07/12/16 om 15:06 - Bijgewerkt op 08/12/16 om 09:29

Gaan onze stadskernen straks weer vervallen?

Zijn onze florerende stadskernen over hun hoogtepunt heen? Zakken straks de prijzen van het vastgoed? Trekt iedereen weer naar de rand of het platteland? Nu iedereen de mond vol heeft over de Betonstop dook Piet Swimberghe even de kroeg in.

Gaan onze stadskernen straks weer vervallen?

© Getty Images/iStockphoto

Wie op café een praatje slaat met vrienden die op zoek zijn naar een woning - in mijn geval in hartje Gent- komt vaak tot dezelfde conclusie: het wordt ontzettend moeilijk om in de stad te (blijven) wonen. Heb je geen wagen die je ergens moet parkeren en woon je alleen, dan is er een overdaad aan flats te huur of te koop. Maar voor een gezin met kinderen en één of twee wagens wordt het wonen in de stad een dure opdracht. Het valt op dat de mooie huizen in onze binnensteden, zonder garage of een nabije parkeerplaats, veel moeilijker onder de hamer gaan, sommige blijven zelfs quasi onverkoopbaar. Door het steeds strenger wordende verkeers- en parkeerbeleid in alle grote en kleine steden, van Brussel tot Brugge, wordt het lastig. Je kunt niet alles met de fiets. Los maar je lading inkopen uit de wagen, terwijl je ook twee kleine kinderen bij hebt, op een plek waar je eigenlijk niet mag of kan staan.

Stadsbewoners met wagens worden geweerd en daardoor neemt de sociale diversiteit van de bewoners af en heb je meer alleenstaanden en een vergrijsde populatie. Ook de stadsbezoekers worden geviseerd.

Delen

We mogen het schrijven: onze historische binnensteden lopen leeg.

Parkeren kost een fortuin - zeker als je even te laat bent. Wie zo'n gepeperde rekening krijgt komt niet meer shoppen in de stad waardoor het aantrekkelijker wordt om inkopen te doen in de talrijke winkelcentra tussen stad en platteland. Door het autovrij maken van de Brusselse binnenstad draait 'de commerce' vierkant en sluiten veel zaken de deuren.

We mogen het schrijven: onze historische binnensteden lopen leeg. Heel wat bedrijven, ateliers en kleine kantoren hebben de centra al een tijdje verlaten. Nu trekken ook de scholen en de administratie uit het hart. Betreurenswaardig, want scholen zorgen voor leven en vertier, en administratieve bureaus zijn niet zelden gehuisvest in ware monumenten. Toen in de jaren '70 en '80 iedereen binnen de sector van de monumentenzorg en stadsvernieuwing hard werkte aan de heropleving van onze historische binnensteden, droomden vele architecten en stedenbouwkundigen van dit soort oplossingen. Ze waren niet enkel fier om oude panden op te lappen, maar om ze ook een functie te geven in het leven van een stad.

In Brugge waren bijvoorbeeld heel wat stadsdiensten, zoals bevolking en mobiliteit, gehuisvest in het historische pand van het Brugse Vrije op de Burg, dat tot 1984 dienst deed als gerechtsgebouw. Ook voor de burgers die zich moeten aanmelden op deze diensten is het een verademing om in een mooie omgeving te kunnen rondwaren; ze maken bovendien ook kennis met een stukje stad dat ze anders misschien niet hadden gezien.

Delen

Wat vang je immers anders aan met die oude architectonisch interessante kolossen van gebouwen?

Wat vang je immers anders aan met die oude architectonisch interessante kolossen van gebouwen? Je kan niet van iedere voormalige administratieve tempel een hotel of museum maken, toch?

De babbel in de kroeg herinnert me aan de vervallen steden van vroeger. Als kind was ik tuk op versleten en verlaten gebouwen en bouwputten en vond ik de centra van Brussel, Antwerpen en Gent superaantrekkelijk. Ik herinner me zelfs een wandeling door de Marais in Parijs waar in de loop van de jaren '70 en '80 heel wat leegstond, vooral stadspaleizen die tot dan dienst hadden gedaan als kantoorgebouw. Het zag er allemaal schilderachtig en mysterieus uit, maar pijnlijk verloederd en verarmd. Sommige wijken van Brussel delen nog steeds dit lot.

Daardoor besef je dat een stadscentrum ook hoogtes en laagtes kent en dat het leven eruit kan wegebben. Zeker als de handel stilvalt en slechts grote ketens in winkelstraten voor wat leven zorgen. Zo'n vaart loopt het hopelijk niet met onze steden, maar toch moeten we voorzichtig zijn. Het stadsleven is immers fragieler dan je denkt.

Piet Swimberghe

Onze partners