppen, Nina van Eekert, Amal Miri

In naam van Ugent Women’s strike tekenen

Jolien Goossens, Siggie vertommen, Valerie De Craene , Hanne Hendrickx, Femke Lootens, Julie Carlier

Partner Content