Column

Jean-Paul Mulders

‘Ik heb geleerd om uitspraken van Madame Soleil te wantrouwen, in het bijzonder als die hooggeleerd is’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

‘April is the cruelest month’, schreef T.S. Eliot in zijn beroemde gedicht The Waste Land. Die oneliner heb ik lang niet goed begrepen. Hoe kon april, met haar bloeiende bosanemonen en zon die aarzelend de huid streelt, de wreedste van alle maanden van het jaar zijn? Het klonk als iets dat dichters schrijven om zich interessant te maken: de meeste stervelingen vinden lente leuk, dus zal ik er maar eens tegendraads over doen.

Dit jaar pas begrijp ik ten volle de wreedheid van april, met haar bevreemdende mengsel van vruchtbaarheid en oversterfte. De winter was lang en donker, maar tenminste van een betrouwbare somberheid. Nu de dagen langer en zonniger worden, krijg je die verraderlijke cocktail van ijs dat tinkelt in een glas, zwartgeblakerde gebouwen, geestdriftige commentaren over de koers en spierbalgerol met atoombommen. Ik word heen en weer geslagen tussen nieuwsberichten als: ‘Gesneuvelde soldaten liggen op Oekraïense grond te rotten’ en ‘Dat trio was onze enige ervaring met seks buiten het huwelijk’. Je hebt dik vel nodig om tussen die twee te kunnen zappen zonder emotionele kleerscheuren.

De toekomst is een plek die we ruggelings instruikelen, de een al wat eleganter dan de ander.

Dan heb ik het nog niet over de kleinere dingen die je wereldbeeld ontwrichten. Zo verneem ik onthutst dat Willy Vandersteen graag de Antwerpse rosse buurt bezocht als hij klaar was met tekenen. Ik vond hem altijd al een beetje een vettig ventje, met die hoornen bril, gebrylcreemde haren en pezige armen. Toch heb ik er moeite mee om mij de geestelijke vader van Suske en Wiske voor te stellen als bedbuitelende bordeelbezoeker.

Gelukkig zijn er nog de professoren, moderne hogepriesters die altijd klaarstaan om te slaan of te zalven. Ooit was een prof iemand van het kaliber van Gobelijn of Barabas. Hij vond dingen uit waarmee je door de tijd reisde of mensen een slurf deed krijgen. Nu zijn er meer professoren dan ooit tevoren, maar ik heb de indruk dat ze minder origineel uit de hoek komen. ‘Een nucleaire aanval op een Europees land is volgens mij uitgesloten’, beweert er een in de krant. ‘Daar moeten we zeker niet van wakker liggen.’

Hoe kan die man dat zo stellig beweren, vraag ik mij af, alsof hij een glazen bol in zijn muffe kantoortje heeft? Ik heb geleerd om uitspraken van Madame Soleil te wantrouwen, in het bijzonder als die hooggeleerd is. De toekomst is een plek die we ruggelings instruikelen, de een al wat eleganter dan de ander. Ik denk aan een voormalige hoofdredacteur van Knack, doctor in de economische wetenschappen. Week na week voorspelde hij met gevoel voor dramatiek dat de euro zou verdwijnen. Dat is inmiddels tien jaar geleden. De euro is er nog en de hoofdredacteur werd minister van Financiën en Europarlementslid. Journalistiek leidt naar alles, op voorwaarde dat je er bijtijds uit weggeraakt.

Maar om terug te keren naar de schrijver van The Waste Land: boze tongen beweren dat T. Eliot, achterstevoren geschreven, een weinig flatterend woordbeeld opleverde. De schrijver reageerde als door een wesp gestoken en voegde prompt een tweede initiaal toe.

Beroemde dichters zijn ook maar mensen, met een spijsvertering en soms lange tenen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content