Heren, laat ons openhartiger praten over onze seksualiteit

Mannen en seks, het wordt nog al te vaak afgeschreven als iets wat louter om afmetingen, frequenties en prestaties draait. Ook door mannen zelf. Laat het nu net die beperkende denkwijze zijn die heel wat (seksuele) problemen in de hand werkt. Tijd voor verandering: een blik in de verrassend gecompliceerde krochten van de mannelijke seksualiteit.

“Ik heb een erectieprobleem.” Herman Brusselmans gooide zijn bedperikelen onlangs uitgebreid en ongegeneerd op tafel bij Radio 1. Het seksleven van de schrijver mag op papier dan rijkelijk gevuld zijn met wilde escapades, ook hij erkent dat het in de realiteit niet altijd even gemakkelijk vlot. Toch zijn situaties als deze, waarin mannen zo openhartig praten over wat er zich tussen de donsdekens afspeelt, eerder de uitzondering dan de regel. Gesprekken over seks blijven te vaak aan de oppervlakte borrelen: er wordt gelachen, gepocht, gegrinnikt om standjes waarbij we onze ledematen in vreemde hoeken plooien, maar om de essentie dansen we knullig heen.

“Van een man wordt verondersteld dat die zijn problemen zelf oplost, of die zich nu in bed of elders afspelen. Zo maken we het onszelf nodeloos moeilijk.”

Dat werd alleen maar duidelijker op het Grote Seksgesprek van Charlie Magazine en uitgeverij Manteau. Het debuut van seksuoloog Wim Slabbinck ‘Waarom mannen geen seksboeken kopen’ werd er voorgesteld, een boek dat erop doelt de mythes rond de mannelijke seksualiteit te doorprikken. Toch tekenden vooral vrouwen present. Het testosteron was zelfs in die mate zoek, dat er tijdens het debat werd gevraagd aan de mannen om hun hand op te steken. Het resultaat was verbluffend pover. Het had nochtans ook voor hen de uitgelezen gelegenheid geweest om de kennis rond hun seksualiteit op een toegankelijke manier bij te schaven: er was geen druk om te praten, het was eenvoudig om anoniem te wezen in de massa. Maar blijkbaar was dat voor heel wat mannen niet voldoende. Het toonde dan weer wél meteen de bestaansreden van Slabbinck’s boek: de extra stemmen in dit mannelijke seksualiteitsdebat zijn broodnodig.

“Mannen die in groep toegeven dat ze een seksspeeltje in huis hebben, gezonder willen eten of minder alcohol willen drinken: dat ligt vaak nog moeilijk”, weet Slabbinck. Hij zoekt de schuld daarvoor bij het vermaledijde beeld van wat mannelijkheid is of zou moeten zijn, een denkwijze die we al van jongs af aan naar binnen gelepeld krijgen. “Van een man wordt verondersteld dat die zijn problemen zelf oplost, of die zich nu in bed of elders afspelen. Als je daar iemand anders voor nodig hebt, kan dat gezien worden als een zwakte. Zo maken we het onszelf natuurlijk nodeloos moeilijk.”

Stilzwijgen

Kunnen we hen hun stilzwijgen dus kwalijk nemen? Niet echt. De verwachtingen die mannen over hun seksualiteit meezeulen, zijn torenhoog. Zo zouden mannen bijvoorbeeld altijd zin hebben in seks, één van de mythes die Slabbinck in zijn boek probeert te ontkrachten. “Die denkwijze houdt geen rekening met stress, prestatiedruk of vermoeidheid”, schrijft hij. Maar toch, de woorden “vanavond even niet, schat” worden plots als een probleem gezien wanneer mannen ze in de mond nemen, zelfs al is dat argument bij hen even legitiem, even normaal. “Mannen geloven nog steeds dat seks bij hen altijd vanzelf moet komen. Als het dan even niet vlot, stellen ze zichzelf in vraag”, verduidelijkt Slabbinck. Aan seks kan dus soms labeur te pas komen, dat is zelfs heel normaal.

Heren, laat ons openhartiger praten over onze seksualiteit
© iStock

Het taboe rond Viagra is daarvan de bevestiging. “Het gebruik daarvan wordt afgeschilderd als abnormaal, maar het is géén aanslag op je mannelijkheid”, beaamt ook Slabbinck. “Iedere man krijgt in zijn leven weleens te maken met een lid dat niet wil meewerken, dat is niets om je voor te schamen. Meestal is het vooral een indicatie dat je oud aan het worden bent. Laat ons dus ook die gesprekken normaliseren.”

