Column

Jean-Paul Mulders

‘Ik voel heimwee naar de tijd waarin mijn moeder mijn angsten suste’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

“Is dit een grap?” wil mijn moeder weten. Ze stuurt mij een e-mail met als onderwerp TEGEMOETKOMING. In een wereld die met de dag minder zacht en tegemoetkomend is, doet dat woord mijn stekels overeind komen.

‘Omdat de oorlog in Rusland en Oekraïne nog steeds standhoudt,’ vervolgt het bericht, ‘en de prijzen van elektriciteit en aardgas blijven stijgen. Voorziet Engie een tegemoetkoming van 150,00,- per gezin.’

Nog niet zo lang geleden was taal de beste lakmoesproef om echte van kwaadwillige berichten te onderscheiden. Een oorlog die ‘standhoudt’ klinkt wat eigenaardig en ook de interpunctie lijkt misplaatst. Voor de rest komt het geschrift verrassend trefzeker over; er wordt zelfs geen dt-regel aan de laars gelapt. Ik heb doctoraatsthesissen onder ogen gekregen in gebrekkiger Nederlands. Misschien hebben de virtuele boeven een bekwame eindredacteur ingehuurd. Ik stel mij collega’s voor van bij Knack en De Morgen, met een bivakmuts achter hun computer.

Ik voel heimwee naar de tijd waarin mijn moeder mijn angsten suste.

Om de tegemoetkoming te ontvangen, moet je – what did you expect? – je rekening bevestigen door op een link te klikken.

“Niet doen”, maan ik mijn moeder. “Volgens mij is het phishing.”

‘Comprendre, ne pas juger’, is het motto dat ik van commissaris Maigret geleend heb. Ik heb begrip voor flessentrekkers en kruimeldieven, maar voor phishing voel ik niets dan afkeer – alleen al door dat debiele woordbeeld. Het schijnt wel degelijk van fishing te komen, omdat de daders hengelen naar gegevens. ‘Het substitueren van de f met de ph vindt zijn oorsprong in het zogenaamde phone phreaking’, lees ik in een uithoek van het internet. Niet dat je daar veel wijzer van wordt.

Phishers behoren tot de categorie van aasdieren die teren op schrik, hebzucht of eenzaamheid. De soort is aan een opmars toe, nu er van dat alles meer dan ooit lijkt te zijn. Ik forward mijn moeder een mail die ik onlangs zelf heb ontvangen, van het Directoraat-Generaal van de Federale Politie. Daarin word ik beschuldigd van ‘kinderpornografie, pornografie site, cyber pornografie en verduistering van minderjarigen’. Er zijn mij al vaker dingen in de schoenen geschoven, maar niet eerder het verdonkeremanen van onschuldige kinderen.

Ik word verzocht per e-mail mijn argumenten uiteen te zetten, ‘zodat deze kunnen worden geverifieerd met het oog op de evaluatie van de sancties’. Het beeld komt in mij op van rotte eieren en een schandpaal op de Korenmarkt.

“Je zou er schrik van krijgen”, schrijft mijn moeder. Ik voel heimwee naar de tijd waarin zij mijn angsten suste, van de schrik voor wespen tot het geheimzinnige donkere gat tussen oven en keukenkast. Daar huisden heksen onder het uitschuifbare handdoekenrekje.

“Stuur die mail anders eens door naar verdacht@safeonweb.be”, zeg ik aan mijn moeder. Nu graag nog een meldpunt, denk ik erbij, voor een ander soort oplichterij: de gelegaliseerde diefstal door energieleveranciers, nutsbedrijven en multinationals die het nieuwe normaal is geworden. Ik droom van een wereld met op zijn minst een schijn van rechtvaardigheid.

“Al wat ge zegt, zijt ge zelf”, overweeg ik de aasdieren intussen te antwoorden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content