Peter Slabbynck van cultband Red Zebra: ‘Je moet de klappen van het leven toestaan, vind ik’

© Filip Naudts

Deze week: Peter Slabbynck (59) van de cultgroep Red Zebra. Hij bracht onlangs met Augustijn Verman-dere – zoon van – de single Ossan zeer uit, om aandacht te vragen voor chronische pijnpatiënten. Slabbynck kreeg zijn eigen deel leed en is daar sinds kort mee in het reine.

‘Ik ben geen starfucker. De dag dat ik met Peter Hook van Joy Division aan de toog stond, heb ik geen foto gevraagd. Ook tegen Adrian Borland heb ik uit eerbied niet veel gezegd toen we met Red Zebra het voorprogramma van zijn fantastische groep The Sound mochten spelen. Hun iconische new-waveplaat From the Lions Mouth was voor ons – jonge gastjes die gelijkaardige muziek probeerden te maken – het summum. Zo veel prachtige instrumentale details, zulke straffe teksten. Dan zong Borland bijvoorbeeld: ‘There’s a devil in me, trying to show his face. There’s a God in me, wants to put me in my place.’ Die dualiteit was een van de vele psychische problemen waar hij mee worstelde. Hij was zeer getormenteerd, kampte met diepe frustraties en depressies. Net toen hij die eind jaren 90 overwonnen leek te hebben, sprong hij voor een trein.

Ik heb er respect voor als iemand zo’n keuze maakt, maar het komt hard binnen bij mij, waarschijnlijk omdat mijn moeder uit het leven is gestapt toen ik zestien was. Ze had ook iets zelfdestructiefs, ze ondernam meerdere pogingen. Daardoor leerde ik er – om het cru te zeggen – bijna mee leven dat ze dood wilde. Ik kon thuiskomen van school, merken dat ze waarschijnlijk te veel pillen had genomen en werktuiglijk de huisarts bellen. Mijn vader was als marineofficier vaak van huis en mijn vier jaar oudere broer studeerde in Gent. Het is pas toen ik onlangs naar een therapeute ging dat ik inzag hoe vormend dat gebrek aan moeder- of zelfs ouderliefde geweest is. Ik kweekte verdedigingsmechanismes – me hard in de punk storten, veel humor gebruiken – terwijl ik daaronder emotioneel en kwetsbaar bleef. Lang geleden werd ik zelfs kort opgenomen omdat ik in een diepe put zat waar ik niet uit eigen kracht uit kon raken.

Je moet die klappen van het leven toestaan, vind ik, dat is alleen maar eerlijk tegenover jezelf, maar daarna moet je weer rechtkrabbelen. Of zoals Borland het zingt in Winning: ‘When you’re on the bottom you crawl back to the top.’ Het nummer zit in elke Red Zebra-set. Vaak grijpt die zin zingen me enorm aan omdat ik besef dat het genie achter die woorden er zelf niet in slaagde om ze waar te maken. Toch blijft Winning een anthem voor mij, een aansporing om niet te diep af te glijden.

Door corona dreigde dat even te gebeuren. Ik ben een sociaal dier en miste het contact met de groepsleden en de fans. Ik was ook nog maar pas zelfstandige in hoofdberoep en ineens viel al het werk weg. Een paar keer heb ik mijn auto aan de kant moeten zetten omdat ik een sombere golf voelde opkomen. Gelukkig heb ik mezelf erin getraind om meteen een golfbreker op te werpen.

Dat deed ik ook toen de oorlog in Oekraïne begon. Mijn vrouw en ik maakten elf jaar geleden een heel speciale reis door het land – we ontdekten daar dat Veerle eindelijk in verwachting was – en ontmoetten er zo veel mensen vol levensvreugde. Hun huidige lot maakte me zo down. Maar ik herpakte me, ook voor die zoon van ons. Hij is elf, terwijl mijn dochter uit mijn eerste huwelijk me net een vierde kleinkind schonk. Voor hen put ik uit de grote levenskracht die ik ook heb en waardoor ik al een paar keer de comebackkid ben geweest. Ik kruip elke keer weer recht, ga dat podium op en zing Winning, met opgeheven vuist.’

Partner Content