Door op die manier naar seksualiteit te kijken, werken heel wat mannen zichzelf in het gedrang. Praten is nu eenmaal – wat seks betreft, maar ook op andere vlakken – de motor van een stabiel en gezond leven. Het is trouwens niet enkel over seksualiteit dat de gesprekken niet echt willen vlotten, ook bij andere emoties houden veel mannen de lippen op elkaar geperst. “Noem dat gerust de emotionele constipatie van de man”, vertelt Slabbinck. “Die speelt nog steeds bij een groot deel van onze heren. Er wordt pas over gevoelens en over seksueel onbehagen gepraat wanneer dat écht niet anders kan. Wanneer de situatie zich al in die mate heeft gemanifesteerd dat die mannen werkelijk in de knoop zitten met zichzelf.” Leg daar maar eens de snoeiharde cijfers naast, en je ziet meteen de gevolgen: mannen plegen drie keer méér zelfmoord dan vrouwen, ontpoppen zich vaker tot probleemdrinkers en bevolken ook beduidend meer onze Belgische gevangenissen. Slabbinck: “Onze samenleving heeft nu eenmaal meer oog en begrip voor de emoties van vrouwen. Mannen huilen niet, die zijn altijd sterk. Althans, dat willen we graag geloven.”

Condooms over bananen

Dat probleem ontwikkelt zich al op jonge leeftijd. De seksuele opvoeding die jongeren vandaag voorgeschoteld krijgen, schiet tekort. Condooms worden over bananen of nep-fallussen geschoven, er wordt al eens iets gezegd over de menstruatiecyclus. De jeugd moet op een blinde kaart van onze voortplantingsstelsel de verschillende onderdelen kunnen aanstippen. Allemaal belangrijk, maar Slabbinck vraagt zich in zijn boek af waarom we niet meer de emotionele kant van de zaak belichten. “Laat ons de focus verleggen naar seksueel plezier en relaties. Dat zou ook een beter kader vormen waarin jongeren met hun seksualiteit aan de slag kunnen. Ze ontdekken zo zelf wat normaal gedrag is, en wat grensoverschrijdend is.”

“Wanneer onze huidige generatie lesgevers de woordenschat ontbreekt om onze jeugd dingen aan te leren over seksualiteit op een correcte manier, hoe kunnen zij daar dan later conversaties over beginnen?”

Zo pleit hij voor meer relationele vorming, al vanop de schoolbanken. “Wanneer we bijvoorbeeld weten wat relaties precies inhouden, dat verliefdheid niet voor altijd blijft, kunnen we daar misschien een meer waarheidsgetrouw beeld van scheppen.” Hij meent dat als we jonge kinderen aanleren wat in een seksuele context kan en wat niet, ze zich later veel minder hoeven te schamen. “Dat zulke conversaties in 2016 nog altijd niet kunnen plaatsvinden, ongelofelijk. Wanneer onze huidige generatie lesgevers de woordenschat ontbreekt om onze jeugd dingen aan te leren over seksualiteit op een correcte manier, hoe kunnen zij daar dan later conversaties over beginnen?”

Monogaam of niet?

Zijn boek concluderen doet Slabbinck met een mythe die zo over ons huidige samenlevingsmodel pletwalst. Hij ontkent daarin dat mannen van nature uit monogaam zouden zijn. Daarin komt naar voor dat maar 17 procent (!) van de wereldbevolking er een monogame levensstijl op nahoudt. De andere 77 procent kiest voor polygamie (één man met meerdere vrouwen) terwijl slechts één procent polyandrisch (één vrouw, meerdere mannen) samenleeft.

“Ik vraag zeker niet dat we plots allemaal polygaam worden, maar het is wél belangrijk dat je weet waarvoor je kiest en dat daar gesprekken over kunnen bestaan. Zo wordt het meer dan een culturele erfenis. Als je je daar niet goed bij voelt, weet je dat het ook anders kan.” Het zal alleszins niet eenvoudig worden om met die traditie te breken. Onze Westerse manier van samenleven hangt namelijk onlosmakelijk vast met het denken in paren. Van het kopen van een huis, tot trouwen en het opvoeden van onze kinderen: allemaal zaken waarvan we denken ze met twee te moeten doen. “Er werd zelfs een heuse industrie rond gecreëerd”, weet Slabbinck. “Denk maar aan Disney.”

Dat de seksualiteit van de vrouw is opgebouwd uit veel fascinerende laagjes, hebben we dus al langer begrepen. Daar draait het debat over de gevoelens rond seks, de sensaties en de romantiek die erbij komt kijken, al op volle toeren. Maar over de mannen bleef het lange tijd stil. We hebben dus meer boegbeelden nodig die kunnen helpen ook seks bij mannen meer bespreekbaar te maken, écht bespreekbaar. We moeten leren om te praten, niet te pochen, niet weg te lachen. Het boek van Wim Slabbinck is op dat vlak zeker een stap in de juiste richting, de getuigenis van Herman Brusselmans kan misschien ook enkelingen aan het spreken krijgen. De echte veranderingen zullen echter niet door radiospeakers gallen, noch zullen ze in boekvorm gedrukt worden. Dat is een evolutie die langzaamaan zal moeten gebeuren, één man tegelijk. Vaak gebeuren de beste dingen wanneer één iemand het lef heeft om zijn mond open te trekken. Heren, laat ons daar vooral mee beginnen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content