Las Vegas

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Las Vegas is geheel opgetrokken uit illusies, maar tegelijk volkomen zichzelf.

Las Vegas

Las Vegas is weer hip. It-girls als Paris Hilton, Britney Spears en Lindsay Lohan komen er fuiven. Jonge goden als Matt Damon en Ben Affleck spelen er poker. De lounges van hotels als The Palms, het MGM Grand en Caesar's Palace kunnen zich meten met de hipste clubs van New York en Los Angeles. Sin City leeft als nooit tevoren.

Wat moet je zien?
Uitstapjes buiten Las Vegas
De opvallendste hotels
Geschiedenis

Het hart van Amerika's Stad der Zonden is Las Vegas Boulevard, beter bekend als The Strip: vijf kilometer casino's, hotels, shopping malls, trouwkapellen, en vooral: ontzaglijk veel neon. Op één kruispunt kun je hier de Empire State Building en het Vrijheidsbeeld zien, het middeleeuwse kasteel van het Excalibur-hotel en de twintig meter hoge gouden leeuw van het staalblauwe MGM Grand; dat alles gelardeerd met honderdduizenden lichtjes, muziek, en reusachtige televisieschermen die de attracties aanprijzen.

Duik de casino's in en de wereld wordt nog surrealistischer. In Paris, Las Vegas speelt men roulette onder een reusachtige gietijzeren Parijse metro-overkapping. De wegwijzers leiden naar Les Shops, Le Buffet en, ja, zelfs Les Restrooms.

In de gokzalen van Caesars Palace zitten oudjes met glazige ogen naar de gokautomaten te staren, de ene sigaret na de andere opstekend terwijl ze als afwezig in hun plastic bekers vol kwartjes grijpen. Door de eindeloze winkelgalerijen van The Venetian, compleet met een overdekt San Marco-plein, lopen kanalen waarop je rondvaarten kan maken in Venetiaanse gondels

Bouwwoede

De laatste vijftien jaar heeft Las Vegas een ongekende bouwwoede meegemaakt. Oudere hotels hebben plaatsgemaakt voor steeds groter, duurdere en vooral spectaculairdere paleizen van vermaak. In het MGM Grand, het op één na grootste hotel ter wereld zou je dertien jaar en acht maanden moeten verblijven om in elke van de 5005 kamers te slapen.

In de lobby van het Luxor is er plaats voor negen jumbojets. De 356 meter hoge toren van het Stratosphere is het hoogste Amerikaanse gebouw ten westen van de Mississipi. Het Las Vegas Hilton heeft ieder jaar 153.000 nieuwe kaartspellen en 8500 dobbelstenen nodig.

In Las Vegas geldt: het kan nooit buitensporig genoeg. Het Bellagio, een veertig verdiepingen hoge imitatie van een Italiaans dorpje, heeft naast de Strip een imitatie van het Comomeer aangelegd, compleet met honderd meter hoog spuitende fonteinen.

Het Venetian heeft een eigen filiaal van het gerenommeerde Guggenheim-museum. Het MGM Grand pakt uit met een heus leeuwenhabitat. Net niet zo spectaculair als het aquarium van het Mandalay Bay. Vanuit een gezonken galjoen zie je daar meer dan veertig haaien om je heen zwemmen.

Fysieke kicks

Wie fysieke kicks wil, kan naar New York, New York, waar een achtbaan zich op duizelingwekkende hoogte om de imitatiewolkenkrabbers heen slingert. Maar dat is nog niks vergeleken met de achtbaan op het dak van de Stratosphere-toren.

Heb je dan nog geen flanellen benen, dan kan je je, ook al op het dak van het Stratosphere, wagen aan de X-Scream, een soort wipplank die je negen meter over de rand van toren laat glijden, waar je een paar seconden schijnbaar gewichtloos blijft hangen, op 270 meter van een gewisse dood.

Naar het evenbeeld van de maffia

Fremont Street heeft de ambiance van het oude Las Vegas uit. Geen megacasino's hier. Wel goedkope striptenten en gokzalen. Het is de sfeer van de klassieke gangsterfilms. Meest recent: Ocean's Eleven, met George Clooney, Julia Roberts en Brad Pitt, werd op deze straat geschoten.

Ironisch of niet: Las Vegas werd in het midden van de achttiende eeuw gesticht door mormonen. De stad was een stoffig gat. Tijdens de Depressie zag het ernaar uit dat ze ten dode opgeschreven was, tot het bestuur van de staat Nevada op het lumineuze idee kwam om gokken en prostitutie te legaliseren.

Het eerste casino, het El Rancho, opende zijn deuren in 1941. Het eerste echte megacasino, The Flamingo, ging open in 1946. De bezieler van The Flamingo was de Newyorkse gangster Benjamin 'Bugsy' Siegel, die een jaar na de opening al neergekogeld werd. Tegen die tijd was duidelijk dat Las Vegas een goudmijn was. Het ene casino na het andere verscheen op de Strip. De maffia schiep Las Vegas naar haar eigen evenbeeld: chic en stijlvol, maar ook decadent en ranzig.

De grote dagen van Las Vegas kwamen in de vroege jaren zestig toen The Rat Pack (Frank Sinatra, Dean Martin, Sammy Davis Jr. en enkele illustere anderen) zich er tussen hun filmopnames door te buiten gingen aan vrouwen, drank, drugs en poker, en de toeristen verrasten met onaangekondigde optredens. De burgerlijke fifties waren voorbij, Amerika leefde in weelde en Vegas was de vrijplaats waar alles kon.

Blote navels

Eind jaren tachtig was Las Vegas op zijn retour. Tijd voor actie. Eén man haalde Vegas uit het slop: hotelmagnaat Steve Wynn, die in snel tempo The Mirage, Treasure Island en het Bellagio uit de grond stampte. In Wynns zog verschenen het Excalibur, Mandalay Bay en het vernieuwde MGM Grand op de Strip.

Onder de slogan What happens here, stays here ('Wat hier gebeurt, blijft hier'), prijst de stad zich dezer dagen alweer onbeschaamd aan als een Mekka voor zondaars. De kitscherige topless revues en striptenten zijn nooit echt weggeweest. Nieuw zijn de glitzy nachtclubs.

Zeggen dat Las Vegas fake is, is een understatement van formaat. Las Vegas is geheel opgetrokken uit illusies. Peperdure Überkitsch. Maar tegelijkertijd is Vegas volkomen authentiek zichzelf. Vegas is een stad die eigenlijk niet kan bestaan, in het midden van de woestijn.

Na een paar dagen Las Vegas nestelen het nooit aflatende gebliep van de gokautomaten, het geknipper van honderd miljoen lichtjes en de nerveuze uitgelatenheid van de tienduizenden mensen om je heen zich als een constante, elektrische achtergrondruis in je achterhoofd.

Deze stad is zo surrealistisch dat bijkomend drugsgebruik eigenlijk niet te rechtvaardigen is, schreef zelfs psychedelica-goeroe Hunter S. Thompson. En dat was in de vroege seventies, toen Vegas lang nog niet zo overweldigend was.

Onze partners